Categorie archief: Gedichten op vreemde plekken

Gedichten op vreemde plekken

Deel 17: Op een (roze) schuur
.
Dit gedicht is een strofe uit het gedicht ‘Herinnering’ van de Gentse dichter Richard Minne (1891-1965).
Hier in twee versies op een roze en op een witte schuur. Naar alle waarschijnlijkheid dezelfde schuur maar (later) overgeschilderd.
.
Toen, in mijn armen
ring van rust
hebt ge alle wanen
van mijn mond gekust
.
Gedicht_op_roze_schuur

.
Gedicht_op_schuur_2

.

Gedichten op vreemde plekken

Deel 16: Op een traptreden in een Surinaams huis
.
Hoewel het meer een citaat of aforisme lijkt verdient het hier wel een plekje. Twee regels van Lucebert op de trede van een trap in een Surinaams huis.
Met dank aan Bernd Ebbo Visser.
.
Gedicht_op_trap_in_suriname

.

Gedichten op vreemde plekken

Deel 15: Muur van een wooncomplex

.

Op de buitenmuur van het wooncomplex ‘Batavia’ in Zeeburg, Amsterdam is in stenen letters een ode van de dichter Gerrit Kouwenaar geplaatst.

De tekst luidt als volgt:

.

Ik lig als een schip op de rede
van een stad die eeuwen bestaat
Ik ben vastgelegd aan een heden
Maar draag een verleden naam
Ik huis hier tussen mijn muren
Zoals mensen binnen een huid
Ruimte kijkt uit door mijn ramen
ik ben voor de mensen gebouwd

.

Gedicht_op_muur_in_steen_van_g_kouw

.

.

Gedichten op vreemde plekken

Deel 14: Tas

.

De tas met een gedicht van Jules Deelder.

.

Binnen de perken zijn

de mogelijkeden even on-

beperkt als daarbuiten

,

Gedichtentas_4b2ce8cee1331

,

Gedichten op vreemde plekken

Deel 13: Het vest
.
De versie van het T-shirt is wel bekend blijkt, maar die op een vest is toch nieuw (in ieder geval voor mij).
Met dank aan Loes.
.
Iphone_125

.
.

Gedichten op vreemde plekken

Deel 12: De koelkast

.

Inmiddels misschien niet meer zo’n vreemde plek door de poëzie magneten.

.

Koelkast_pozie

..

Gedichten op vreemde plekken

Deel 11: De Bank

.

Dit gedicht is nog niet helemaal af maar komt in het filiaal van een bank.

.

Gedicht_in_de_bank

.

Gedichten op vreemde plekken

Deel 10: Het station
.
Hier op de foto, de onlangs overleden dichter Simon Vinkenoog bij een gedicht van Guido Gezelle; Dichtersgeest, in het station van het Belgische plaatsje Denderleeuw.

.

Op 26 juli 1877 reisde Guido Gezelle van Kortrijk naar Brussel, maar had in het spoorwegstation in Denderleeuw een oponthoud van een goed half uur. In die korte tijdspanne heeft hij een van zijn treffendste gedichten’O Dichtergeest’ geschreven en noteerde er de plaats en datum onder. Zaterdag 16 juni 1977 werd de gedenkplaat met dat gedicht aangebracht in de toegangshal van dat station: geen reiziger betreedt of verlaat de stationshal zonder voorbij die plaat te stappen.

.

O dichtergeest

o Dichtergeest, van wat al banden
hebt gij mij, armen knecht, verlost,
en, uit uw’ handen,
wat heeft uw’ dierste gunst mij weinig werks gekost!
Gij Godlijk wezen doet mij leven
waar menig andre sterven zou,
en ongegeven
is nog de groote gift waarom ‘k u derven wou.
Gij zijt genezing, en de wonden,
de diepe, o wondre, toen gij, teer,
die hebt gevonden,
getint en toegetast, zijn gave en zonder zeer.
Hoe menig werf, hoe duizend malen
hebt Gij, o Geest, mij dit gezeid:
maar hoe verhalen?
‘ik gevoel ‘t, en zuchte, eilaas, naar uw’ welsprekendheid!
.

.

.

Gedichten op vreemde plekken

Deel 9: De onderrug
.
Niet alleen de arm maar (van oudsher) ook de onderrug leent zich prima voor poëzie. Waar tot voor kort de onderrug vooral werd voorzien van een zogenoemd arschgewei, zien we hier een aanzienlijk prozaïscher (of moet ik zeggen poëtischer) manier om de onderrug te sieren.
(met dank aan Robine voor de tip!)
.
Gedicht_onderrug

.

<!– /* Style Definitions */ p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal {mso-style-parent:""; margin:0cm; margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:"Times New Roman"; mso-fareast-font-family:"Times New Roman";}a:link, span.MsoHyperlink {color:blue; text-decoration:underline; text-underline:single;}a:visited, span.MsoHyperlinkFollowed {color:purple; text-decoration:underline; text-underline:single;}p {mso-margin-top-alt:auto; margin-right:0cm; mso-margin-bottom-alt:auto; margin-left:0cm; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:"Times New Roman"; mso-fareast-font-family:"Times New Roman";}@page Section1 {size:612.0pt 792.0pt; margin:70.85pt 70.85pt 70.85pt 70.85pt; mso-header-margin:35.4pt; mso-footer-margin:35.4pt; mso-paper-source:0;}div.Section1 {page:Section1;}–>

‘Twas brillig,and the slithy toves
Did gyreand gimble in the wabe;
All mimsy were the borogoves,
And the mome raths outgrabe.

– Excerpt from the nonsensepoem ‘Jabberwocky‘ from Lewis Carroll’s Through the Looking-Glass and WhatAlice Found There.

.

Gedichten op vreemde plekken

Deel 8: Gedicht op de sluis

.

Soms zijn vreemde plekken minder vreemd dan ze lijken.

.

Gedicht_aan_de_sluis

.

Gedicht_aan_de_sluis_2

.