Site-archief
Objectgedichten
Joy Gladding
Jody Gladding (1955) is een Amerikaanse dichter en vertaler. Ze heeft vijf dichtbundels gepubliceerd, waarvan de meest recent ‘I entered without words’ (2022) is. Haar gedichten zijn verschenen in diverse tijdschriften, waaronder Best American Experimental Writing, ecopoetics, Northern Woodlands en Poetry International. Ze heeft veertig Franse vertalingen op haar naam staan, waaronder werken van Marie-Claire Bancquart, Philippe Delerm, Jean Giono en Julia Kristeva.
Ze doceerde aan het MFA-programma van het Vermont College of Fine Arts en leidde het schrijfprogramma van het Vermont Studio Center in Johnson, Vermont. Ze ontving onder andere de MacDowell- en Stegner-beurzen, de Yale Younger Poets Prize en de Whiting Writers’ Award. Ze woont in East Calais, Vermont, waar ze in haar werk de plekken onderzoekt waar taal en landschap samenkomen.
Op haar website zijn verschillende voorbeelden te vinden die zo één op één een plek verdienen in mijn categorie Gedichten op vreemde plekken. In de loop van haar carrière is Gladding gedichten, zowel op papier als digitaal, gaan beschouwen als fysieke objecten die bedoeld zijn om met de wereld te interageren. Ze schrijft natuurlijk op papier, maar ook op veren, tongspatels, zaaddozen van zijdeplanten, röntgenfoto’s, gekloofde boomstammen, eierschalen en adreswijzigingsformulieren.
Deze werken , die in de loop van een decennium zijn ontstaan en te zien zijn in ‘Translations from Bark Beetle’, gaan uit van de aanname dat poëzie kan functioneren in de fysieke ruimte, in de wereld in het algemeen. Deze Object Poems, zoals Gladding ze noemt, worden bewaard in de Davis Family Library van Middlebury College , waar de collectie van maart tot en met mei 2019 te zien was in de tentoonstelling met de titel ‘Objectgedichten 2004-2014′. Hieronder een aantal voorbeelden.
.
Datenight
Michelle McMillan-Holifield
.
Op de website FPR of Found Poetry Review http://volumeten.foundpoetryreview.com/ las ik in ‘Issue number 10’ een bijzonder gedicht van de Amerikaanse dichter Michelle McMillan-Holifield. Deze McMillan-Holifield studeerde poëzie aan de Delta State University in de Mississippi Delta. Ze was ‘writer in residence’ op de Wild Acres in North Carolina en ze is een Master of Fine Arts (MFA) kandidaat aan de University van Arkansas/Monticello. Haar werk is gepubliceerd in ‘Boxcar Poetry Review’, de ‘Longridge Review’, ‘PIF Magazine’, ‘poemmemoirstory’, ‘Stirring’, en ‘Windhover’.
Iedere ouder die een dochter heeft in de leeftijd van pak hem beet 15 tot 25 jaar zal zich herkennen in het gedicht ‘Date Night’ en de verschillende stadia en personages. En let ook vooral op de fijne laatste zin van dit bijzondere gedicht.
Date night
I. Preparation
Applies foundation.
Conceals
a jersey hybrid
german butterball.
Polishes
the holy mole.
Her lovely red bases.
Separates. Lifts
long lashes.
Cobras
in ornamental fiesta
for a casual date
a parade.
II. Her
Miracle of the face.
Translucent, loose.
Red veined.
Coral bells melting fire.
Laugh lines—
Linebackers.
Cheeks’ pale blush—
ballerina purple.
Ah, the sun-kissed
Mouth,
double velvet wave.
And her body
cauliflower amazing
Mammoth
big yummy
gold and bold
cha-ching.
And her velocity
mix pizzazz
any pizzazz
Zowie!
Nonstop.
Mama mia.
III. Him
Potential Groom
Guardsman.
Hardy Cactus.
Bonbon.
Mung bean.
Burpless.
.












