Site-archief
Ik heb nooit
Gerrit Kouwenaar
.
In de bundel ‘Gedichten die vrouwen aan het huilen maken’ uit 2015 (samengesteld door Isa Hoes) las ik een gedicht van Gerrit Kouwenaar (1923-2014) dat ik herkende maar nog nooit echt goed gelezen had. Ik weet niet of je dat herkent, dat je zinnen of woordcombinaties herkent maar niet precies weet waarvan. Dat had ik bij de eerste strofe van het gedicht ‘Ik heb nooit’ dat uit de bundel ‘Gedichten 1948-1978’ van Kouwenaar werd overgenomen.
Het gedicht werd door Merel Westerik gekozen omdat het gedicht haar ontroerde en een gevoel van troost gaf. Ze schrijft erbij: Kouwenaar zelf vond het overigens maar onzin als mensen troost proberen te zoeken in gedichten. In een documentaire zei hij daarover: ‘Als je daarnaar op zoek bent moet je maar naar de kerk gaan, naar een dominee, niet naar een dichter denk ik’. Ik begrijp wel wat Gerrit Kouwenaar bedoelde. Overigens denk ik dat mensen troost kunnen putten uit gedichten zonder dat ze op zoek gaan naar gedichten voor troost. Het is volgens mij een beetje zoals het troost vinden in herinneringen. Dat kan ook een gedicht zijn.
.
Ik heb nooit
.
Ik heb nooit naar iets anders getracht dan dit:
het zacht maken van stenen
het vuur maken uit water
het regen maken uit dorst
ondertussen beet de kou mij
was de zon een dag vol wespen
was het brood zout of zoet
en de nacht zwart naar behoren
of wit van onwetendheid
soms verwarde ik mij met mijn schaduw
zoals men het woord met het woord kan verwarren
het karkas met het lichaam
vaak waren de dag en de nacht eender gekleurd
en zonder tranen, en doof
maar nooit iets anders dan dit:
het zacht maken van stenen
het vuur maken uit water
het regen maken uit dorst
het regent ik drink ik heb dorst
.
Dag twintig
Vakantiegedicht
.
Ter voorkoming van de verveling in de vakantie. Gerrit Kouwenaar (1923-2014) schreef het gedicht ‘In deftige letters wordt u…’ dat verscheen in de bundel ‘Gedichten 1948-1978’ uit 1982.
.
‘In deftige letters wordt u…’
.
In deftige letters wordt u iets verteld
dus verheeld, zodat uw verveling
even het steen breekt en zich mededeelt
aan het cliché van het origineel
.
want wanneer deze pagina zwart zou wezen
letterlijk zwart als zo’n verzonnen neger, bijvoorbeeld
omdat een verslaafde hongerprofeet
in zijn koude kalkoen bleef steken
.
verscheen er terstond weer een letterzetter, prevelend
viel de marge van deze rouwbrief
niet wat al te breed uit voor de levende lezer? ik
zie niets meer!
.
en ja hoor
daar hakt hij al meteen weer een doorzicht
met het vormend princiep van zijn zethaak-
.
Twee keer de liefde
Dubbel-gedicht
.
Vandaag een dubbelgedicht over de liefde. Toen ik dit besloot wist ik dat ik kon kiezen uit zoveel gedichten, veel meer dan wanneer ik een dubbelgedicht zou maken over zoet en zout of over mantelzorg. Tegelijkertijd biedt het ook weer Zoveel mogelijkheden dat een keuze niet eenvoudig is.
Na enig zoeken koos ik voor gedichten van Ilja Leonard Pfeijffer (1968) en Gerrit Kouwenaar (1923-2014).
Het eerste gedicht is van Pfeijffer en is getiteld ‘Die Liebe die Liebe’ en nam ik uit de bundel ‘Van de eerste tot de laatste liefde’ uit 2022, een keuze uit de amoureuze gedichten van deze dichter.
Het tweede gedicht is van Kouwenaar en heeft als titel ‘Van de liefde’ en komt uit de bundel ‘Gedichten 1948-1978’ uit 1982.
.
Die Liebe die Liebe
.
Liefde is een dunne naam
maar de avond wordt zwaar
en kruipt op mijn buik
ik ruik je avondmond
ik proef je naam
.
liefde is gauw gezongen en
liefde is dun gesponnen
maar spin voor iedere tol
en zing als een klepel
.
liefde is een avondwoord
maar het wordt avond
en mijn keel wordt donker
ik wil je drinken
ik proef je naam
.
Van de liefde
.
En nu van de liefde?
Van de liefde
die men als een roos
op het schild draagt?
.
Van de liefde
die men als een roos
in de hand verplettert
begraaft in het hart?
.
Of van de liefde
die als een distel verwondt
als een hand bloedt
als een hart bloeit?
.
Een gedicht als een ding
Gerrit Kouwenaar
.
Er is veel over poëzie geschreven, over gedichten, over wat een gedicht nou een gedicht maakt. De dichter Gerrit Kouwenaar (1923 – 2014) beschreef het gedicht ( uit Gedichten 1948-1978) als een ding zoals alleen Kouwenaar dat kon. Je ziet bij elk beeld dat Kouwenaar schetst een gedicht opdoemen en al deze beelden bij elkaar zijn dan ook weer een gedicht. Als een ding.
.
als een ding
.
een gedicht als een ding
een glazen draaideur en de chinese ober
die steeds terugkeert met andere schotels
een parkwachter die zijn nagels bijvijlt
tussen siberische kinderen uit maine
een venus van de voortijd samen met
een spin op de snelweg
een glas moedermelk, een geel
gesteven smoking
een bij, een pennenmes
beide stekend, een vliegtuig
dat oplost in dorpsregen
een gedicht als een ding.
.









