Site-archief
In één nacht
Over de doden
.
Over de doden niets dan goeds. Over hen die gaan sterven ook niet. Over een stervende heeft Herman de Coninck het volgende gedicht geschreven met de titel ‘In één nacht’ uit de bundel ‘Gedichten’ uit 2000.
.
In één nacht
In één nacht, tussen twee infarcten in, zegt ze hem
nog gauw waar hij de sleutel van haar kluis
kan vinden. Hij had een treffender laatste zin in huis.
Maar zij kent hem beter. Doodgaan is niets, maar al
die paperasserij. Hou jij je maar bezig met erven,
ik met sterven.
Hoe noem je iets wat je niet meer bent, een zoon of zo? Pijn?
De deur waardoor hij in het leven kwam, staat open. Het tocht
van oneindigheid. Van eindigheid. Hij is. Hij moet zijn.
.
Mijn moedertje
Herman de Coninck
.
Vandaag een gedicht van Herman de Coninck over zijn moeder. Het is niet het enige gedicht dat hij schreef zijn moeder. Uit de titel van dit gedicht maar zeker ook uit het gedicht zelf, blijkt voor mij de liefde die hij voor zijn moeder voelde. Uit de bundel ‘de Gedichten’ uit 1998.
.
Mijn Moedertje
juist als ik bedenk hoe onnoemelijk mooi je rug
verandert in twee wonderen,
komt mijn moeder binnenvallen om nog avondijke
overschrijvingen te doen. we zoeken beide de vrede
des harten op nogal verschillende manieren.
ze komt om haar dagelijkse portie zoon.
ze zegt dat ik mijn voeten moet verwijderen
van de zetel van haar keuze, en laat er dan
haar achterste als een strandbal in neer.
op de schoot waar ik vroeger zat liggen
belastingformulieren die ze beter begrijpt.
het is niet haar fout dat ik mezelf ben,
echt niet. we zwijgen.
tot ze eindelijk slapengaat. ik plak
een zoen als een scheve postzegel
op haar kaak. ik lig een verdieping hoger wakker
dan zij. door de avond razen treinen
als lange aa’s door lange ziekenzalen.
.
Pointillisme
Voor Laura en Tom
.
Verrast was ik toen ik al lezend in ‘De Gedichten’ van Herman de Coninck het gedicht ‘Pointillisme’tegen kwam. Niet zozeer door de titel of de inhoud maar door het gegeven dat het ‘voor Laura en Tom’ was geschreven. Mijn tweeling neefje en nichtje heten zo, dus speciaal voor hen vandaag dit gedicht van Herman uit de bundel ‘Vingerafdrukken’ uit 1997..
.
Pointillisme
Voor Laura en Tom
Sloten onder kroos, pointillisme
van groen, stilliggend geril
van begin, natuur die vijf miljard puntjes tegelijk
op haar i’s zet.
Ik op mijn buik langs zo’n sloot.
Geef me mijn bril eens. Puntjes op de i inspecteren
is mijn beroep en vooral: daarbij op mijn buik liggen.
Hoeveel puntjes heb je nodig voor groen?
Hoeveel zandkorrels, zandkorzels, voor strand?
Hoeveel mensen voor mensheid?
Twee.
Iemand met sproeten, en iemand die ze telt.
.
Kies mij
Pastorale
.
Dat Herman de Coninck niet alleen maar hele mooie en gevoelige gedichten schreef, maar ook gedichten waar humor en spot in zit, bleek al eerder uit gedichten die ik van hem plaatste. In het openingsgedicht zonder titel uit de kleine bundel Pastorale (11 pagina’s) uitgegeven door AMO in 1993, blijkt dit eens te meer.
De gedichtencyclus Pastorale van Herman de Coninck verscheen ter gelegenheid van de 38ste verjaardag van Kristien Hemmerechts. De toenmalige partner van De Coninck. Hugo Claus maakte voor de gelegenheid een ets, als frontispice van de luxe editie. De totale oplage bedroeg 38 exemplaren. De tien luxe ex. werden in twee kleuren gedrukt door Rob Cox en in halfperkament gebonden. De ets werd door Claus gesigneerd. De Coninck signeerde in het colofon. Dat dit bundeltje een gewild verzamelobject is blijkt wel uit de geschatte waarde bij Catawiki van tussen de € 500,- en de € 700,-.
.
*
Kies mij. Kies mij uit de hele
wereldbevolking. Bij enkele anderen
mag je een beetje aarzelen,
maar kies mij.
.
Gemor, wereldwijsheid die niemand
nog wil, grappen van nonkel Lowie,
je doet er twee armen omheen
en het is van jou. Je mag het hebben.
.
Ik zal je wel krijgen. Ik krijg je alle dagen.
Ik mag zelfs je dochter graag zien.
Laten we met ons allemaal trouwen.
.
Nog een geluk dat
Herman de Coninckzondag
.
Vandaag een gedicht uit de bundel ‘De gedichten’ van Herman de Coninck, die in 1998 door de Arbeiderspers werd uitgegeven. Het betreft hier het gedicht met de titel ‘Nog een geluk dat’.
.
Nog een geluk dat
.
Zoals met de gek uit het grapje
die zich voortdurend met een hamer
op het hoofd sloeg, en naar de reden gevraagd, zei:
‘Omdat het zo prettig is als ik ermee ophou’ –
zo is het een beetje met mij. Ik ben ermee opgehouden
je te verliezen. Ik ben je kwijt.
Misschien is dat geluk: een geluk bij een ongeluk.
Misschien is geluk: nog een geluk dat.
Dat ik aan jou kan terugdenken, bv.,
in plaats van aan een ander.
.
Er is hier. Er is tijd.
Herman de Coninck
.
Op deze Herman de Coninckzondag een gedicht zonder titel uit zijn bundel ‘Schoolslag’ uit 1994 uitgegeven door de Arbeiderspers.
.
Je moet niet alleen, om de plek te bereiken,
thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken.
Er is niets te zien, en dat moet je zien
om alles bij het zeer oude te laten.
Er is hier. Er is tijd
om overmorgen iets te hebben achtergelaten.
Daar moet je vandaag voor zorgen.
Voor sterfelijkheid.
.
Jaarringen
Geef me nu eindelijk wat ik altijd al had
.
Na een aantal mooie liefdesgedichten van Herman de Coninck de afgelopen zondagen, vandaag een wat ander, wat schurender gedicht van deze meesterlijke dichter. Het gedicht zonder titel uit ‘Geef me nu eindelijk wat ik altijd al had’ uit 2009.
.
Hij ziet in de kleedkamerspiegel de jaarringen
rond zijn ogen, als kringen van stenen in een poel:
ze hebben gezien, gezien, gezien, maar blijven bezig
met niet meer glad te strijken gevoel.
.
Ze zien Bedrogen Echtgenoot. Theater.
Hij is de man in de verkeerde
reus, de waarheid in het cliché, hij zeult maar.
De rol is eeuwig. het wordt nooit meer later.
.
Alles trekt scheef als in een farce.
Armen waaien van hem los in gestes, taal
gaat wapperen, barse wanhoop wankelt door de holle
.
hallen van zijn stem, slingerende grootspraak slaat
een arm om hem heen: hij en hem, de laatste twee dapperen.
Zijn lul verschrompelt. Hij hoort zijn kloten knarsen.
.
Ginder
Onderweg
.
De bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991 van Herman de Coninck bestaat uit drie delen of hoofdstukken. ‘Het meervoud van geluk’, ‘Zonder’ en ‘Onderweg’. Het laatste gedicht uit de bundel is ‘Ginder’ en volgt na twee gedichten Hier [1] en Hier [2]. Hoewel de titels van de drie gedichten enige samenhang suggereren heb ik die niet kunnen ontdekken. Wel tussen de gedichten Hier [1] en [2] maar niet met Ginder.
Omdat ik al gekozen had voor ‘Ginder’ houden jullie de andere twee gedichten tegoed. Of je leest ze zelf in ‘Enkelvoud’ natuurlijk.
.
Ginder
.
Ik zoek een dorp.
En daarin een huis. En daarin een
kamer, waarin een bed, waarin een vrouw.
En in die vrouw een schoot.
.
Buiten maakt de rivier zich breed
om ver te gaan, de zilvergeschubde,
vissenhebbende, botendragende,
zeezoekende, hierblijvende.
.
Zo zoekt een vergelijking
een gedicht voor de nacht,
een man een vrouw,
een leeslint een vouw.
Nacht klapt het boek dicht.
.

















