Dag zes
Vakantiegedicht
.
Op deze zesde dag van de vakantiegedichten een gedicht over een stukje Nederland dat je zomaar tegen zou kunnen komen dit jaar. Het gedicht is van Vasalis (1909-1998) uit de bundel ‘Parken en woestijnen’ uit 1940 getiteld ‘Afsluitdijk’.
.
Afsluitdijk
.
De bus rijdt als een kamer door de nacht
de weg is recht, de dijk is eindeloos
links ligt de zee, getemd maar rusteloos,
wij kijken uit, een kleine maan schijnt zacht.
.
Vóór mij de jonge pas-geschoren nekken
van twee matrozen, die bedwongen gapen
en later, na een kort en lenig rekken,
onschuldig op elkanders schouder slapen.
.
Dan zie ik plots, als waar ’t een droom, in ’t glas
ijl en doorzichtig aan de onze vastgeklonken
soms duidelijk als wij, dan weer in zee verdronken
de geest van deze bus; het gras
snijdt dwars door de matrozen heen.
Daar zie ik ook mezelf. Alleen
mijn hoofd deint boven het watervlak,
beweegt de mond als sprak
het, een verbaasde zeemeermin.
Er is geen einde en geen begin
aan deze tocht, geen toekomst, geen verleden,
alleen dit wonderlijk gespleten lange heden.
.
Geplaatst op 10 augustus 2023, in Dichtbundels, Favoriete dichters, Vakantie poëzie en getagd als 1909, 1940, 1998, Afsluitdijk, dichtbundel, dichter, gedicht, gedichten, gedichtenbundel, Parken en woestijnen, poëzie, poëziebundel, vakantie, vakantiegedicht, vakantiepoëzie, Vasalis. Markeer de permalink als favoriet. 2 reacties.





Prachtig mooi
Mijn absolute nummer één aller tijden… Dank je wel!