Eigenlijk zijn we
Hans Andreus
.
In 1974 verscheen van de dichter Hans Andreus (1926 – 1977) de bundel ‘Twaalf liefdesgedichten voor Lukie’, Witte netten van zon en maan. Daarin stond het gedicht ‘Eigenlijk zijn we’. In de vuistdikke bundel ‘Ik ben genoemd meisje en vrouw’ 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige letterkunde, samengesteld door Christine D’haen dat verscheen in 1980 is dit gedicht ook opgenomen en dat is maar goed ook want van het oorspronkelijke werk kon ik niets terug vinden. En het gedicht is te mooi om verloren te gaan. Mede daarom deel ik het vandaag op dit blog.
.
Eigenlijk zijn we
.
Eigenlijk
zijn we
een fijne
schommeling
.
van liefde,
een en-
zovoort
van
.
beweging en tegen-
.
beweging
tot ‘t
.
hoogste
punt van rust.
.
Geplaatst op 17 januari 2018, in Dichtbundels, Favoriete dichters, Liefdespoëzie en getagd als 1926, 1974, 1977, 1980, 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige letterkunde, Christine D'haen, dichter, Eigenlijk zijn we, gedicht, gedichten, Hans Andreus, Ik ben genoemd Meisje en Vrouw, Liefdesgedicht, poëzie, poëziebundel, Twaalf liefdesgedichten voor Lukie, verzamelbundel, Witte netten van zon en maan. Markeer de permalink als favoriet. 2 reacties.






Beste Wouter. Ik ben al jaren op zoek naar een gedicht van Hans Andreus. Heb zelf zijn verzamelde werk in een dik boek, maar kan nog steeds niet het gedicht vinden, waarin voorkomt: Ïk wou het wel, echt alles met je delen. Je eten, slapen feesten en de rest, maar mijn gedachten zijn voor jou en mij te weinig. Dat kan ik niet die zijn voor mij te echt. Ze zijn van mij alleen, volkomen, en aan een ander horen ze niet toe….”Ik zoek me suf… Weet jij misschien hoe het gedicht heet en in welke bundel hij staat. Daar zou je me een groot plezier mee doen!!
Beste Truus, het gedicht komt me bekend voor, ik zal meehelpen zoeken, ben benieuwd. Groetjes, An (meelezer).