Maandelijks archief: juli 2014
Winterpijn nu ook via Gratis-boek
Gratis-boek.nl
.
Mijn laatste bundel poëzie is gratis te downloaden via de site van mijn uitgeverij MUGbooks. Op verzoek van de website gratis-boek kun je Winterpijn nu ook downloaden via deze site. Het adres is http://gratis-boek.nl/wouter-van-heiningen-winterpijn/
Op deze website nog veel meer gratis te downloaden E-boeken en bundels.
.
Charles Baudelaire
The Jewels / Les Bijoux
.
In de categorie ‘poëzie en film’ vandaag de film ‘The reader/ la Lectrice’ en het gedicht The Jewels van Charles Baudelaire.
The film ‘The reader’ uit 1988 of ‘La Lectrice’ zoals de film eigenlijk heet (het is een Franse film) is gebaseerd op de roman van Raymond Jean met dezelfde titel, geregisseerd door Michel Deville. De film gaat over Constance die haar vriend voorleest uit een boek waarin Marie haar diensten aanbiedt als voorlezer van boeken. In het verhaal lopen de twee verhaallijnen en de twee personen van Constance en Marie , beide gespeeld door de actrice Miou-Miou, op een gegeven moment door elkaar en krijgt de film iets ongrijpbaars.
In de film wordt behalve het gedicht van Charles Baudelaire ook werk van Duras, Tolstoi, Lewis Carrol en Markies de Sade voorgelezen. Naast Miou-Miou speelt Patrick Chesnais een hoofdrol. Hij kreeg voor zijn rol de César award (de Franse Oscar).
.
Les Bijoux
La très chère était nue, et, connaissant mon coeur,
Elle n’avait gardé que ses bijoux sonores,
Dont le riche attirail lui donnait l’air vainqueur
Qu’ont dans leurs jours heureux les esclaves des Mores.
Quand il jette en dansant son bruit vif et moqueur,
Ce monde rayonnant de métal et de pierre
Me ravit en extase, et j’aime à la fureur
Les choses où le son se mêle à la lumière.
Elle était donc couchée et se laissait aimer,
Et du haut du divan elle souriait d’aise
À mon amour profond et doux comme la mer,
Qui vers elle montait comme vers sa falaise.
Les yeux fixés sur moi, comme un tigre dompté,
D’un air vague et rêveur elle essayait des poses,
Et la candeur unie à la lubricité
Donnait un charme neuf à ses métamorphoses;
Et son bras et sa jambe, et sa cuisse et ses reins,
Polis comme de l’huile, onduleux comme un cygne,
Passaient devant mes yeux clairvoyants et sereins;
Et son ventre et ses seins, ces grappes de ma vigne,
S’avançaient, plus câlins que les Anges du mal,
Pour troubler le repos où mon âme était mise,
Et pour la déranger du rocher de cristal
Où, calme et solitaire, elle s’était assise.
Je croyais voir unis par un nouveau dessin
Les hanches de l’Antiope au buste d’un imberbe,
Tant sa taille faisait ressortir son bassin.
Sur ce teint fauve et brun, le fard était superbe!
— Et la lampe s’étant résignée à mourir,
Comme le foyer seul illuminait la chambre
Chaque fois qu’il poussait un flamboyant soupir,
Il inondait de sang cette peau couleur d’ambre!
.
The Jewels
My well-beloved was stripped. Knowing my whim,
She wore her tinkling gems, but naught besides:
And showed such pride as, while her luck betides,
A sultan’s favoured slave may show to him.
When it lets off its lively, crackling sound,
This blazing blend of metal crossed with stone,
Gives me an ecstasy I’ve only known
Where league of sound and luster can be found.
She let herself be loved: then, drowsy-eyed,
Smiled down from her high couch in languid ease.
My love was deep and gentle as the seas
And rose to her as to a cliff the tide.
My own approval of each dreamy pose,
Like a tamed tiger, cunningly she sighted:
And candour, with lubricity united,
Gave piquancy to every one she chose.
Her limbs and hips, burnished with changing lustres,
Before my eyes clairvoyant and serene,
Swanned themselves, undulating in their sheen;
Her breasts and belly, of my vine and clusters,
Like evil angels rose, my fancy twitting,
To kill the peace which over me she’d thrown,
And to disturb her from the crystal throne
Where, calm and solitary, she was sitting.
So swerved her pelvis that, in one design,
Antiope’s white rump it seemed to graft
To a boy’s torso, merging fore and aft.
The talc on her brown tan seemed half-divine.
The lamp resigned its dying flame. Within,
The hearth alone lit up the darkened air,
And every time it sighed a crimson flare
It drowned in blood that amber-coloured skin.
.
Het kontje, ach hoe aardig
Carlos Drummond de Andrade
.
Nu we dagelijks overspoeld worden door beelden vanuit Brazilië leek het me een goed idee om stil te staan bij één van de bekendste Braziliaanse dichters namelijk Carlos Drummond de Andrade (1902 – 1987) . Hij wordt tot de belangrijkste dichters van Zuid Amerika gerekend en hij heeft op latere leeftijd een reeks prachtige gedichten geschreven over de lichamelijke liefde.
In deze poëzie voel je het plezier waarmee Drummond de Andrade ze geschreven heeft. Deze ‘erotische’ gedichten zijn postuum verschenen. Dit kwam omdat de dichter ze tijdens leven niet wilde publiceren in de angst dat ze als pornografisch zouden worden gezien. Pornografisch zijn ze allerminst, erotisch des te meer.
De bundel ‘O Amor Natural’ werd in het Nederlands vertaald door August Willemsen in de bundel ‘De Liefde, Natuurlijk’ en Hedy Honigman baseerde een gelijknamige documentaire over de erotische poëzie op deze bundel.
.
De gedichten van ‘O Amor Natural’ zijn vertaald naar muziek door Georgia Dias en Boca. De muziek kun je beluisteren op https://myspace.com/amornaturalboca/music/songs
.
Het kontje, ach hoe aardig
.
Het kontje, ach hoe aardig.
Lacht altijd, nooit tragisch
Kan niet schelen wat
van voren zit. Het kontje is zichzelf genoeg.
Is er nog meer? Misschien de borsten.
Nou-moppert het kontje-die jongens
hebben nog heel wat voor de boeg
Het kontje is twee tweelingmanen
in een bolrond wiegen. Loopt vanzelf
in zijn lieftallige cadans, zijn wonder
twee in een te zijn, volledig.
Het kontje, vermaakt zich
in zijn eentje. En bemint.
In bed beweegt het. Bergen
rijzen, dalen. Golven slaan
op grenzeloze kust.
Daar gaat het kontje, lachend. Blij.
met de streling er te zijn, te schommelen.
Harmonieuze sferen hoog boven de chaos.
Het kontje is het kontje,
een rondje.
.
Zonder titel uit mijn boekenkast
Harrie Frijters en Alkmaar Anders
.
In mijn boekenkast staan twee kleine bundeltjes van Alkmaar Anders uitgegeven door Alja Spaan. In de rode versie van 2008 staat een gedicht van Harrie Frijters gemaakt bij een foto van fotograaf Eduard Lampe uit zijn serie Architecture.
.
Zonder titel
.
Daar loop je dan in benepen tred
Alsof trappen je ergens brengen
Je moet stil staan bij wat je hebt
Het detail bezien, de blik verlengen
.
Maar wat zie ik dan als ik niets zie
Van wie het grote steeds afbuigt
In een ruigte van blauw dat zuigt
Aan die blik naar binnen in wie
.
De bogen van het glinsterend beton
Het glas dat die trend overwon?
Ik matig nu mijn pas en verras
Me met lucht die mijn das
Gekleurd en verwrongen doet zijn
In het glas van jouw zonneschijn
.
Foto: Eduard Lampe http://www.pbase.com/eduard_lampe/root&view=recent
Alja Spaan http://aljaspaan.nl/








