Categorie archief: Gedichten op vreemde plekken
Gedichtenvanger of Poemcatcher
Breng gedichten onder de mensen
.
Waarschijnlijk ken je ze wel; de dreamcatchers, met draad en veren vormgegeven hangers die je dromen vangen (van oorsprong afkomstig bij de indianen van Noord Amerika). Menig huis of slaapkamer heeft er een hangen.
Gebaseerd op de dreamcather heeft de ‘stadsdichter’ van Edmonton (de hoofdstad van de Canadese provincie Alberta) een poemcatcher ontwikkeld. Anna Marie Sewell, de laureaatdichter van Edmonton lanceerde in september 2011 haar gedichtenvanger in het stadhuis van Edmonton. Deze houten boog met gedichtenvanger staat achter een tafel waarvan de poten gemaakt zijn van dichtbundels en waarop een boek ligt waarin de burgers van Edmonton hun gedichten of andere artistieke ingevingen kunnen noteren.
“The poem catcher is here for people of Edmonton to bring their impressions of what it is that makes Edmonton a place that we dream about, a place that we love, and a place that we call home,” aldus Sewell.
De ideeën, de woorden, de zinnen en de beelden gebruikt Sewell dan weer in haar stadsgedichten. Hierbij zal ze altijd op zoek zijn naar terugkerende thema’s in de bijdragen van de burgers van Edmonton.
Het gedichtenvanger project loopt tot het eind van haar termijn als laureaatdichter in juni 2013.
.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 61: In een parkeergarage
.
In een parkeergarage in Leeuwarden staat de eerste zin van het gedicht ‘Morgen rijd ik’ van J.J. Slauerhoff (1898 – 1936) onder de ruit van de bewakers/portierspost.
Hier het gedicht in zijn geheel uit de bundel ‘Serenade III’.
.
MORGEN RIJD IK
Morgen rijd ik met bedwelmende bloemen naar je toe.
Ik wil niet langer wachten, eindelijk weten hoe
Je bent; de bloemen zullen je verraden.
Als je liefdeloos bent, zullen ze kwijnen en treuren;
Als je kwijnt van verlangen, heviger geuren;
Als je brandt van verlangen, hun knoppen scheuren
En jij in een groot gebaar al je gewaden.
.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 59: Op het strand
.
De frequente lezer van mijn blog zal misschien zeggen: Ja maar je hebt al een keer op het strand als vreemde plek gehad. Dat klopt alleen werd toen het gedicht aangebracht middels de banden van een truck. In dit geval is het met mensenhanden aangebracht. Het betreft hier een ‘gedicht’ van Nathan de Groot en het is aangebracht op de tweede Maasvlakte.
Het gedicht luidt: Waar gedachten stranden, golft het zand.
.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 58: op een trap
.
Op de trap voor de nieuwe centrale bibliotheek van Amsterdam stond een gedicht van de Amsterdamse dichter Simon Vinkenoog. Inmiddels is het van de trap gesleten en aangebracht op een raam bij de entree.
.
Een nieuw gedicht voor Amsterdam
.
Je ster gaat weer stralen, Am*dam
De magie gaat weer werken, Am*dam
Het voorjaar komt nader, Am*dam
Je wordt weer verliefd, Am*dam
Je gaat vrijer bewegen, Am*dam
Er kan weer gelachen worden, Am*dam.
.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 57: Op een rots
.
Steenhouwer Pip Hall heeft in Yorkshire een oude traditie nieuw leven ingeblazen maar op een heel nieuwe manier. In de Yorkshire Moors loopt de Stanza Stones Trail. Waar eens romantische dichters over het landschap schreven en waar wandelaars van de natuur genieten heeft zij een eeuwenoude traditie in ere hersteld: het in stenen beeldhouwen voor navigatie doeleinden, heilige kruisen, landschapmarkeringen en herdenkingsplaten. De gedichten zijn van Simon Armitage , geboren en getogen in Marsden. Ze zijn geïnspireerd op het landschap. Ze beschrijven het water in haar verschillende verschijningsvormen zoals mist, poel, regen, fauw en sneeuw. Al deze verschijningsvormen hebben bijgedragen aan het vormen van het landschap of een bijdrage geleverd aan de industrie die er is ontstaan.
Meer lezen over deze gedichten: http://www.culture24.org.uk/history%20%26%20heritage/literature%20%26%20music/poetry/art387056
Gedichten op vreemde plekken
Deel 56: Op cupcakes
.
Dat je gedichten op de meest vreemde plekken tegenkomt is me inmiddels wel heel duidelijk geworden. Toen ik met deze categorie begon dacht ik toch al vrij snel niets nieuws meer tegen te komen. Nu blijkt dat poezie zich juist heel goed leent om overal en nog ergens op te duiken. Zo ook op cupcakes.
.


















