Site-archief
Wat ik graag zie
Anton Korteweg
.
Ik kreeg van Ons Erfdeel vzw een foldertje toegestuurd met de aankondiging dat dichter Anton Korteweg een bloemlezing had samengesteld met vijfentwintig duetten van gedichten en schilderijen in een soort Musée imaginaire (een papieren museum zoals Ted van Lieshout het ooit noemde). In deze bloemlezing gedichten van bekende dichters (o.a. Hugo Claus, Judith Herzberg, Ida Gerhardt, Ingmar Heytze en Vasalis) en schilderijen van ook niet de minste (Rembrandt, Vermeer, Renoir, Gauguin etc.). Aan de omvang en de zorg die aan deze bundel is besteed (voor zover je dat uit een folder kan opmaken) lijkt de aanschafprijs van €35,- me legitiem.
Door deze folder ben ik weer werk van Anton Korteweg gaan lezen. Anton Korteweg (1944) studeerde Nederlands en Algemene Literatuurwetenschap te Leiden. Hij was enige tijd leraar Nederlands, wetenschappelijk medewerker Moderne Nederlandse Letterkunde te Leiden en vervolgens sinds 1979 hoofdconservator van het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te ‘s-Gravenhage. In die periode heb ik nog contact met hem gehad als lid van het comité van aanbeveling van het Nationaal Documentatiecentrum Maarten ’t Hart.
Zijn poëzie werd aanvankelijk gekenmerkt door de beschrijving van kleine alledaagse gebeurtenissen en de melancholische gevoelens waaraan deze appelleren. Daarbij speelt de ironisering van deze gevoelens een rol die bereikt wordt door dubbelzinnig taalgebruik en toespelingen op verheven onderwerpen in een alledaagse context. Naast zijn eigen dichtwerk was Korteweg poëzierecensent en verzorgde hij al eerder verschillende bloemlezingen.
.
Uit zijn bundel ‘In handen’ uit 1997 het volgende gedicht.
Wat ik graag zie
.
Wachtend voor ’t stoplicht, in ’t halfdonker nog,
op het Bevrijdingsplein, half acht, zag ik,
een vrachtwagen van Domomelk langsdenderen
met op de frisse flanken het bericht
dat, ingang heden, eindelijk het verschil
tussen houdbaar en lekker is verdwenen.
Ik ben niet jong meer, maar toen na een poosje
het dan toch tot me doorgedrongen was:
wij, jij en ik, we mogen ons elkaar
weer laten smaken, waarom ben ik toen
zo hard ik kon niet naar je terug gefietst?
.
Pretpark Poëzie
Ted van Lieshout
.
In 2015 december begon Ted van Lieshout ‘Pretpark poëzie’, een online magazine met poëzie voor kinderen en volwassenen. Hij riep mensen op om gedichten in te zenden voor een online magazine. Het idee achter Pretpark poëzie was dat er voortdurend gedichten aan toegevoegd konden worden, zodat het uiteindelijk een magazine vol gedichten zou worden. Omdat er vanaf het begin veel meer gedichten werden ingezonden dan er konden worden geplaatst moest men al meteen gaan selecteren.
Op Gedichtendag 2016 (in januari) verscheen deel 1 van Pretpark Poëzie en nu, ditzelfde jaar is men al aan deel 6 toe (verschijnt eind november). Pretpark Poëzie is er voor alle leeftijden maar er wordt in het selectieproces natuurlijk wel rekening gehouden met de leeftijd van de inzenders.
Het magazine (deel 2) is een feest om te lezen. Van gevestigde dichters tot heel onbekend, van poëzie van een 9 jarig meisje tot SMS poëzie. Prachtig vormgegeven is Pretpark Poëzie een plezier om te lezen en door te bladeren.
De tweede aflevering van dit magazine is hier https://issuu.com/tedvanlieshout/docs/pp2 te lezen en bekijken. Meer informatie staat op http://pretparkpoezie.nl/
Uit deze tweede editie het gedicht van Annie van Gansewinkel ‘Geen weg terug’.
.
Geen weg terug
.
Ik keer op mijn schreden
en zoek mijn sporen.
De weg terug is
nooit meer hetzelfde,
mijn voetstappen
staan achterstevoren.
.
Verzet
Ted van Lieshout
.
Dat de combinatie dichter en verzet ook tot opmerkelijke gedichten kan leiden bewijst Ted van Lieshout met zijn gedicht ‘Verzet’ uit 1997.
.
VERZET
veilig op haar eigen zolder. Tegen plunderaars en met
groot gevaar voor eigen leven, want wie de vijand
van de Duitsers hielp, werd op zijn minst gedeporteerd.
.
.
En toen de oorlog over was, bleek van het gezin alleen
de buurman nog in leven. Hij haalde zijn huisraad af,
zweeg, en deed de deur op slot. Al die tijd, moppert
zij, had ik ondergedoken joodse spulletjes in huis
en toen de vrede kwam, kon er nog geen bedankje af!
Wat, vraag ik haar, als niemand was teruggekeerd?
Aan wie zou u ze dan hebben gegeven? Aan niemand
natuurlijk, zegt ze. Dat had ik dan wel verdiend..
Met dank aan http://www.4en5mei.nl
Gedichten op vreemde plekken
Deel 76: Het Paleis in Antwerpen
.
In Antwerpen staat aan de Meistraat het Paleis, een theaterhuis voor kinderen, jongeren en kunstenaars in het hart van Antwerpen. Het Paleis is er voor kinderen en jongeren en richt zich op de podiumkunsten. In het restaurant/kantine van het Paleis staat op een muur een gedicht van Ted van Lieshout.
.







