Categorie archief: Gedichten op vreemde plekken

Gedichten op vreemde plekken

Deel 63: Op een schutting

.

Dit keer mer recht schuttingtaal. Een gedicht van @ngel@rt (Paul Verhulst) uit Gavere getiteld : Schuttingtaal

.

Gedichten op vreemde plekken

Deel 62: Op een muur van het station (Rotterdam)

.

Dit gedicht van de Rotterdamse stadsdichter Ester Naomi Perquin is aangebracht op een muur van het Centraal Station van Rotterdam.

.

Met dank aan @Dokajunk

Gedichten op vreemde plekken

Deel 61: In een parkeergarage

.

In een parkeergarage in Leeuwarden staat de eerste zin van het gedicht ‘Morgen rijd ik’  van J.J. Slauerhoff (1898 – 1936) onder de ruit van de bewakers/portierspost.

Hier het gedicht in zijn geheel uit de bundel ‘Serenade III’.

.

MORGEN RIJD IK

Morgen rijd ik met bedwelmende bloemen naar je toe.

Ik wil niet langer wachten, eindelijk weten hoe

Je bent; de bloemen zullen je verraden.

Als je liefdeloos bent, zullen ze kwijnen en treuren;

Als je kwijnt van verlangen, heviger geuren;

Als je brandt van verlangen, hun knoppen scheuren

En jij in een groot gebaar al je gewaden.

.

Gedichten op vreemde plekken

Deel 60 : Op een bankje bij het water

.

Via de twitter (@wvanheiningen) kreeg ik via @versvoeten de tip dat er op een bankje enige dichtregels te vinden waren. Zij verwezen me naar Sito Wijngaarden en via hem kreeg ik van Henny Hiemstra (zijn moeder) het verhaal achter het bankje aan het Wiid tussen Ried en Berlikum te horen/lezen.

Henny:
De tekst op het bankje is een passage uit een gedicht van de Friese dichter Tsjêbbe Hettinga. Hoe het heet, weet ik niet en kan ik op dit moment ook niet achterhalen. Ik kwam het tegen op de muur van de polikliniek van het Hartcentrum van het Medisch Centrum Leeuwarden. De woorden troffen mij en riepen bij mij het beeld op van de omgeving waar ik mijn jeugd heb doorgebracht en waar ik nu nog vaak kom. Mijn man en ik hebben er het tuinbankje uit de erfenis van mijn overleden ouders geplaatst voor fietsende/wandelende voorbijgangers die even van het uitzicht willen genieten en, wie weet, net als ik door de woorden geraakt worden.
De passage luidt:
‘Lit no de sinne troch de fjilden túgje en it gers him de ûnskuld fan’e jeugd heugje, lit wiid de sudewyn de fiere toer syn iere oere de tiidleaze greiden oerstruie’

.

Daar ik geen Fries spreek zou ik mijn lezers die dat wel doen willen vragen of ze de dichtregels willen vertalen naar het Nederlands. Die zal ik dan aan deze post toevoegen. Als iemand weet wat de titel van het gedicht is hou ik me eveneens aanbevolen.

Ik heb inmiddels een reactie van Auke Miedema (@Versvoeten) over de vertaling: Laat nu de zon als een paard paraderen door de velden en het gras zich de jeugdige onschuld herinneren. Laat wijds de zuidenwind de verre kerktoren zijn vroege uur over de tijdloze weiden uitstrooien.

Hartelijk dank hiervoor.

Henny voegde nog een link naar youtube toe: http://www.youtube.com/watch?v=d-hdgd1ng8o over de dichter Hettinga. Zeer de moeite waard!

Mocht je ook ergens een gedicht tegen komen op een bijzondere plek en heb je hiervan een foto? Neem dan even contact met mij op dan plaats ik hem onder deze categorie. woutervanheiningen@yahoo.com

Gedichten op vreemde plekken

Deel 59: Op het strand

.

De frequente lezer van mijn blog zal misschien zeggen: Ja maar je hebt al een keer op het strand als vreemde plek gehad.  Dat klopt alleen werd toen het gedicht aangebracht middels de banden van een truck. In dit geval is het met mensenhanden aangebracht. Het betreft hier een ‘gedicht’ van Nathan de Groot en het is aangebracht op de tweede Maasvlakte.

Het gedicht luidt:  Waar gedachten stranden, golft het zand.

.

Gedichten op vreemde plekken

Deel 58: op een trap

.

Op de trap voor de nieuwe centrale bibliotheek van Amsterdam stond een gedicht van de Amsterdamse dichter Simon Vinkenoog. Inmiddels is het van de trap gesleten en aangebracht op een raam bij de entree.

.

Een nieuw gedicht voor Amsterdam

.

Je ster gaat weer stralen, Am*dam

De magie gaat weer werken, Am*dam

Het voorjaar komt nader, Am*dam

Je wordt weer verliefd, Am*dam

Je gaat vrijer bewegen, Am*dam

Er kan weer gelachen worden, Am*dam.

.

Gedichten op vreemde plekken

Deel 57: Op een rots

.

Steenhouwer Pip Hall heeft in Yorkshire een oude traditie nieuw leven ingeblazen maar op een heel nieuwe manier. In de Yorkshire Moors loopt de Stanza Stones Trail. Waar eens romantische dichters over het landschap schreven en waar wandelaars van de natuur genieten heeft zij een eeuwenoude traditie in ere hersteld: het in stenen beeldhouwen  voor navigatie doeleinden, heilige kruisen, landschapmarkeringen en herdenkingsplaten. De gedichten zijn van Simon Armitage , geboren en getogen in Marsden. Ze zijn geïnspireerd op het landschap. Ze beschrijven het water in haar verschillende verschijningsvormen zoals mist, poel, regen, fauw en sneeuw. Al deze verschijningsvormen hebben bijgedragen aan het vormen van het landschap of een bijdrage geleverd aan de industrie die er is ontstaan.

Meer lezen over deze gedichten: http://www.culture24.org.uk/history%20%26%20heritage/literature%20%26%20music/poetry/art387056

Gedichten op vreemde plekken

Deel 56: Op cupcakes

.

Dat je gedichten op de meest vreemde plekken tegenkomt is me inmiddels wel heel duidelijk geworden. Toen ik met deze categorie begon dacht ik toch al vrij snel niets nieuws meer tegen te komen. Nu blijkt dat poezie zich juist heel goed leent om overal en nog ergens op te duiken. Zo ook op cupcakes.

.

Gedichten op vreemde plekken

Deel 55: Op een muurtje bij een deur in Leiden

.

De Rotterdamse dichterCornelis Bastiaan Vaandrager (1935 – 1992) schreef het gedicht ‘Nederlandse spoorwegen’ en dit gedicht staat , in de kleuren van de NS, op een muurtje naast een voordeur in Leiden aan de Moorsweg.

.

Nederlandse Spoorwegen

Tanja, je kunt kiezen:

  9.08
  9.28
    39
    55
 10.09
    30
    39
 11.09 
 11.43

Doe Amsterdam de groeten
en geen gesodemieter.

Voor meer informatie over het gedicht, de locatie en hoe het er zo is gekomen: kijk bij de reacties. Met dank aan Anne Vellinga.
.

			

Gedichten op vreemde plekken

Deel 54: Op een Mok

.

Op deze mok een gedicht van Robert Frost: The road not taken uit 1920.

.

The Road Not Taken

Two roads diverged in a yellow wood,

And sorry I could not travel both

And be one traveler, long I stood

And looked down one as far as I could

To where it bent in the undergrowth;
Then took the other, as just as fair,

And having perhaps the better claim

Because it was grassy and wanted wear,

Though as for that the passing there

Had worn them really about the same,

And both that morning equally lay

In leaves no step had trodden black.

Oh, I marked the first for another day!

Yet knowing how way leads on to way

I doubted if I should ever come back.
I shall be telling this with a sigh

Somewhere ages and ages hence:

Two roads diverged in a wood, and I,

I took the one less traveled by,

And that has made all the difference