Site-archief
Mini ‘bibliotheek’
Naar morgen
.
In (vooral) steden maar ook daarbuiten zie je ze steeds vaker. Kasten op een paal of aan een muur met de uiterst dubieuze naam minibibliotheek. Allereerst moet mij van het hart dat het hier absoluut geen bibliotheekjes betreft of ook maar iets dat in de verste verte op een bibliotheek lijkt. Een bibliotheek bevat een zorgvuldig uitgezochte en ontsloten collectie boeken. Deze mini ‘bibliotheekjes’ zijn niet meer dan een kast met daarin boeken die mensen niet meer willen in hun huis (wat je steeds vaker ziet, een slechte ontwikkeling wat mij betreft maar dit terzijde) maar waarvan ze toch vinden dat het niet zomaar bij het grofvuil gekieperd kan worden.
Over het algemeen is de inhoud van deze kasten niet echt om over naar huis te schrijven. De inhoud gaat meestal niet veel verder dan wat oude kinderboeken, studieboeken en wat romans die al decennia niet meer gelezen worden. En toch loont het om er af en toe een blik in te werpen. Zo vond ik afgelopen weekend in zo’n kast 7 bundeltjes poëzie. Daaronder 4 nummers van ‘Naar morgen’ uitgaves van Opwenteling uit Eindhoven. Opwenteling is, zo leert mij de achterflap, een coöperatieve vereniging van auteurs voor presentatie van literatuur u.a. Naar morgen biedt ( of bood, ik weet niet of deze reeks nog bestaat) debutanten de mogelijkheid om te publiceren. Ik vond de delen 55, 57, 61 en 64. Inmiddels weet ik dat deze reeks gestopt is maar dat uitgeverij Opwenteling nog altijd bestaat en poëziebundels uitgeeft via https://opwenteling.nl/
Onder de namen van dichters geen bekende namen. Maar wel gedichten die er mogen zijn. Zoals het gedicht ‘Vader’ van Albert Megens uit nummer 61.
.
Vader
.
hij sloeg zijn ogen ten hemel
en met een zucht van verlichting
piste hij stralend
een kuiltje in het zand
.
zo loopt de hemel
in de aarde
bruisend uit de hand
.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 52: Op een paal
.
Langs de zeesluizen van Delfzijl staat deze paal met een deel van het gedicht ‘Eend’ van Tonnus Oosterhof.
.
Eend
Het water weegt het schip op zijn hand
verwittig de hemel, wij zijn van het land
de groene vlakte uit
de groene vlakte in
vlak boven zijn eigen schaduw
vliegt groen bruin de eend
alles wat hij snatert
meent de eend
Houd in de sluis je haken thuis
bruin in de lucht wit
groen
zichzelf vindt de meeuw
een vliegende vishaak
de meeuw wiegt op het licht
de grijze vlakte af
de grijze vlakte op
de sluis heeft zijn mond open gedaan
ver wittig de wolken wij komen er aan
wit in de lucht
de schaduw weegt de eend
grijs in de lucht
ver heen meeuw
.












