Site-archief
Señorita’s
Christophe Vekeman
.
In mijn zoektocht naar steeds weer nieuwe en interessante dichters kwam ik op het pad van de Vlaamse schrijver, columnist, dichter en performer Christophe Vekeman (1972). Hij publiceerde verscheidene romans, een verhalenbundel, een novelle, een biografie, een literaire musical en gedichtenbundels en essays. In 2020 wijdde ik al eens een blogbericht aan zijn bundel ‘Dit is geen slaapkamer meer nu‘.
En nu pas kwam ik een andere bundel van hem tegen die ik kocht met de titel ‘Señorita’s’ gedichten en andere podiumteksten uit 2009. In deze bundel zijn zijn beste (en vaak hilarische) gedichten en teksten bijeengebracht. Vekemans schrijfstijl kenmerkt zich door humor, een pessimistisch levensgevoel en weelderige zinnen. Tot zijn leermeesters behoren onder andere Willem Frederik Hermans, Richard Yates, Jeroen Brouwers en Gerard Reve. Het gedicht ‘Bijvoorbeeld’ laat zich in eerste instantie wat lastig lezen (doe het hardop dat helpt) maar geeft langzaam zijn diepere betekenis vrij.
.
Bijvoorbeeld
.
Bijvoorbeeld klaprozen bezwaren donderdag, kalkoenen
bedelaars zonder de jaren gaan geld langzaam staren
stofwolken geweld en al die rare dingen
.
Zoals zonneschijn realiteit omdat berouw pijn bordkarton
dood graag vreselijk feesten wezen is in duisternis
komaan altijd een beetje zingen
.
Gezien de vlucht van pantalons en hemelsblauw en
daltonisme is er lucht in open dichters hier want buiten
daar ballon ballast papier en rendement tijd toekomst
zwaar en tamelijk – of toch op dit moment – geen
ogenblik ober waarom ook vrij
.
Daarom dus zou men astronautenvoedsel prot bril
zielsverwanten in het land der God weet wandklok
spleen hé wat wandelstok steek de moord loop heen
vergeet een woord nee hoor niemand en niets betekent
iets voor mij
.
Behalve jij
.
Hermans over Hölderlin
Dichter over dichter
.
Schrijver Willem Frederik Hermans (1921-1995) schreef in zijn leven niet veel poëzie. Slechts ruim honderd gedichten, die in een relatief korte periode in een vroege fase van Hermans’ schrijverschap ontstonden. Zijn eerste gedicht publiceerde hij in 1939 in de schoolkrant, het laatste gedateerde is van 1953.
Hermans publiceerde vier bundels poëzie. In 1944 verscheen in een kleine oplage in eigen beheer ‘Kussen door een rag van woorden’, in 1946 ‘Horror Coeli en andere gedichten’, in 1948 ‘Hypnodrome. Gedichten’ en in 1968 ‘Overgebleven gedichten’. Hermans’ poëzie werd wisselend ontvangen, Hans van Straten schreef in een recensie dat zijn gedichten meer merkwaardig dan goed waren.
In 2011 verscheen bij De Bezige Bij de volledige poëziewerken van Hermans onder de titel ‘Volledige werken’ deel 9 Gedichten. Uit deze bundel nam ik het gedicht dat Hermans schreef over Friedrich Hölderlin (1770-1843).
.
Hölderlin
.
Hij gaat gebukt onder de droeve kanonnaden
Van de horizon der onsterfelijkheid.
Hij gaat blootshoofds de schrikkelpaden
Die tot verdwalen leiden. In zijn haar de zaden
Van gewassen die slechts daar ontkiemen,
Waar zij wiesen. En niet waar hij gaat:
.
Aangehitst door droefenis en grieven
Naar een veilig, maar steriel klimaat,
Nu de diepte van zijn trieste giechlen
Met zijn laatste tanden is betaald.
.
Négligé
Willem Frederik Hermans
.
Een van Nederlands grootste romanschrijvers, Willem Frederik Hermans (1921 – 1995) schreef behalve romans ook novellen, verhalen, poëzie, toneelstukken en scenario’s, alsmede essays, kritieken en polemieken. Sterker nog, Hermans debuteerde in 1944 als dichter met de bundel ‘Kussen door een rag van woorden’. Toch beperkte zijn poëzie uitgaven zich tot de jaren veertig van de vorige eeuw. Daarna werd er nog wel herdrukt en verzameld werk uitgegeven maar lag zijn focus duidelijk niet op het schrijven van poëzie.
In 1982 verscheen bij De Bezige Bij de bundel ‘Overgebleven gedichten’, een herdruk van de gelijknamige bundel uit 1968. De gedichten in deze bundel zijn een strenge selectie uit de twee bundels die Hermans in het begin van zijn literaire loopbaan schreef, aangevuld met ongepubliceerde verzen en de vertalingen van 7 gedichten.
Uit deze bundel een liefdesgedicht met in de titel één van de mooiste woorden die uit het Frans in het Nederlands is overgenomen ‘Samenzijn in négligé’.
.
Samenzijn in négligé
.
Zij stond voor haar toilettafel,
Een driedelige toilettafel,
Een toilettafel met drie spiegels.
.
Zij kamde haar haar.
En ik stond achter haar.
Zij plukte uit haar kam een rafel.
.
En zo lichtgevend was zij,
Dat ik, toen ik mij omdraaide naar de wand
(De toilettafel – zij – ik – de wand),
Zag een driedubbele schaduw van haar hand.
.
Drie lichtende vlinders; ik ontweek ze schuw,
Ik ontweek ze, ik, driedubbele schaduw.
.






