Categorie archief: Literaire kunst
Dada gaga
Antony Kok (1882 -1969) experimenteel dichter
Naar aanleiding van het gedicht ‘Trein’ van I.K. Bensot, hier nog een voorbeeld van experimentele dichtkunst. De experimenteel dichter Antony Kok schreef in zijn tijd vele experimentele gedichten, de een nog vreemder van vorm en inhoud dan de ander. In de tijd dat Theo en Nelly van Doesburg en Kurt Schwitters volop met Dada bezig waren schreef Kok het volgende ‘Dadagedicht’. Een kunstvorm waar hij de humor wel van inzag. Meer prachtige voorbeelden van zijn poëzie zijn te vinden op www.antonykok.nl/poezie
Uit 1923: Jagadada
Strak
Geillustreerd literair tijdschrift
Op 20 november trad Elfie Tromp op bij Ongehoord! Zij is samen met Jeroen Aalbers de drijvende kracht achter het nog vrij nieuwe literair tijdschrift Strak. Toch heeft Strak al behoorlijk van zich laten horen. Zo waren ze te zien op TV Rijnmond en bij de Zappservice van Pauw en Witteman. Ook Ongehoord! is fan van Strak. Zo hebben wij een stukje hals toegewezen gekregen in hun advertentiecampagne. Zie hiervoor hun website www.straktijdschrift.nl en kijk ook eens op hun faceboekpagina.
Of zoals Vice het verwoorde:
‘ Strak is niet zomaar een gestencild liefhebberijtje – het is een fantastisch geïllustreerd literair tijdschrift voor de Nieuwe Nieuwe Zakelijkheid’
Zoet en fruitig versus Zuur en bitter
Of: een recensie van een recensie
De afgelopen week bekeek ik het nieuwe tv programma ‘De nieuwe Rembrandt’ samen met mijn vrouw en dochter. In dit programma worden door 3 ‘experts’ kunstwerken beoordeeld op hun ‘Rembrandtfactor’. Mijn dochter werd al snel opstandig van de opstelling en de air van de ‘experts’. Zo was er een groot wit kruis met daarop een kruisbeeld waaraan een koordje hing. Als je daar aan trok klonk een kinderliedje. De kunstenaar vertelde daar over dat het een aanklacht was tegen het kindermisbruik in de kerk. Duidelijk.
Toen het kunstwerk binnen werd gebracht voor de ‘experts’ werd er lacherig over gedaan, er werd dan nog net aan het touwtje getrokken maar het kunstwerk werd weggezet als niet ter zake doende. Mijn dochter vond dat heel onrechtvaardig. Waarom mag zo’n kunstenaar niet vertellen wat het idee is achter zo’n kunstwerk? Ik verdedigde toen nog het besluit van de programmamakers door te zeggen dat een kunstwerk als uniek werk een eigen zeggenschap moet hebben en dat in een museum ook niet bij elk kunstwerk wordt uitgelegd wat de kunstenaar er mee bedoeld heeft.
Later bedacht ik, na het lezen van een tv recensie in de Volkskrant, dat er wel degelijk iets mankeerde aan dit programma. Er werd door de ‘experts’ niet serieus nagedacht over de aangeboden kunstwerken. Een blik op het werk en men had zijn mening klaar. Niet nadenken of doordenken over wat er werd aangeboden, wat de diepere laag zou kunnen zijn. Ongetwijfeld om de vaart in het programma te houden. Terwijl er ook een kunstwerk werd binnengebracht dat al goed werd bevonden op basis van de naam van de kunstenaar. Deze was bij één van de ‘experts’ bekend en de twee andere volgde dociel zijn mening en vonden het werk ook meteen heel erg goed.
Waarom schrijf ik dit?
Ik moest hieraan denken toen ik gisteren door een goede vriend opmerkzaam werd gemaakt van het feit dat er een recensie van mijn laatste bundel was verschenen op Meander. Ene Kees G. te A. had zich aan mijn boek gezet op een manier die bij mijn vriend het stoom uit zijn oren deed komen. “Wat denkt die overjarige elitaire hippie wel. Naar mannetje met zijn paardenstaartje.”, hij had inmiddels op internet informatie ingewonnen over de schrijver van het ‘zure, naargeestige stuk’
Ik heb de recensie gelezen had daar de volgende gedachten bij.
Kees G. beweert van alles maar geeft geen voorbeelden. Niets prikkelt, alles is saai en als voorbeelden geeft hij dan korte stukjes van soms maar een paar woorden. Uit de context getrokken zonder verder commentaar waarom dat dan blijkbaar saai of monotoon-brommerig zou zijn. Als dieptepunt wordt het enige rijmende gedicht aangehaald. Pijnlijk noemt Kees G. het. Waarom Kees? Waarom is dit pijnlijk? Geef daar duiding aan, neem je werk als recensent serieus.
Laat ons neuken Nora, je windt me op
want alleen jij kunt je lippen zo tuiten
als ik streel over het vlees aan je kuiten
kom schat, nog een keer, hoppa-hoppa-hop
O, maar nu begrijp ik het zal je zeggen. Maar is dat zo? Dit is een strofe uit een gedicht van Kees G. Een strofe uit een gedicht waarmee hij een prijs heeft gewonnen. Wederom, zo uit de context getrokken zou je kunnen zeggen: lekker vulgair met een kinderlijk rijmpje aan het einde (quote bevriende dichter).
‘Als je poëzie serieus neemt, dan is er maar een maatstaf, de hoogste.’ Schrijft Kees G. Is dat zo Kees?
In de afgelopen jaren ben ik verschillende keren door dichters en aankomende dichters benaderd en gevraagd om commentaar te geven op hun gedichten. Dat heb ik altijd met nuance gedaan, niet alleen maar de zwakke punten benoemen maar vooral de sterke kanten benadrukken, stimuleren, enthousiasmeren. Een paar van deze mensen zijn inmiddels zelfs door Meander geïnterviewd en als talenten bestempeld. Wat ik maar wil zeggen is dat de beschrijving van Kees G. een zeer eenzijdig beeld schept van de werkelijkheid. Ik heb mijn bundel er even bij gepakt (en je kunt dit verifiëren door mijn blog te lezen) en wat blijkt: 3 gedichten uit de bundel hebben de eerste prijs gewonnen in poëziewedstrijden waaronder die van de LAZ en de SLAU, 4 gedichten zijn genomineerd in poëziewedstrijden of waren laureaat gedichten en maar liefst 15 gedichten werden gepubliceerd in tijdschriften, magazines en op literaire en /of poëziewebsites op het internet.
Tientallen mensen vonden mijn gedichten blijkbaar goed of goed genoeg. Wie zou er dan gelijk hebben, al die mensen en de inmiddels honderden mensen die mijn bundels hebben aangeschaft of Kees G. ‘Een zwetende schilferige zestiger’ (quote bevriend dichter)?
De kwalificaties van mijn vriend hebben allemaal door mijn hoofd gespeeld, de eerste keer dat ik de recensie las, daar ben ik heel eerlijk over, als je integriteit en je rechtvaardigheidsgevoel wordt aangetast verval je snel in vileine termen. Ik ben de eerste die zal erkennen dat niet al mijn gedichten even goed zijn, dat ik wel eens in de val van het cliché trap of dat mijn poëzie soms wel erg abstract is (dat is ook zo). Tegelijkertijd weet ik dat veel mensen van mijn gedichten genieten en dat ze mijn poëzie waarderen. De mening van 1 mens kan daar niets aan veranderen.
Ik hoop met bovenstaand stuk een eerlijk tegengeluid te hebben gegeven. En Meander? Meander stond een aantal jaar geleden te boek als licht elitair en nogal negatief in haar besprekingen van ‘minder bekende dichters’. De afgelopen jaren is daarin verandering in gekomen en ik beschouw de recensie van Kees G. dan ook maar als een incidentele terugval. Ik ben niet voor niets pas geleden Vriend van Meander geworden. Ik zal dat ook blijven, want in tegenstelling tot Kees G. hou ik wel van poëzie en al haar beoefenaren.
Dat wilde ik kwijt.
Wil je de recensie met eigen ogen lezen? Dat kan op: http://meandermagazine.net/wp/2012/04/in-het-wangslijm/
Steun het Kinderboekenmuseum!
Publieksprijs
Het Kinderboekenmuseum in Den Haag is genomineerd voor de BankGiro Loterij Museumprijs 2012, een prestigieuze publieksprijs in de Nederlandse museumwereld. De jury van de Museumprijs looft het Kinderboekenmuseum om de sterke combinatie van inhoud en vorm, de vriendelijke service en de manier waarop kinderen worden betrokken bij het onderwerp. Ze noemt het museum een lust voor het oog. Alles in het museum stimuleert de fantasie en wakkert de nieuwsgierigheid naar boeken, schrijvers en lezen aan, aldus de jury. Van 1 maart t/m 1 april kan het publiek zijn stem uit brengen. De Museumprijs is een initiatief van het Prins Bernhard Cultuurfonds en de BankGiro Loterij, in samenwerking met de Nederlandse Museumvereniging. Het Kinderboekenmuseum, onderdeel van de Stichting Letterkundig Museum, heropende in december 2010 na een grootscheepse renovatie. Het is een literair luilekkerland geworden waar kinderen van 3 t/m 13 jaar verhalen ontdekken, beleven én zelf kunnen maken. Met name met Papiria heeft het Kinderboekenmuseum een voorbeeldstellende educatieve expositie gerealiseerd die uitblinkt door haar bijzondere vormgeving en ingenieuze digitale toepassingen. Multimedia en diverse kunstdisciplines zijn ingezet om Papiria tot een interactieve belevenis te maken waardoor het klassieke medium boek eigentijds wordt. Doe mee en stem op het Kinderboekenmuseum. Dit kan via www.museumprijs.nl/kinderboekenmuseum
Waar gaat het eigenlijk over?
De betekenis van een gedicht
De titel boven dit stukje is natuurlijk geleend van Theo en Thea, twee jeugdhelden. Toch dekt dit de lading van wat ik hier met jullie wil delen. Als dichter krijg je nog wel eens de vraag waar een gedicht nu eigenlijk over gaat. Mijn antwoord is dan altijd een wedervraag: Waar denk jij dat het gedicht over gaat? Natuurlijk wordt elk gedicht geschreven vanuit een bepaalde gedachte of voorval of zomaar vanuit een inspirende gebeurtenis (en dat kan werkelijk van alles zijn) maar het belangrijkste voor mij is wat de lezer er uit oppikt of meeneemt. Toch kan een uitleg soms heel verhelderend werken. Ik kwam het volgende stukje en gedicht tegen op de site van Barbara Weibel.
Martin Galvin, described for me the background for his poem, “Passive Aggressive.” He was sitting in an airport terminal. Across the aisle sat a young woman with two young men seated on either side of her. “She was so obviously trying to impress one of these young men by regaling him with tales of her travels,” Martin explained. “But she used the word ‘like’ three times in every sentence.” His poem so clearly captures the essence of his experience:
PASSIVE AGGRESSIVE
by Martin Galvin
It’s like I just like have to kiss
a boy in every city where I am like at.
It’s just so totally like I do this. Kiss.
So I am like last year? in Florence?
Italy? So weird.
I mean totally it was like so weird
I hadn’t like kissed like one of them?
And I was so totally like bummed.
So I see this really like old man
at the airport and like it’s what
I do so I go totally up to him and like
kiss him and it was totally like weird.
He was like twenty-seven and his wife
– it was like Like. She was like
so passive aggressive. Like sulked.
I was just like. It was like I did it?
Like totally kept my kiss list going? Weird.
Over taalvervuiling gesproken.
De vele gezichten van poezie
De eerste wereldoorlog
Twee gedichten over de eerste wereldoorlog
Ernst Jandl (1925-2000)
schtzngrmm
schtzngrmm
schtzngrmm
t-t-t-t
t-t-t-t
grrrmmmmm
t-t-t-t
s——-c——-h
tzngrmm
tzngrmm
tzngrrnm
grrrmmmmm
schtzn
schtzn
t-t-t-t
t-t-t-t
schtzngrmm
schtzngrmm
tssssssssssssssssssss
grrt
grrrrrt
grrrrrrrrrt
scht
scht
t-t-t-t-t-t-t-t-t-t
scht
tzngrmm
tzngrmm
t-t-t-t-t-t-t-t-t-t
scht
scht
scht
scht
scht
grrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr
t-tt.
schtzngrmm = schützengraben = loopgraaf
John MacCrae (1872 1918)
In Flanders Field
In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.
We are the Dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow,
Loved and were loved, and now we lie
In Flanders fields.
Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.
Literaire kunst
Verdeling naar genre
Als een dichter iets wil meedelen zijn er drie mogelijkheden:
A. Hij kan objectief tegenover zijn stof staan, d.w.z. de gebeurtenissen meedelen, zonder daarbij zijn persoonlijke gevoelens de boventoon te laten voeren;
B. Hij kan subjectief tegenover zijn stof staan, m.a.w. het gebeuren verdwijnt naar de achtergrond, en de persoonlijke gedachten en gevoelens worden geuit;
C. Hij kan het gebeuren in toneelvorm uitbeelden.
Zo kom je tot een driedeling:
A. Epiek (objectief): verhalende dichtkunst
B. Lyriek (subjectief): gemoedsuitstorting
C. Dramatiek: uitbeelding in toneelvorm
Vroeger werd naast de drie genoemde genres nog een vierde onderscheiden: didactiek. Hieronder werd dan verstaan: de dichtkunst waarin de schrijver de bedoeling had zijn lezers iets bij te brengen, te leren.
Het is evenwel duidelijk, dat didactiek niet op een lijn gesteld kan worden met epiek, lyriek en dramatiek; er is immers geen sprake van een andere houding ten aanzien van de stof. Didactiek kan niet op zichzelf voorkomen; wel kan men zeggen, dat het didatische element in elk van de genres een belangrijke rol kan spelen.
* Waar ik hier spreek over hij/hem bedoel ik uiteraard ook zij/haar.
Literaire kunst
Nieuwe categorie
Wie mij kent weet dat ik nogal van de boeken ben. Ik mag erg graag tussen oude boeken snuffelen en zo vond ik bij een tweedehandsboekenwinkel het volgende boekje uit 1962.

Literaire kunst van H.J.M.F. Lodewick, leraar aan het stedelijk Lyceum te Maastricht.
In dit boekje heel veel theorie over literaire kunst en met name over poëzie. Omdat ik denk dat elke (aspirant) dichter in ieder geval iets zou moeten weten over de theorie van poëzie ga ik de komende tijd jullie vermaken met voorbeelden van Vorm en Inhoud want; “Vorm en Inhoud zijn een” zoals door de Tachtigers al sterk naar voren is gebracht (dit laatste verzin ik niet, dat staat in dit leuke boekje).
De nadruk zal liggen op de inhoud met zijn letterkundige voortbrengselen. Je ziet de taal is hier en daar wat ouderwets maar ja het boekje is dan ook al bijna 50 jaar oud. Maar de theorie besproken staat nog altijd als een huis.








