Site-archief

Vandaag vrij, altijd vrij

Anton de Kom

.

De belangrijkste stem in de antikoloniale beweging van de 20ste eeuw is toch wel Anton de Kom (grootvader van dichter Antoine de Kom, 1956). In de jaren ’30 van de vorige eeuw vestigde Anton de Kom (1898-1945) een adviesbureau op het erf van het huis van zijn ouders, waar hij arbeiders adviseerde over hun rechten. Hij werd al door de koloniale machthebbers gevolgd en dit was de reden dat hij werd opgepakt en verbannen uit Suriname op beschuldiging van een revolutiepoging. Hij ging in Nederland wonen en tijdens de tweede wereldoorlog was hij actief in het Nederlandse verzet. Op 24 april 1945, vlak voor de bevrijding overleed hij in een Duits concentratiekamp.

In 1969 ontdekte de Stichting tot behoud en stimulatie van Surinaamse Kunst, Kultuur en Wetenschap De Koms gedichten, en gaf ze uit in een kleine oplage in Paramaribo. Dit jaar werd de bundel ‘Vandaag vrij, altijd vrij’ de gedichten uitgegeven met een voorwoord van Babs Gons. Ten opzichte van de bundel die in Paramaribo werd uitgegeven is deze uitgave aangevuld met enkele gedichten uit zijn ongepubliceerde werk.

In deze bundel staan gedichten die hij schreef tijdens de tweede wereldoorlog waar hij ook het slavernijverleden in verwerkte. Maar ook gedichten met natuurbeschrijvingen en gedichten waar zijn liefde voor Suriname uit spreekt. Ik koos uit dit mooi uitgegeven bundeltje het gedicht ‘Maar ik’ waarbij aangetekend dat Hevea rubberbomen zijn.

.

Maar ik

.

Gij bakra (blanke) bezit een huis

Een paleis gelijk

Gebeeldhouwde deur

Schoon als blozende wangen

Van marmer zijn de gangen

Bloeiende haag

En een zeiljacht aan de kaag

maar ik, maar ik

.

Onmetelijk zijn de rietvelden

Duizenden akkers

met mais beplant

Hevea, koffie en katoen

renderende rumbranderijen

Berooide pachters op je land

Stallen van stamboekvee

Maar ik, ik heb noch huis noch stee

.

Miljoenen in rubbers

Machines draaien

door jouw olie

.

Waterloop

A.C.W. Staring

.

In Gendringen (Gelderland) is in 2010 de vernieuwde Schrijversbuurt opgeleverd. In de Schrijversbuurt zijn verschillende kunstobjecten geplaatst van kunstenaar Léon Mommersteeg. In deze kunstwerken is het gedicht ‘Waterloop’ van A.C.W. Staring verwerkt. De basis hiervan is het tekst-kunstwerk in het appartementencomplex De Dichter. Daar begint het gedicht, verwerkt in onder andere de onderkant van de balkons, en loopt via verschillende objecten als stoeptegels en bankjes de rest van de wijk in.

A.C.W. Staring (1767 – 1840) was landheer (heer van de Wildenborch), landbouwkundige en dichter. Hij was een romantisch dichter (waarvan er destijds niet veel waren in Nederland). Zijn romantische inslag betrof zowel hetgeen waarover hij schreef (legenden, beschrijvingen van de natuur) als de wijze waarop hij dat deed (gevoelig en humoristisch).

Staring blonk uit in de dichterlijke vertelkunst maar veel waardering kreeg hij indertijd niet omdat men zijn werk moeilijk toegankelijk vond.

Waterloop

.

Nu baant zich ’t Nat

Een heimlijk pad,

En tjilpt en fluistert,

In bloem en blad

Voor ’t oog verduisterd.

Nu dartelt vrij,

Op gouden zanden,

De stroom voorbij.

Hij schuurt zijn randen

Allengskens uit,

En sleept den buit

Van kleiner vlieten

Geweldig voort;

En golven schieten,

Van ver gehoord,

Langs ’t rotsig boord.

Nu vangt een dal

Den Waterval.

Een glinstrend kleed

Ligt stil verbreed

In ’t nieuwe perk.

Het loofgewemel,

Het bonte zwerk,

De blaauwe hemel,

Zien statig neêr

Op ’t effen Meer.
.
gendringen
gendringen2
gendringen 3
Staring
Staring in Vorden
                                                                      Standbeeld van de dichter Staring in Vorden.

Met dank aan Wikipedia en http://gemeente.oude-ijsselstreek.nl/