Site-archief

Gedichtendag en poëzieweek 2013

Out of Office poetry

.

Dit jaar is er een nieuw initiatief rond de gedichtendag / de poëzieweek namelijk Out of Office Poetry.

Op de website van de Gedichtendag staat de uitleg van dit initiatief:

OUT OF OFFICE POETRY

Vindt u de typische out of office-mails ook zo inspiratieloos?
“Ik ben niet op kantoor en kan mijn mail niet beantwoorden. Voor dringende zaken kunt u…”
Dichters David Troch, Maarten Inghels, Joke van Leeuwen, Stijn Vranken, Lies van Gasse en Esther Naomi Perquin schreven een poëtisch alternatief: OUT OF OFFICE POETRY.

.

Een voorbeeld:

outofoffice

Ik heb zelf ook een poging gedaan om een Out of Office gedicht te schrijven. Hier mijn poging.

.

Geluid van de stilte

.

Heeft het hier zin te zwijgen, te schreeuwen

tegen de wind in?  Hier is het altijd windstil.

.

Het lost niets op door aan te dringen, duwen

tegen dubbelsteens muren verzet geen steen.

.

Leg je neer bij de rust die ik je schenk, maak

gebruik van de stilte, je zal worden gehoord.

.

X (naam collega) zal de stilte verbreken.

Gedichten op vreemde plekken

Deel 33: Tunnelgedicht

.

Een gedicht van Stadsdichter Joke van Leeuwen (2009) Alleen te lezen als je er langzaam langs loopt/fietst/rijdt.

De hele tekst staat hieronder.

Ha ga hier, u jij golle jullie gij, door deze gang van lucht in boomse klei,
behaagziek als een brug zijn tunnels niet, de wereld is teruggebracht tot kleine optocht van toevalligheden, een snelle blik in onbekende ogen, een jas waarin hier iemand al eens kwam,
hier kunnen zon en wind niet bij, hier bloeit niets, groeit niets, is het heen of weer binnen de lijntjes blijven, en boven gaat het zoveel kanten op, tien hoog en toch nog uitzichtloos of op de grond iets als de hemel,
en u jij golle jullie gij, al is Sint-Annadorp vergaan, de put in en verdwenen, er waaien oude liedjes rond tielierelarelom die willen zich bewaren tussen getob en tegenzin en opgeraapte grappen,
wat doen de benen hier hun best, er moet weer wat, dat zal wel zijn, iets halen, iets betalen, iets willen, iemand zien misschien, waren de buizen hier als glas, was er dan nu nog wat er was,
diep in de grond verzonken huizen, drie potten met verschaalde lijdzaamheid en zoete bonen, de kraag van een matroos met einders in herinnering en veel vuil spel en slappe touwen,
de grove buiken van gestorven schepen, daarboven vissen die volharden, daarboven alles, maar toch weeral geen fraai ontvangend comité dat staat te zingen van wees welkomtierelierelom,
hoe goed dat u jij golle jullie gij weer boven bent zijn zijt (en dan de grote trom en een refrein).

(richting stad)

Ha ga hier, u jij golle jullie gij, gekomen uit een kromgetrokken droom met overkant, nog zevenhonderd stappen min of meer en daar is ’t stad, een plein, een schilderij, een berg vers fruit, een park dat kan bewaard, een menigte die nieuwe kleren wil,
een taak die languit ligt te wachten, een nacht met ogen open, de properpoetser voor de glans (de koninklijke poort is moeten lopen naar de gillisplaats, daar staat die poort niet echt een poort te zijn, er is wel meer niet wat het is),
terwijl hier u jij jullie golle gij onder de Schelde bent zijn zijt, ligt alles boven als versteend op u jij golle jullie gij te wachten, het wenen op de pauzeknop en niemand raapt nog grappen op, het lachen houdt zich in om dalijk door te gaan,
de stad is stil gaan staan bij wat er wringt en al die Antwerpse geschoeide voeten stokken, even vraagt niemand waar vandaan, een schreeuw blijft aan een dakgoot hangen,
de auto’s wachten voor het rood en even gaat er niemand dood die iemand graag in leven houdt, het brood wordt even niet meer oud, de hoogste bomen weigeren de wind,
een val wordt net op tijd gebroken, de prater zwijgt en vraagt zich af wat hij te zeggen denkt, het water blijft verbaasd in buizen aarzelen, de haast weet niet meer waar naartoe,
maar dan als u jij golle jullie gij weer boven komen komt, boegeert het, botst het, bloeit het, vloekt het, is het toch weer later.

.

tunnelgedicht

 

tunnel 2