Wij zitten, lul ter hand
Piet Gerbrandy
.
Over de Haagse dichter, classicus en poëzie-criticus Piet Gerbrandy en zijn manier van dichten schreef ik al eerder. Zijn poëzie wordt in verband gebracht met de stroming van hermetische poëzie in het Nederlands taalgebied (samen met andere vertegenwoordigers van deze stroming als Hans Faverey, Cees Nooteboom en Kees Ouwens).
Joris Lenstra schrijft over hermetische poëzie op de website van Meander: “Hermetische poëzie richt zich op de manier waarop mensen lezen, en hoe ze dat wat ze lezen, waarnemen en verinnerlijken. Er komen woorden op de lezer af die geen samenhang vertonen. Er rolt geen verhaal uit. Het is moeilijk, ontoegankelijk en levert dus geen rechtstreekse beloning op. Maar door geconcentreerd te lezen, door betekenissen van woorden op te zoeken, door te herlezen en zodoende in de tekst te duiken, worden bepaalde samenhangen voor de lezer zichtbaar. En zo ontrolt er zich toch een verhaal met een boodschap. Alleen gaat het verhaal hier gepaard met duurzame ervaringen, omdat de lezer moeite heeft moeten doen om er te komen.”
En ook: “De kracht van hermetische poëzie schuilt in de manier waarop taal de zintuiglijke waarnemingen bespeelt. Deze poëzie is vormgericht en vertoont in eerste instantie vaak weinig samenhang. De woorden moeten op een andere manier begrepen worden en hun samenhang verkrijgen.”
In de bundel ‘Nors en zonder haten’ (1999) is een gedicht opgenomen dat opvalt door de eerste zin. Wanneer je zo’n zin leest krijg je meteen zin om de rest van het gedicht tot je te nemen. Ik lees er allerlei verwijzingen in, van filosofen en grote denkers tot reïncarnatie, kunst, de venus van Milo en de tegenstelling tussen man en vrouw. Wanneer je met zo weinig woorden, die bij een oppervlakkige lezing (nooit doen bij hermetische poëzie of welke poëzie dan ook) willekeurig bij elkaar gezet lijken te zijn, zo veel beelden en ideeën kan oproepen, dan ben je een groot dichter. Alle reden dus om dit gedicht hier te delen.
.
Wij zitten, lul ter hand, op rug
van wijzen danig om ons heen
te denken.
Zo vinden wij de boomgrens
goed geregeld en waarderen
wij ontbreking van de dood.
Dat er de vrouw bestaat
met rondingen van zachtst
graniet, geen koude hoeken
van een zeer kristal, geen
snijdend erts, maar magma
zonder weerga, zint.
Ook dat zij vaak wel weet
waarom iets is.
.
Geplaatst op 18 maart 2026, in Dichtbundels, Favoriete dichters, Meander, Over Poëzie en getagd als 1958, 1999, betekenissen van woorden, Cees Nooteboom, classicus, Den Haag, dichtbundel, dichter, geconcentreerd lezen, gedicht, gedichten, gedichtenbundel, Hans Faverey, hermetische poëzie, Joris Lenstra, Kees Ouwens, Meander, moeilijk, Nors en zonder haten, ontoegankelijk, Piet Gerbrandy, poëzie, poëzie-criticus, poëziebundel, samenhang, vormgericht, zintuigelijke waarnemingen. Markeer de permalink als favoriet. Een reactie plaatsen.





Een reactie plaatsen
Comments 0