Site-archief
Sonny Rollins in Londen
Bernlef
.
Sonny Rollins (1930) is één van de laatste jazz legendes die nog in leven is. Hij begon op zijn elfde, en speelde al voor zijn twintigste samen met Thelonious Monk. Tegenwoordig toert hij nog en neemt hij nog albums op. Generatiegenoten met wie hij opnamen maakte en die hij inmiddels overleefd heeft, zijn onder anderen John Coltrane, Miles Davis en Art Blakey. Rollins staat bekend om zijn krachtige sound die hij onder meer aan zijn circulaire ademhalingstechniek en het gebruik van een heel open mondstuk te danken heeft.
Poëzie en Jazz is al lang een gelukkige combinatie gebleken (denk aan dichters als Remco Campert, Jules Deelder etc.). Ook schrijver, dichter J. Bernlef schreef over jazz in zijn gedichten. Bernlef debuteerde in 1959 met de poëziebundel ‘Kokkels’ in de hoogtijdagen van de Jazz.
In de bundel ‘Gedichten 1960 – 1990’ staat het gedicht ‘Sonny Rollins in Londen’ te lezen.
.
Sonny Rollins in Londen
.
begon met een blues
die geen blues bleek te zijn
maar zich ontspon tot Melancholy Baby
rookgordijn slechts voor de volgende song
Skylark verbleekt via Polkadots and Moonbeams
als een schaduw verdwijnend in glas
The song is You;
het publiek wordt zichtbaar
applaudisseert.
.
Een typische truc
niet de midvoor met de bal
maar de keeper
zich krabbend achter het oor
valt mij op
de man bij het scorebord
die zich even vergist en
de thuisclub het doelpunt wil geven
is voor mij van belang;
de uitslag is nieuws
en geen poëzie
.
De wetten van het mes
zijn niet die van het woord
verlengstuk van het oog
waardoor het zichtbare
onzichtbaar wordt
d.w.z. u denkt de blues
maar het woord, het lied
bent u zelf.
.
Met dank aan Wikipedia.
Tweedst
J. Bernlef (1937 – 2012)
.
J. Bernlef is het pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman. Bernlef was schrijver, dichter en vertaler. Ik kende hem vooral als schrijver maar van de meer dan ruim 80 boeken en bundels die van hem bij leven zijn uitgegeven zijn er 25 met poëzie. Bernlef debuteerde in 1959 met de gedichtenbundel ‘Kokkels’. Vanaf 2002 publiceerde hij onder het pseudoniem Bernlef (zonder de initiaal J.), soms als Henk Bernlef (hij heeft eerder vertalingen gemaakt als Jan Bernlef).
Bernlef ontving tijdens zijn leven vele literaire prijzen als de Reina Prinsen Geerligsprijs voor ‘Kokkels’ (1959), de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre (1984) en de P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre (1994).
In 1988 verscheen bij Querido de verzamelbundel ‘Gedichten 1970 – 1980’.
Uit deze bundel het gedicht ‘De kunst om tweedst te zijn’ (Voor het eerst gepubliceerd in de bundel ‘Stilleven’ uit 1979).
.
De kunst om tweedst te zijn
.
Net achter de leider de zijweg ingeglipt
(die hij niet had gezien)
en zo de bessestruik ontdekt
.
Goed, ze smaken bitter maar
aan alles wen je op den duur
.
Kleine, harde bessen, zuur
maar zoet smakend naast het
al half vergane lijk van de leider.
.







