Categorie archief: dichters over dichters

dichter over dichter

Hanna Kirsten over Marleen de Crée

.

In de laatste bundel van Hanna Kirsten (1947) getiteld ‘Voetafdruk van stilte‘ staat een gedicht voor Marleen de Crée (1941-2021). Marleen de Crée leerde ik kennen toen we haar voor MUGzine #6 in 2021 vroegen. Ze reageerde meteen enthousiast en haar gedichten die ze inleverde rond het thema ‘Insomnia’ waren zo goed gekozen en geschreven. Ik was dan ook verrast en verdrietig toen ik vernam van haar zelf verkozen dood samen met haar man Jean.

Het gedicht ‘voor marleen de crée ‘met een zacht potlood’ wordt in ‘Voetafdruk van stilte’ voorafgegaan door woorden van Marleen: “De stilte, Hanna, is het woord willen en zonder het woord kunnen we niet zeggen dat we de stilte liefhebben’.

.

voor marleen de crée ‘met een zacht potlood’

.

vita vita

leven en lezen

met de nadruk op geen van beide

en het hart op alle twee

.

oktober is wachttijd

verwaaid blijven liggen

in het wit tussen de regels

.

fluisterlicht

verloren woorden die jou

in de stilte van het water

hoorbaar maken

sybilla legt warme vleugels

rond mijn stem

druppelpunt is raakpunt

wortels in de grond

.

uit jouw stilte

groeien woorden

rozen en rozen.

.

Ouwe Zalm

Dichter over dichter

.

In de categorie ‘dichters over dichters’ vandaag dichter F. Starik (1958-2018) over de dichter Leo van der Zalm (1942-2002). De dichter Leo van der Zalm kende ik niet maar toen ik in de bundel ‘De grote vakantie’ van F. Starik uit 2004 een In Memoriam gedicht las voor Leo van der Zalm, heb ik deze meteen opgezocht. Van der Zalm was een dichter in de marge (zo lees ik op zijn Wikipediapagina). Hij was als ‘Lord Hoedan’ en markant lid van het Amsterdams Ballongezelschap. Een gezelschap dat zich bewoog rond het kunstenaarsdorp Ruigoord.

Van der Zalm drukte jarenlang gedichten op een oude degelpers in het ruim van zijn schip waar hij ook woonde. Hij debuteerde in 1978 met de bundel ‘Het beestenspul van A’dams Blijdorp’ en zou in de jaren daarna als ‘Portier van de Drempeldichters’ vooral jonge dichters als Carla Bogaards, Pieter Boskma en Diana Ozon op weg helpen. Ook was hij enkele jaren medewerker van het One World Poetry festival en jurylid van de George Orwell-literatuurprijs.

Over deze bijzondere en kleurrijke dichter schreef collega dichter F. Starik in ‘De grote vakantie’ het gedicht ‘Ouwe Zalm’. Overigens schreef hij ook nog een uitvaartgedicht ‘Kuit’ dat te lezen is op epibreren.com

.

Ouwe Zalm

.                                         I.M. Leo van der Zalm, 12-4-1942 – 1-6-2002

.

Zijn schilferige kop. Zijn malle petje. Het schuim

in zijn baard, ontbijtbier. Zijn smerige schip.

Zijn kleine gedichten. De blik van een kind.

.

De zware pers, de letterverzameling

van amper zes punten. Oplage vijf.

Beschimmeld papier. Zijn oog voor insecten

het verwaarloosbaar dier.

.

De uitvinder van het varken met zijwind.

De uitvinder van dat een haiku past op een bierviltje,

de eenzame fluiter van tussen zijn lippen. De grote drinker

van het geduldige wachten, de vorm die hem past.

.

De dichter die ’s nachts zijn bier warm tegen bomen plast

om de boom voor de herfst te behoeden.

Waardig en kalm.

De ouwe Leo van der Zalm.

.

‘k Moest hem vanavond op de radio

bij wijs van voorschot al ten grave dragen.

Als pleitbezorger van een soort gedachtengoed,

er waren niet veel vragen.

.

 

Stof

Marc Reugebrink

.

In 2021 overleed dichter Remco Ekkers (1941-2021) en naar aanleiding van zijn overlijden schreef ik toen een stuk op dit blog. Omdat het een belangrijke dichter was en in het bijzonder omdat ik zijn visie op poëzie deel (zie dit bericht). Deze maand was ik in Barneveld en daar kocht ik de bundel ‘Om honing gaat het niet’ uit 2023 van de in Vlaanderen woonachtige schrijver, essayist en dichter Marc Reugebrink (1960).

In deze bundel wordt uit alle macht gepoogd om te ontkomen aan het verlies, dat desalniettemin onvermijdelijk en alomtegenwoordig is. Dat lees ik op de achterkant van de bundel. In de bundel staan dan ook een aantal in memoriams. Voor Georges Henry, Ernalien Reugebrink, Koenraad Goudeseune en ook voor Remco Ekkers. Het gedicht ‘Stof’ i.m. Remco Ekkers wil ik hier met jullie delen in de rubriek Dichters over dichters.

.

Stof

.

We moeten door de stof, zei je,

maar zweeg over wat volgen zou.

.

Soms moet men een dode iets anders

laten doen dan een dode nog maar kan.

.

Je bijvoorbeeld tegenkomen in het park

en praten over regenwolken en daarna.

.

Of zwemmen in een meer in plaats van in de zee.

.

Terugroepen heeft geen zin, zeg ik,

stof is stof, ook na de regen.

.

En op de oever van het meer

spoelt als vanouds niets aan.

.

Maar ik zie je staan, toch, heel

even, alsof je wegkijkt over zee.

.

Aafjes en Vasalis

De lyrische schoolmeester

.

In 1945 (herfst) en 1946 (voorjaar en zomer) schreef dichter en schrijver Bertus Aafjes (1914-1993) de gedichten die zijn opgenomen in de bundel ‘De lyrische schoolmeester. In 1949 werd de bundel gepubliceerd met afbeeldingen van Maaike Braat (1907-1992) kunstschilder, tekenaar, graficus, illustrator en ontwerper van boekomslagen. Het werd als twee-en-twintigste deel van De Ceder uitgegeven door uitgeverij J.M. Meulenhoff. In deze bundel zijn een paar gedichten opgenomen die een collega dichter als titel en onderwerp hebben. Zoals het gedicht ‘M. Vasalis’. In de categorie dichter over dichter mag een dergelijk gedicht natuurlijk niet ontbreken. Een bronaâr of bronader is een nauwe, doorgang in de aardkorst, waaruit het water opwelt voor eene bron.

.

M. Vasalis

.

Een hinde kijkende over een heg,

Nieuwsgierig in de nieuwheid van de morgen:

Dit is een boom. Dit is een bloeiende heg.

Een blik waarin geen zweem van overleg,

Bezield tot aan de grenzen van het zijn;

Overal waarheid, nergens schijn.

Een oerbegin en een oereinde tevens,

Bronaâr des levens.

Een ogenpaar dat dode dingen slaakt

Uit hun geheim en weer gelukkig maakt.

.

 

 

Kopland en Slauerhoff

Dichter over dichter

.

In de bundel ‘Dankzij de dingen’ van Rutger Kopland (1934-2012) uit 1989 staat een gedicht getiteld ‘In memoriam J.J. Slauerhoff’. In dit gedicht zijn citaten opgenomen uit ‘De ontdekker‘ en ‘Sala Y Gomez’ gedichten van J.J. Slauerhoff (1898-1936).  In het kader van dichters die over dichters schrijven leek me dit een prachtig voorbeeld.

.

In memoriam J.J. Slauerhoff

.

Het was nergens, land was niet

om te zijn, te blijven, te verlaten,

maar om terug te keren en te zien

dat het er nooit was geweest.

.

Land, dat was de droom van land,

van ergens, ‘leeg over de leege zeeën’

heen te gaan, en nooit aan te komen.

.

‘Het heet: het eiland door de zee

bezeten’, dat is het, geboren als steen

onder ‘de steenen goden’, verdiept

in hun hiëroglyphen, hun stenen

.

taal, daar zal het blijven en

verloren gaan, tot stof, tot

wat het ooit moet zijn geweest.

.

Mysterie

Martin Bril

.

Vandaag voor mijn boekenkast gaan staan en met mijn ogen dicht van de bovenste plan dit keer, een dichtbundel gepakt. Het was de bundel ‘Minder is meer‘ verzamelde gedichten van schrijver, dichter en columnist Martin Bril (1959-2009) dat werd uitgegeven door Prometheus in 2011.

Deze bundel op een willekeurige pagina opengeslagen, en daar op pagina 28 staat het gedicht ‘Mysterie’. Een gedicht in de rubriek ‘dichters over dichters’.

.

Mysterie

.

Het schijnt dat K. Schippers

Eens wakker werd

En een compleet

Gedicht van een collega

Had gedroomd

.

Een nieuw gedicht

En ook nog van

Een dode dichter

.

Een spiegel in de aarde

Sasja Janssen

.

De laatste bundel van Sasja Jansen ‘Mijn vader zegt entropie mijn moeder logica’ die begin 2024 verscheen werd bekroond met de Awater Poëzieprijs. Het was niet de eerste keer dat haar werk bekroond werd, zo ontving ze in 2022 diezelfde Awaterprijs voor haar bundel ‘Virgula’ die ook nog eens  genomineerd werd voor De Grote Poëzieprijs, de Herman de Coninckprijs, de Ida Gerhardt Poëzieprijs, en poëziebundel van het jaar 2021 voor de KANTL poëzieprijs was, en kreeg ze voor ‘Virgula’ de eerste Johan Polak Poëzieprijs. In 2024 kreeg ze voor haar hele oeuvre de A. Roland Holst-Penning. Een dichter om eens wat extra aandacht aan te besteden kortom.

Sasja Janssen (1968) is een Nederlands dichter en schrijver van romans en korte verhalen. Zij geeft les op de Schrijversvakschool en Crea. De reacties op haar bundel ‘Mijn vader zegt entropie mijn moeder logica’ waren wat verdeeld, waarschijnlijk doordat de verwachtingen na ‘Virgula’ hoog gespannen waren. Desalniettemin heeft Awater toch deze bundel bekroond en wil ik hier het gedicht ‘een spiegel in de aarde’ uit deze bundel met jullie delen. Het gedicht is opgedragen aan Chen Yuhong, een van de grootste dichters van Taiwan wier werk internationaal bekroond is.

.

een spiegel in de aarde

.

Voor Chen Yuhong

.

het schemert niet

toch is er geen licht, toch is er geen donker

aan de oever kijk ik naar de krans van bladeren om haar hoofd

een wilgentwijg in haar hand, de rok gulzig uitgespreid

.

we houden ons stil, stil

.

de zwartgroene onderwereld, de doorzichtige bovenwereld

houden haar op het meer dat toekomst en verleden mengt

in zijn oog dat nooit sluit

de narcissen buigen, een uil draait zijn kop, vlinders geborgen

.

dan zinkt ze en duikt op het gedicht als nieuwste tijd

.

Dichter over dichter

C. Buddingh’ en Jan Hanlo

.

Ik schrijf al jaren over dichters die gedichten schrijven voor en over andere dichters. Soms zijn dat hekeldichten, liefdesverklaringen of is het een in memoriam, en soms zijn het gedichten over vriendschap of beschrijvende gedichten. In welk onderdeel het gedicht dat C. Buddingh’ (1918-1985) schreef over Jan Hanlo (1912-1969) valt, daar twijfel ik nog over.

Ik denk dat Buddingh’ en Hanlo (generatiegenoten) een gedeelde interesse hadden in literatuur en (indirect) samenwerkten via literaire projecten en tijdschriften (Barbarber) en bloemlezingen. Zo nam Buddingh’ Jan Hanlo’s verhaal ‘Victor’ op in het Boekenweekgeschenk van 1975. Ook noemde Buddingh’ jan Hanlo een belangrijke vertegenwoordiger van een specifieke poëtische stroming in zijn kronieken.

Ook zijn er raakvlakken tussen de benadering van poëzie tussen de beide dichters. Zo hadden beide een voorkeur voor eenvoud en alledaagsheid in hun werk, wat typerend was voor de Zestigers. Dit blijkt ook uit het gedicht ‘Prinsjesdag’. Het gedicht is genomen uit de bundel ‘Gedichten 1938/1970’ uit 1971.

.

Prinsjesdag

.

Jan Hanlo was hier gisteren nog even.

Hij was naar Prinsjesdag geweest.

Dat doet hij elk jaar.

Een oud vrouwtje was buitengesloten

ergens in Den Haag,

terwijl de familie naar de optocht was.

Ze begon tegen Jan te praten, wat moest ze doen.

Jan heeft toen bij de buren gebeld en gevraagd

of ze een stoel voor haar hadden,

dan kon ze zolang buiten zitten.

Het was mooi weer. Ze deden het en later

bracht hij haar nog een rolletje King.

.

Schatplicht

Albert Hagenaars

.

Van de in Bergen op Zoom geboren en wonende dichter Albert Hagenaars (1955), die als dichter een bijdrage leverde aan MUGzine #25, kreeg ik een aantal bundels opgestuurd. De eerste die ik ter hand nam was meteen ook zijn meest recente uitgave (2023) getiteld ‘Schatplicht’. Dit keer geen dichtbundel maar een bloemlezing van zijn literaire werk aan de hand van fragmenten uit boeken, ongepubliceerd werk als dagboekbladen en reisverslagen, overzichtslijstjes, interviews en tal van foto’s.

Deze bloemlezing omvat alle hierboven genoemde onderdelen van 1977 tot 2023. Het boek begint met een stuk over A.I. Niet de A.I. die je verwacht (artificial intelligence) maar die van Aanschaf Informatie. De eerste keer dat ik van Albert Hagenaars hoorde was toen hij de A.I. schreef voor NBD Biblion (op basis van aanschaf informatie bepalen bibliotheken welke boeken ze kopen) van mijn bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert‘. Inmiddels heeft hij meer dan 1400 aanschaf informaties geschreven, aanvankelijk over poëzie, met name Vlaamse dichters, later ook over kunstboeken (Hagenaars is naast dichter ook beeldend kunstenaar en galeriehouder) en reisliteratuur.

Verder een aantal interviews (Haagse Courant, Meander, met een Engelse interviewer Neil Leadbeater), dagboekfragmenten, Hagenaars visie op een passie hebben voor boeken, over recenseren en over poëzie vertalen. Een stukje over de twee keer dat hij deelnam aan een poëziewedstrijd (en beide keren in de prijzen viel), een overzicht van zijn poëzie in de openbare ruimte ( in Bergen op Zoom kom ik regelmatig een gedicht van zijn hand tegen op een gevel van een gebouw), romanfragmenten en zo kan ik nog wel even door gaan.

Als je een interessant boek wil lezen over een dichtersleven met alle ins & outs dan kan ik je ‘Schatplicht’ zeer aanraden. En om het helemaal af te maken zijn ook nog eens een groot aantal gedichten opgenomen die in de loop der jaren verschenen in zijn poëziebundels. Maar ook het gedicht ‘Onder de sneeuw’ dat verscheen op de website van Meander bij een interview dat Alja Spaan met Albert Hagenaars had in 2022.

.

Onder de sneeuw

.

Paul Celan

.

De woorden verliezen warmte

en kleur, zetten zich schrap

op de richel van de zegging,

.

schrappen dan elkaar

weg

waar ze winnen aan belang.

.

Hij schrijft zich uit de sneeuw

en verduistert wat hij zag

toen ze hem zagen.

.

Pijn is geen emotie, liefde

.

geen redding.

.

Deze kant boven

C. Buddingh’

.

Vorige maand heb ik een paar oudere bundels van C. Buddingh’ (1918-1985) gekocht en lezend in deze bundels wordt mijn waardering voor Buddingh’ als dichter steeds groter. Waar ik in het verleden nog weleens dacht dat Buddingh’ de boel in de maling nam met korte gedichten die vooral grappig waren en die je snel weer vergat, nu kijk ik daar toch wat anders naar. Zijn fantasie en manier van dichten is zo eigen. Een gedicht van Buddingh’ pik je er zo uit. De typografie, zijn eigenzinnige kijk op de taal en de poëzie, en zijn experimenteerdrang kenmerken zijn gedichten.

Op de achterkant van de bundel ‘Deze kant boven’ uit 1965 lees ik: “Jaren vóór de experimentelen het bolwerk der vaderlandse poëzie bestormden en innamen schreef hij experimentele gedichten; jaren vóór ‘de nieuwe stijl’ op haar beurt een knuppel in onze zwanenvijver wierp, vloeide uit zijn puntige pen het soort poëzie waarop deze jongste stroming in onze dichtkunst haar program zou baseren”.

In deze bundel staan nog steeds de korte puntige (bijna Luule-achtige) gedichtjes als:

.

spreker

.

de spreker betoogde

wat betoogde de spreker?

ja, dat zei de spreker niet

.

Maar ik kwam ook een wat langer, inhoudelijker gedicht tegen, getiteld ‘improvisatie’ met een motto van de Franse dichter Paul Eluard (1895-1952) ‘le ciel change’ ( De lucht verandert). Dit gedicht wil ik hier graag met jullie delen.

.

improvisatie

.

le ciel change

paul eluard

.

welaan dan: de lucht verandert:

er komen kleine witte wolkje, ziet u wel

(de meteorologen zullen er ongetwijfeld

een naam voor hebben) ze drijven op blauw

(denkt u, maar vanzelfsprekend

is dat gezichtsbedrog)

als mollige meisjes in een natuurbad-

jaja als ik het niet dacht:

natuurlijk moeten er weer meisjes bij komen

(u kunt ook geen vijf minuten

zonder erotiek)

nu vooruit dan, van mij mag het: droom dus gerust

van mollige jonge meisjes

als u naar een stel schapewolkjes kijkt

.

(de zinnen zijn er tenslotte)

.