Site-archief

Binair Non-Binair

Thorn de Vries

.

Soms is het voor mij ingewikkeld om te bepalen of ik iets poëzie vind of niet. Prozagedichten zijn zeer populair en sommige ‘dichtbundels’ lezen meer als een roman of een set verhalen. In het geval van de bundel ‘Schillen’ van Thorn de Vries twijfel ik. Op Hebban lees ik in een review van deze bundel een zin waar ik me wel in kan vinden: Gedachten en fragmenten die qua opmaak en soms qua vorm richting poëzie gaan. Voor mijn boekhandel was het blijkbaar genoeg reden om de bundel bij de poëziecollectie te leggen.

Thorn de Vries (die/diens, 1995) is schrijver, acteur, filmmaker, activist en dragking en onder andere bekend van de film ANNE+, SpangaS I en Flikken Maastricht.  Hoe kun je weten hoe het is om mens te zijn als je alleen maar bezig bent met hoe de mens hoort te zijn?  Thorn de Vries probeert in deze bundel daar een antwoord op te geven. In het jaar dat ‘genderneutraal’ verkozen werd tot irritantste woord kwam Thorn de Vries uit de kast. Wie ben je als iedereen een mening heeft over wie je zou moeten zijn? Hoeveel lagen verhullen en verbergen de essentie van je zijn?

In een tijd waarin de genderdiscussie door al het populistische geweld onder druk staat, is een bundel als deze, voor een ieder die met zijn/haar/diens identiteit worstelt een lichtpuntje. Uit deze bundel nam ik het onderstaande gedicht (?) getiteld ‘Binair Non-Binair’.

.

Binair Non Binair

.

Ik vind het een compliment als mensen denken dat ik

een man ben.

Zolang ze me maar niets als vrouw zien.

Ik wil niet herinnerd worden aan het meisje dat ik ooit

was.

Dacht te zijn.

Leek te worden.

Maar toch niet werd.

.

Zolang ze me maar niet als vrouw zien.

.

Hoe is het in godsnaam mogelijk dat mijn transitie naar

non-binair zo verschrikkelijk binair is geworden?

Het is voor mij wel heel erg dat een of dat ander

en dus absoluut niet datgeen wat ik vroeger was.

.

Grote broer

Esther Naomi Perquin

.

In de grote genderdiscussie van tegenwoordig vergeten we wel eens dat meisjesachtige jongens en jongensachtige meisjes van alle tijden zijn. Door de openheid van nu en de mogelijkheden om ook daadwerkelijk te kunnen transformeren is er nu een dimensie bij gekomen. En dan zijn er de jongens en meisjes die zich misschien wel eens even van de andere sekse voelen maar daar verder geen consequenties of vergaande gevoelens bij kennen.

Toen ik het gedicht ‘Grote broer’ las van Esther Naomi Perquin (1980) uit haar bundel ‘Namens de ander’ uit 2009 (waar ze de J.C. Bloempoëzieprijs 2011 mee won) moest ik hieraan denken. Vooral de laatste regel van dit gedicht is voor mij veelzeggend.

.

Grote broer

.

Geen vader of moeder om ons uit de bomen te halen

voor eten of slaap, de klimrijkste zomer in jaren.

.

Ik wilde geen staart, scheurde jurken aan flarden,

raakte met haren in takken verward – jij haalde

een schaar en ik werd een soldaat maar

het zwaard was zo zwaar en het schild

kreeg ik niet van de grond.

.

Je schreeuwde me hoger – ik klom dus en klom.

Warmte trok in de bomen, tot diep in de nacht

lag jij als een dier op de onderste tak.

.

Er konden geen leeuwen of moordenaars komen.

Ik hield, voor een meisje, uitstekend de wacht.

.