Oud gedichtje
Van voor 2008
.
Ik krijg zo nu en dan de vraag hoe lang ik al gedichten schrijf en hoe dat dan gegaan is. Ik schreef er al over (mijn eerste gedichtje schreef ik op mijn 13e jaar) en ook over het gegeven dat wanneer ik nu die versjes en gedichten terug lees ik me bijna schaam voor de rijmdwang en de onnozelheid. Toch zijn ze me dierbaar die vroegere gedichten. Daarom plaats ik er zo nu en dan eentje op dit blog.
Ter aanmoediging van jonge dichters (die vaak veel betere poëzie schrijven dan ik vroeger op die leeftijd) om te laten zien dat oefening kunst baart en er ontwikkeling mogelijk is en voor het plezier uiteraard. Daarom dit keer een kort gedichtje van vroeger, ergens halverwege de jaren 80′.
.
Wandeling
.
Die avond, wandelen wij,
met in ons rug
(voor de aanschouwers)
het tegenlicht,
richting heinde en ver
.
eenieder zal ons passeren
zonder enige vorm
van vermoeden
omtrent doel van onze gang
en spoor onzer gedachten
.
en wij, ach
gezien onze gedachten
en de richting waarin wij
ons begeven, gaat alles
ons, ten enen male,
volledig voorbij
.
Geplaatst op 29 november 2016, in Gedichten van voor 2008 en getagd als dichter, gedicht, gedichten, gedichten van voor 2008, oud gedicht, poëzie, wandeling, Wouter van Heiningen. Markeer de permalink als favoriet. 2 reacties.





niks om je over te hoeven schamen
Doe ik ook niet hoor (anders had ik het nooit gepubliceerd 😉