Site-archief
Grens 206
Iduna Paalman
.
Gisteren schreef ik een blogbericht over het rijwielplaatje. Ik begon dat bericht met allerlei autovignetten die tegenwoordig nodig zijn om door Europa te reizen (en ik noemde er slechts een paar, er zijn er veel meer). De aanleiding tot die inleiding lag niet bij het rijwielplaatje maar bij een gedicht van Iduna Paalman (1991) getiteld ‘Grens 206’ uit haar bundel ‘Bewijs van bewaring‘ uit 2022. In dit gedicht gaat het over juist die autovignetten.
Omdat ik al schrijvend ook de fiets en het openbaar vervoer noemde zoek ik dan wat verder, kom ik op een website die over het rijwielplaatje gaat en plots lees ik daar een gedicht. Interessant genoeg om over te schrijven. Vandaar gisteren het gedicht van Speenhoff en vandaag, alsnog dus, het gedicht ‘Grens 206’ van Iduna Paalman.
.
Grens 206
.
De bijsluiter schrijft voor dat het grensvignet
niet mag ontbreken maar ook niet te zichtbaar mag zijn,
de blik niet mag belemmeren maar een trouwe metgezel is
een coalitiepartner celgenoot strafmaat een geliefde
.
ik sta op het punt van vertrek en nee, de auto
heeft zichzelf uit de slalom weggehaald en het boeket
is niet op het dak blijven liggen, op klein snelheidsverlies
staat straf, ik heb me nog niet verdiept in de hoogte maar de ruiten
geven ons een magnifiek tafereel, ik ben zo blij dat ze schoon zijn
zo sprakeloos zo misselijk waren we ziek? het is geen eenmalige koop
.
zo’n vignet heb ik begrepen verloopt en verloopt en de hitte
van de weg stikt zich eraan vast, de herinnering die na een paar weken boenen
ofwel versleten ofwel als nieuw is, even was het logisch: we zijn geen dieven
van de volle tank, we zijn de volle tank
.
daarna geflits over de juiste bescheiden, bronnen bewaren
indienen, de boetes ten volste beleven, ik ontdekte de meest
schitterende besluitenloosheid die ik kende, we vertrokken
telkens bijna
.
Vingersporen
Iduna Paalman
.
Afgelopen week liep ik in de boekwinkel die samen met de bibliotheek Amstelveen gehuisvest is in een gezamenlijk pand en dan ga ik altijd even op zoek naar de poëzieafdeling. Nou ja afdeling, meestal zijn het een paar plankjes met poëziebundels. In het geval van deze boekhandel waren het drie plankjes, niet veel maar wie het kleine niet eert.
Tussen de bekende titels ook een aantal titels van plaatselijke dichters en de bundel ‘bewijs van bewaring’ van Iduna Paalman uit 2022. Nu heb ik deze bundel maar op dit exemplaar was een ‘Libris-tip aangebracht (op een wikkel om de bundel). Ene Nikki Srofice schreef daarop: “Al sinds 2019 ben ik fan van Iduna Paalman om haar teksten die maatschappelijk zo urgent voelen en me dwingen om steeds opnieuw te lezen en steeds iets nieuws te ontdekken + winnaaer J.C. Bloem-Poëzieprijs”.
Dat laatste heeft Nikki er denk ik bij geschreven als extra bewijs dat deze bundel echt de moeite waard van het lezen is. Dat ben ik met haar eens. Thuisgekomen heb ik deze bundel van Iduna Paalman (1991) er nog eens bij gepakt en wat Nikki schrijft dat klopt wel. Daarnaast bevat deze bundel prachtige gedichten zoals het gedicht ‘Vingersporen’. Of wat Nikki schreef ook voor dit gedicht opgaat weet ik niet maar dat doet er ook eigenlijk niet toe. Een fraai gedicht is het.
.
Vingersporen
.
Je hebt me intussen in de gaten
ik speel voor doedel en voor droel op het schavot
er zijn maar weinigen die zelfs het gat bezaten
van mijn hemd want alles vernielt zichzelf eerst zachtjes en is dan gewoon kapot
.
ik weet: ik ben de afgeleide van de publieke smaak
een voetenbank voor alles wat loom naar ontwarring ligt te happen
ik veracht de oude planken en bemin ze veel te vaak
ik struikel nooit maar krijg wel bijna wekelijks de klappen
.
er is iets wat je weten moet maar ik vertel het niet
het doet al lang de ronde in twee stilgelegde magen
er is altijd eentje die met valse tong het hoogste biedt
en het is waar: ik herken de kiezen en het slikken en de kalme vragen.
.
Heet me welkom, weet: ik houd voor jou al jaren mijn vingersporen bij
en er is niemand voor wie de strafverhoging feller blonk dan nu, voor mij.
.





