Site-archief
Gedicht in vreemde vorm op een vreemde plek
Deel 66: Stadsgedicht van Jaap Robben
.
Door mijn goede vriendin en medebestuurslid van Ongehoord! Yvon, werd ik opmerkzaam gemaakt op een vreemde vorm van poëzie op een net zo’n vreemde plek.
Het gedicht ‘Jij was zoiets als kwijt’ verscheen naar aanleiding van de opgraving van een enorm Romeins grafveld in de wijk Waterkwartier in Nijmegen. Als moss graffiti verscheen deze regel uit het gedicht op een muur in de Sperwerstraat. De uitvoering en het ontwerp daarvan werd gedaan door Joeri van Putten van Smoove.
Moss graffiti
Moss graffiti is een techniek waarbij je een papje maakt van mos, bier en yoghurt en dat in de keukenmachine doet. Daarna is het een stroperige substantie die gemakkelijk te verven is in een daarvoor gemaakte mal.
.
Je was zoiets als kwijt
.
Niemand graaft
om zand te vinden.
We zochten jou
omdat we je vergaten.
.
Alsof we op achtergelaten jassen klopten
op zoek naar wat nog niemand was verloren.
.
En jij,
stil en donker in de grond
jij was zoiets als kwijt.
.
Al wist je misschien
dat wij er waren
door wat je boven je hoorde
zoals iemand die op zolder soms
een doos verschuift.
.
Meer poëzie van Jaap Robben is te vinden op zijn blog http://jaaprobben.wordpress.com/
.
Stiftgedicht
Wat is het?
.
Deze poëzievorm is een idee van de Amerikaanse schrijver Austin Kleon, die ze Newspaper Blackout Poems noemt. Hij publiceerde ze op zijn website ( www.austinkleon.com) en een bundel ervan verscheen in april 2010 onder de titel Newspaper Blackout. In Nederland maakt onder andere Dennis Gaens (stadsdichter van Nijmegen) stiftgedichten.
.
Een stiftgedicht is een gedicht dat niet ontstaat door te schrijven maar door te schrappen. Je maakt een stiftgedicht door met een merkstift in een bestaande gedrukte tekst (vaak krantenartikelen of een bladzijde uit een oud boek), woorden of delen van woorden te schrappen tot wat overblijft een gedicht vormt, dat niets meer met de oorspronkelijke tekst te maken hoeft te hebben.
.
Hier zijn enkele voorbeelden. De linker is van Judy Elfferich (http://judyelf.edublogs.org/)









