Site-archief

Gouden munt

Tj. A. de Haan

.

In 2019 schreef ik een blogpost over de bundel ‘Album van de Indische poëzie‘ uit 2014. Ik plaatste daar toen een gedicht bij van de dichter Tj. A. de Haan. Naar aanleiding van dat bericht kreeg ik een reactie van zijn zoon die mij meer kon vertellen over zijn vader Tjaarda Aldert de Haan (1909-1984). Naar aanleiding van dit bericht heb ik een paar keer met dhr. de Haan gebeld en hij heeft zijn zus, mevrouw A.M. Schermer – de Haan gevraagd om mij een exemplaar van ‘Gouden munt’ en ‘Mnémosyné’ toe te sturen, wat ik graag aanvaarde. De bundel ‘Gouden munt‘ mocht ik houden en daar heb ik later weer een gedicht uit gedeeld.

Nu kreeg ik deze week opnieuw een reactie op mijn blog, dit keer van de zoon van Aldert Willem de Haan, Peter de Haan, en dus de kleinzoon van Tj. A. de Haan, dat zijn vader vorig jaar is overleden op 90 jarige leeftijd. Op zijn blog schreef hij een bericht over zijn vader en grootvader. Als eerbetoon schreef hij er een gedicht over. Ik heb goede herinneringen aan mijn gesprekken met Aldert Willem, ze waren inhoudelijk en hij wist veel over zijn vader te vertellen. Als eerbetoon van mij aan hem een gedicht van zijn vader (volg je me nog?) uit zijn bundel ‘Gouden munt’ uit 1975 en wel het titelgedicht.

.

Gouden munt
,
Ik had een gouden munt,
die glansde in de zon,
een munt die ik aan niemand
en nooit meer kon geven.
.
Ik hield hem vast in mijn hand,
ik hield hem vast in mijn droom,
ik hield hem vast als een vogel,
zo rustig in een boom.
.
op een kwade dag
was de munt plotseling
voorgoed uit mij verdwenen,
ik weet niet meer waarheen.
.
Nu loop ik langs de wegen,
nu loop ik door de stad,
en vraag aan alle mensen:
wie heeft mijn munt gehad?
.

Waka

Japanse versvorm

.

De Waka (letterlijk: Japans gedicht) of Yamato uta is een genre van klassieke Japanse dichtkunst, en een van de hoofdgenres van de Japanse literatuur. De term ontstond tijdens de Naraperiode, en werd gebruikt om Japanstalige gedichten te onderscheiden van Kanshi (gedichten geschreven in het Chinees door Japanse dichters) en renga (kettinggedicht, gewoonlijk geschreven in samenwerking tussen verschillende dichters). Traditioneel heeft Waka over het algemeen geen concept van rijm of een vaste structuur.

In het ‘omstreden’ boek ‘Bloemen van het kwaad’ staat over Keizer Hirohito een aardig stuk met betrekking tot deze vorm van dichtkunst. Elk jaar tijdens de jaarlijkse Keizerlijke Dichtwedstrijd, de Utakai Hajime, die wordt georganiseerd in het Keizerlijk paleis, zendt de keizer van Japan ook zelf een gedicht in.Dit gedicht wordt door iemand anders dan de keizer zelf voorgelezen. In de waka’s van de keizer, die meestal natuurbeschrijvingen of onschuldige observaties bevatten zit echter altijd een dubbele laag, waarin de keizer echt zegt wat ie vindt.

De grootvader van Hirohito, keizer Meiji schreef bijvoorbeeld deze Waka:

.

‘De zee omringt de wereld, overal zijn wij broeders

Waarom gaan de wind en de golven dan zo wild tekeer?’

.

Keizer Meiji verwijst in deze Waka ‘acht koorden aan de kroon, één dak’ naar zijn streven om alle hoeken van de wereld onder Japanse hegemonie te brengen. Meiji was ook helemaal niet vreedzaam of pacifistisch; hij viel, net als zijn kleinzoon later Pearl Harbour, de Russische vloot aan zonder oorlogsverklaring. In 1940 was Hirohito’s bijdrage aan de Utaka Hajime ook heel vreedzaam:

.

‘In dit nieuwe jaar bidden wij dat oost en west en de hele wereld

zullen samenleven en samen voorspoed delen’

.

Hij schreef dit terwijl zijn land en leger zich voorbereidde op de oorlog in Zuidoost Azië.

.

Misschien moet alles eerst op tekening hersteld

Alja Spaan

.

Dichter Alja Spaan ken ik al jaren. Ooit was ik haar vriendelijke lezer, ik droeg voor bij haar thuis bij Alkmaar Anders, in haar huiskamer atelier, ze droeg voor het eerst voor op een podium van Ongehoord! (dat wist ik toen niet) en later nog eens en we brachten samen een bundel uit ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ in 2010 met prachtige illustraties van schilder-tekenaar Pierre Struys. Later won ze niet alleen de tweede prijs van de Turingwedstrijd maar ook won ze de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd in 2015 en stond ik op haar podium van Reuring.

En dan is er nu haar nieuwe bundel ‘Misschien moet alles eerst op tekening hersteld worden’, mooi uitgegeven door uitgeverij Watervis. Feitelijk is dit haar debuut als solodichter (eerder gaf ze ook al een andere bundel met Nina Barhorst) zo staat voorin de bundel maar volgens mij is dat haar bundel ‘De hand de beweging laten maken’. Omdat ik haar als mens en dichter goed ken, omdat ik haar ‘geschiedenis’ redelijk goed ken ( het overlijden van haar moeder, haar verhuizing naar Sint Pancras en de geboorte van haar eerste kleinzoon Scott David aan wie deze bundel is opgedragen) is het lezen van deze bundel voor mij een echt feest. Soms een feest van herkenning, dan weer een feest van poëtische vervoering, ontroering en genieten.

Waar in onze gezamenlijke bundel Alja nog niet een echte vaste dichtvorm had, daar heeft ze in de afgelopen jaren een heel duidelijk herkenbare stijl ontwikkeld waar ze bekend mee is geworden en die breed gewaardeerd wordt. Alle gedichten in deze nieuwe bundel bestaan uit strofen van twee zinnen of drie zinnen (de meeste twee zinnen) waarin, in een bijna vloeiende stijl, alsof het één lange zin is, het gedicht zich ontvouwt.

Prachtige beelden, zinnen en situaties schotelt Alja ons voor, steeds met een grote warmte en gevoel voor haar onderwerpen, de mensen in haar poëzie en de situaties die ze beschrijft. Zoals over haar moeder in ‘Koek’:

 

Ik zie haar weer in de winter, onherstelbaar

en zo half, naar opzij gevallen, niet meer

schuilend, zo laag bij de grond.

.

Of over haat terugkeer naar de stad, het vertrek uit het dorp van haar jeugd in ‘De echo’:

.

Niets is nog van mij of alles is verdeeld onder de

achterblijvers. Er hoefde niet

.

gedobbeld te worden. Mijn kleding gebukt onder

vele lagen stof, doordrenkt van

.

stadsdamp en snelverkeer, honderd mensen op een

vierkante meter.

.

In vier hoofdstukken met titels als ‘Opnieuw is de stilte weer oorverdovend, Alle portretten zijn levend geworden, Kokette neigingen en Ze is nog altijd bereikbaar geeft Alja ons een intiem kijkje in haar wereld. Een wereld die niet groots en meeslepend is maar voelt als een warm bad waarin je heel makkelijk wordt meegezogen. Dergelijke bundels laten je deel uitmaken van de kleine intieme wereld van Alja en nodigen je uit tot herlezen, keer op keer.

In het gedicht ‘Een andere prestatie’ komt haar huis in Alkmaar langs, de lange woonkamer met de hoge wanden waar je je bij binnenkomst meteen welkom en thuis voelde.

.

Een andere prestatie

.

Nu pas mis ik mijn witte, hoge wanden

voorgoed. In dit poppenhuis

.

waar rondom de bomen dunner worden,

de straat dichterbij terwijl

.

de hemel steeds verder lijkt, blijven de

korte muren vochtig, een

,

blauwzwarte tekening volgt als een ader

mijn melkwit lijf, achter

,

de kast waarin mijn schriften liggen, groeit

een grijze boom, dik

.

dit keer. De woorden liggen gelukkig nog

droog in hun bedding,

.

wat ze bedoelden lijkt in het vorige huis

achtergebleven te zijn, alsof

,

geschreven op die hoge witte muren die

in de storm blijven staan.

.

as