Site-archief

Literaire wandelingen

Deel 1: Hans Warren wandeling

.

Een nieuwe categorie op dit: De literaire wandeling, waarbij ik me wel beperk tot literaire wandeling in relatie tot dichters. Er zijn vele literaire wandelingen in relatie tot proza schrijvers, heb je daarin interesse dan verwijs ik je graag naar de rubriek op Google.

Vandaag deel 1, de Hans Warren wandeling door Zeeland. Hans Warren (1921-2001) schrijver en dichter uit Borssele debuteerde in 1946 met de dichtbundel ‘Pastorale’. Hoewel Hans Warren vooral bekendheid geniet door zijn Geheime dagboeken heeft hij ook als dichter zijn sporen verdienD. Zo publiceerde hij in 1959 de populaire bloemlezing van de poëzie van P.C. Boutens met als titel ‘Mijn hart wou nergens tieren’.

De literaire wandeling, aan de hand van gedichten en fragmenten uit Geheim Dagboek loopt door het Zeeland van Hans Warren. Hans Warren leefde en werkte bijna zijn gehele leven tussen Westerschelde en Oosterschelde. Hier schreef hij zijn kritieken voor de krant, ontstonden zijn verzen en hield hij minutieus zijn dagboek bij. Hij zag ook hoe het Zeeuwse landschap veranderde. Op de plekken waar hij als kind fossielen zocht en uitkeek naar vogels, verrees een kerncentrale en een industrieterrein. Het station waar hij jarenlang zovelen verwelkomde en van zovelen afscheid nam, is er niet meer.

Langs de zeedijk loopt één van de nieuwe wandelingen van het Wandelnetwerk Zeeland. ( Zeedijk langs de Westerschelde ter hoogte van De Sluishoek bij Borssele). Daar staat ook dit bord met een gedicht van Hans Warren ‘Juli aan de Scheldedijk’.

.

Juli aan de Scheldedijk

Wit dons kleeft op het vuile schuim
dat rimpelloos over de slikken
de kust bevloeit. Er stierven krabben
en kwallen droogden tot een vlies.
Laag strijken vale meeuwen over,
ze ruien en hun harde pennen
dalen in puntige spiralen.
Het gras tussen de blauwe spleten
wolkt wrange stuifmeel. Lang geleden
vervloeiden horizon en water.

.

slik

Zoon van alle moeders

Herman Brood (1946-2001)

.

Tussen 1996 (Broodje gezond) en 2003 (Broodje springlevend) schreef Bart Chabot in 4 boeken over het leven van Herman Brood. Ik heb alle delen met veel plezier gelezen (evenals ander werk waaronder de poëzie van Bart). Wat me opviel in de Broodje reeks waren de taalvondsten van Herman Brood, de manier waarop hij met taal kon spelen, zijn frisse en originele kijk op dingen.

In 1988 kwam een dichtbundel uit van Herman Brood ‘Zoon van alle moeders’ met een omslag van Lucebert. In deze bundel schrijft Herman fragmentarische gedichten (de meeste zonder titel) die voornamelijk over zijn leven als Rock & Roll junkie gaan. In 2002 verschijnt het boek ‘Kwartjes vallen soms jaren later’ waarin behalve gedichten ook tekeningen van hem zijn opgenomen.

Wat verder opvalt in deze bundel is het (gesproken) taalgebruik van Herman. In een soort plat Nederlands (als ik wordt ak, doe ik niet wordt doe’k nie) schrijft hij zijn gedichten op zoals hij ze zou uitspreken.

Misschien niet voor iedereen deze teksten maar bijzonder genoeg om nog eens aandacht aan te besteden. Hieronder het gedicht (zonder titel) Verdachte.

.

Verdachte… u bent reeds talloze malen

verloren gewaand

ontelbare observaties

uw schedel vrijwel leeggestolen

door hen die u als gabbers omschrijft.

.

‘k Heb geen vriende, Edelachtbare

.

Dáccord Brood, de vraag echter

waarom u een geladen revolver

meeneemt naar een bezoek

aan de ‘dag en nacht open’ farmasie

blijft onbeantwoord.

.

Ik ben de maagd edelachtbare

en tevens van lichte zeden…

.

Hij gaf een hengs op die tafel,

schrok er zelf van.

.

U kunt niet eeuwig uw adolessensie

uitstellen verdachte!

.

Brood