Site-archief

Gedachten aan jou

Toon Tellegen

.

Zoals elk jaar neem ik ook dit jaar weer even wat gas terug in de vakantieperiode. Dat wil niet zeggen dat er niet dagelijks een bericht van mij zal verschijnen met een gedicht, maar dat zal het dan ook zijn, een gedicht uit één van de vele bundels uit mijn boekenkast met verwijzing naar welke bundel. Vandaag wilde ik beginnen met het gedicht ´Gedachten aan jou´ van Toon Tellegen (1941) uit de bundel ´Mijn winter´ uit 1987.

.

Gedachte aan jou

.

Gedachten aan jou zijn lastig –

ze zeuren,

vragen iets onmogelijks,

willen nooit slapen,

ruimen nooit iets op

en sturen dagen, misschien wel jaren, grondig in de war,

maken nooit iets af.

Aan welke wereld ik ook denk,

de een probeert het bed,

een ander maakt iets los,

een derde geeuwt alsof,

een vierde is ernstig – mag meteen weer vertrekken –

een vijfde vindt een boek

‘Houses and rooms are full of perfumes… the shelves

are crowded with perfumes…

een zesde leunt op mijn tafel,

aarzelt tussen twijfel en verbazing,

een zevende is verlegen,

maar de achtste gedachte aan jou weet iets beters,

sluipt op haar tenen

de gangen door de trappen op naar de kantelen,

schrikt van de inktzwarte lucht om haar heen

en het heden,

.

overal.

.

Valentijnsdag

Gedicht over de liefde

.

Hoewel ik niets heb met allerlei, vanuit de Verenigde Staten hier terecht gekomen, ‘feestdagen’ zoals Halloween, Kerstfeest met cadeautjes en Valentijnsdag (dit zijn in mijn optiek toch vooral door de commercie geïnspireerde ‘feestdagen’ wil ik toch een kleine uitzondering maken voor Valentijnsdag, 14 februari. Eigenlijk alleen maar omdat dit een mooi excuus is om weer een een prachtig liefdesgedicht met jullie te delen. En er zijn zoveel liefdesgedichten (ik heb er zelf twee bundeltjes mee gevuld ; Je hebt me gemaakt met je kus en XX-XY) dus de keuze is altijd reuze. Vandaag koos ik voor het prachtige gedicht van Toon Tellegen met de titel ‘Een gesprek’ uit de bundel ‘Mijn winter’ uit 1987.

.

Een gesprek

 

“Waar zullen wij afscheid nemen?
“In de regen”
“Zullen wij schuilen?”
“Nee!”
“Hoe zullen wij ons voelen?”
“Ziek, vals en verlegen.”
“Wat zullen wij zeggen?”
“Wij zullen het niet weten.”
“Wat zullen wij denken? ”
“Was het maar gisteren, morgen of nooit.”
“Zal een van ons gelijk hebben?”
“Geen van ons zal gelijk hebben.”
“Zullen wij elk een andere kant op gaan?”
“Wij zullen elk een andere kant op gaan.
“Zullen wij omkijken?”
“Een van ons zal omkijken. Stilstaan, aarzelen en omkijken”

.

Zo spraken ze tegen elkaar, telkens weer
opnieuw.
Maar zij vroegen nimmer wie. Wie
zou omkijken. Wie.

.