Site-archief

Veldrijden

Jan Boerstoel

.

Het leuke van (veel) poëzie lezen is dat je vrijwel bij elke grote gebeurtenis of bij elke actualiteit wel kan terugdenken aan een gedicht dat een onderwerp, een regel of een thema had dat aan zo’n gebeurtenis of nieuwsfeit gerelateerd kan worden. Vaak weet ik dan meteen wel van wie het gedicht is en soms zelfs in welke bundel ik dat gedicht las maar soms weet ik de bundel niet of erger, de naam van het gedicht/dichter niet. Dat laatste is lastig maar met google en/of AI kom je tegenwoordig een heel eind.

Bij het gedicht dat ik vandaag wil delen, wist ik niet alleen de titel maar ook de dichtbundel waar ik het kon vinden. De titel is ‘Veldrijden’ en de bundel waarin ik dit gedicht las is ‘De 100 mooiste wielergedichten’ uit de Vlaamse en Nederlandse literatuur uit 2014.  Het gedicht bleek van de dichter Jan Boerstoel (1944) te zijn. Niet direct een heel bekende naam misschien bij veel lezers maar in de loop der jaren heb ik toch een aantal keer over hem geschreven. Een keer, ook naar aanleiding van, het televisie programma First Dates en een andere keer in een bericht over light verse.

Deze keer was de aanleiding misschien een beetje een vreemde. Ik keek naar de laatste rit op de 500 meter schaatsen tussen Femke Kok en haar Amerikaanse tegenstander tijdens de Olympische Winterspelen in Italië. Femke Kok won deze race en het was haar 24ste wedstrijd achtereen dit seizoen die ze won. Ik moest meteen aan Mathieu van der Poel denken die deze maand voor de 8ste keer wereldkampioen werd na het winnen van al zijn races in het reguliere wedstrijdseizoen van het mondiale veldrijden. En toen moest ik terugdenken aan het gedicht van Boerstoel. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in zijn bundel ‘Veel werk’ uit 2000.

.

Veldrijden

.

Als hun collega’s van de weg met bisschopswijn

en kerstkrans dikverdiend zich suf recupereren,

gaan de commando’s van de wielersport zich weren

voor wie de dagen nooit te donker kunnen zijn.

.

De crossers, ware acrobaten óp hun fiets

en snelle hordelopers als zij ermee zeulen,

soms drie keer in de week zijn zij hun eigen beulen,

wind, regen, hagel, sneeuw en ijs, het doet hun niets.

.

Geen pad is hun te smal, geen helling hun te machtig.

Eerder een noodlot dan een sport, maar oh… zo práchtig!

.

Groeten uit Bergerac

Jan Boerstoel

.

Ik werk al mijn hele leven in bibliotheken. De organisatie waar ik momenteel werk heet bibliotheek De Plataan. Deze naam werd gekozen door een collega toen we op zoek waren naar een naam voor de nieuwe fusiebibliotheek (sinds 2020). De boom de plataan staat symbool voor inzicht, wijsheid en vreugde van de geest. Leek ons een prima naam voor een bibliotheek. Waarom schrijf ik dit? Sinds mijn bibliotheek zo heet heb ik een stille  voorliefde ontwikkeld voor platanen. Dus ook voor poëzie waarin platanen een rol spelen of worden genoemd.

Voor mijn bibliotheek de Plataan als naam kreeg schreef ik zelf al eens een gedicht waarin deze bijzondere boom een rol speelt. En ook dit gedicht heeft een Franse plaats als onderwerp. Zo ook het gedicht dat ik las in de verzamelbundel ‘Wie er maar even was, was al gelukkig’ Frankrijk in 100 gedichten, verzameld door Mario Molegraaf uit 2004, die ik kocht tijdens de Nacht van de Poëzie.

Het gedicht ‘Groeten uit Bergerac’ is van dichter en schrijver van liedjes voor, met name, cabaret, Jan Boerstoel (1944). Het gedicht werd overgenomen uit zijn bundel ‘Veel werk’ uit 2000.

.

Groeten uit Bergerac

.

Onder de grote groene parasol

van een plataan blijkt zelfs de middaghitte

geen reden om met het klimaat te zitten.

Een ober schenkt de glazen weer eens vol

.

Ondanks de veertig graden nog actief

begin jij ansichtkaarten te beschrijven,

maar ik ben lui en wil dat even blijven,

dus kijk ik rustig toe en vind je lief.

.

De droge, witte wijn is jong en koel

en leven is een lekker warm gevoel.

.