Site-archief

Vrije gedachte

Denk na!

.

De afgelopen week heb ik me weer verbaasd over hoe de geest van de mens werkt. In een televisieprogramma over sekten waren het mensen die blind en kritiekloos de meest dubieuze sekteleiders volgden, in de politiek stemgerechtigden die blijkbaar zonder enige vorm van kennis dingen zeiden waarvan elk realistisch en objectief denkend mens meteen weet dat het waanideeën of nepnieuws is, op partijen stemden waarin allerhande dubieuze types de lijsten bevolkten (massamoordenaar-verheerlijkers, uitgesproken Nazi’s, post NSB-ers en ga zo maar door), of zomaar teksten bezigden waar geen touw aan vast te knopen was of waar de onzin en onwaarheden strijden om een plaatsje op de eerste rij.

Waarom deze wat lange inleiding? Binnen de groep van de zoogdieren neemt de mens een bijzondere postie in. Op vele terreinen maar wat ik zelf altijd de meest bijzondere eigenschap van de mens heb gevonden ten opzichte van zijn soortgenoten, is het gegeven dat wij mensen over een (vrije) eigen wil beschikken en uitzonderlijk functionerende  hersenen hebben Hoewel andere zoogdieren ook complexe hersenen hebben, bezit de mens een ongekend grote en complexe neocortex, wat resulteert in abstract denken, zelfbewustzijn, complexe taal en probleemoplossend vermogen.

De laatste tijd (het speelt vaker op) vraag ik mezelf af of we onze hersenen überhaupt wel gebruiken? Vraag ik mezelf af of mensen niet gewoontedieren zijn die het liefst de makkelijkste weg nemen en elkaar domweg napraten, nog louter hun onderbuik laten beslissen over wat te denken of te zeggen, niet meer nadenken, geen zelf gevormde gedachten hebben gebaseerd op nieuwsgierigheid en onafhankelijk denken. Dit waren allemaal gedachte die door mijn hoofd speelde toen ik in de bundel ‘Licht’ Het museum van de poëzie, 125 dichters uit meer dan vijftig landen aan het lezen was. Bij verschillende gedichten kwamen deze gedachten boven.

Dat is dan ook de reden dat ik twee van de gedichten uit deze bundel hier als dubbelgedicht wil plaatsen. Het eerste gedicht is van de Sloveense dichter Boris Novak (1953) en is getiteld ‘Beslissingen’ in een vertaling van Daan Bronkhorst uit 1995. Het tweede gedicht is van Ramsey Nasr (1974) en is getiteld ‘Tafelgenoten’. Het komt uit zijn bundel ‘Mi have a droom‘ uit 2013.

.

Beslissingen

.

Tussen twee woorden

kies het stilste.

.

Tussen woord en stilte

kies luisteren.

.

Tussen twee boeken

kies het stoffiger.

.

Tussen de aarde en de hemel

kies de vogel.

.

Tussen twee dieren

kies die je meer nodig hebt.

.

Tussen twee kinderen

kies beide.

.

Tussen het kleiner en het groter kwaad

kies geen.

.

Tussen hoop en wanhoop

kies hoop

die is moeilijker te dragen..

.

Tafelgenoten

.

Al wie dit hoort: schrikt niet.

Peinst niet dat ik echt in ’t radiomachien

of in uw woonst verborgen zit – hier klinkt

uw eigen onbekende stem van ether.

Modern-kekke mens, komt toch aan tafel

laat ons een kleine geschiedenis eten.

.

Hangt eerst uw zelfbeeld in de gang.

Legt goede smaak op de bestemde plank.

Veegt voeten, handen, eigenschappen.

Trekt uw beroep uit. Laat u zich gaan.

Staat u mij toe de laatste dromen

en vaste lastjes van u af te slaan.

.

Ik moet u, als in vroeger dagen

vragen het ras voorzichtig los te pellen.

Afkomst verwijderen, kleur ontkennen.

Wandelt nu rond, geheel doorschijnend

door alle lege kamers van het lijf.

Doden gelijk. En o ja: zeg jij tegen mij.

11

We zijn nu bijna zonder opsmuk.

Ontkleed je. Ga tot op de huid.

Kijken we samen naar je buik, je rug

tien vingers, één navel, het vet in je zij

alle botten, wervels en kiezen verzameld

alle trilharen aan tafel. Dat ben jij.

En in deze schaamte zijn we vrij.

.

Ik proost vandaag op onze naaktheid

in de hoop dat niemand ooit

het werelddeel in je ontdekt

je longen bezet, opvult met honger

en zijn geloof in je plant als een schoffel.

.

Zet je schrap tegen mij. Alleen hier

in weerloosheid zijn wij vrij.

.

Shall I shoot him, sir?

Maxim de Winter

.

In de kringloopwinkel kocht ik drie deeltje van de Aurea literaire kartons. Hoewel ik lang gezocht heb is er over deze reeks weinig bekend. Ze werden uitgegeven door A.W. Sijthoff in Leiden en mijn exemplaren zijn van 1966 en 1967. In de literaire kartons kwamen niet alleen poëzie bundels uit maar ook novellen, een korte roman en een essaybundel. Het merendeel was echter poëzie (6 van de 11 titels). Ik bezit ‘De transparante zee’ van Maxim de Winter, ‘Als de wind ophoudt’ van F.W. van Heerikhuizen en ‘Uit een volslagen duisternis’ van Arnold de Vos. De redactie is in alle gevallen gedaan door Bert Jansma, Jan-Willem Overeem, Jan van der Vegt en Ger van Wijck.

Alle bundels hebben een zelfde uiterlijk. sober met bovenaan de titel en auteur en onderaan een gouden cirkel. De bundeltjes hebben tussen de 45 en 47 pagina’s en zijn op de achterflap voorzien van enige informatie over de dichter. Zo is op de achterflap van ‘de transparante zee’ van Maxim de Winter te lezen:

“De gedichten van Maxim de Winter geven op een bijzondere wijze een ervaring van de werkelijkheid weer. Deze is voor hem uiterst veelomvattend en daardoor ook chaotisch. Dit weerspiegelt zich in zijn verzen. Zijn vaak gedurfde beelden heeft hij uit alle hoeken van het bestaan gehaald. hij heeft er de realiteit voor doorkruist in ruimte en tijd.”

Over de dichter is vermeld dat hij in 1945 is geboren (volgens de Nederlandse Poëzie Encyclopedie overleden in ca. 2012) en gedichten van zijn hand verschenen in ‘Vandaag’, ‘De Nieuwe Stem’, ‘Raam’ en ‘Contour’. Daarnaast was deze Groninger dichter ook vertaler en auteur van de bundel ‘Jezus leeft en woont op Venus’ over de Scientology-kerk en andere sekten uit 1974.

Uit het bundeltje ‘De transparante zee’ koos ik het gedicht ‘Shall I shoot him, sir?’.

.

Shall I shoot him, sir?

.

openliggend zwerf ik

stenen, beroep de modder

van een vlag

.

vitaal berust ik, ademloos graas

ik een legger van beton,

mijn longen komen korter,

mijn hart komt kleiner in mijn borst.

.

roeiend verdoemde zwanen, steel

ik kransen voor mijn banaliteit,

begrijp

een demonische slak,

een woord van kalksteen mijn

aanwezigheid

.

zwaarmoedig rijd ik, padden onder

mijn voeten,

zwarte rotsen van koud licht, breed

kanaal,

een ijsbreker baant de doortocht

voor mijn hemellichaam.

.