Categorie archief: Gedichten op vreemde plekken
Gedichten op vreemde plekken
Deel 81: Op een houten huis
.
Een deel van het volgende gedicht van John Donne is aangebracht aan de buitenkant van een houten huis door Derek Jarman. Het gedeelte tussen de vierkante haakjes maakt geen deel uit van het gedicht op het huis.
.
The Sunne Rising
.
Busie old foole, unruly Sunne,
Why dost thou thus,
Through windowes, and through curtaines call on us?
Must to thy motions lovers seasons run?
Sawcy pedantique wretch, goe chide
Late schoole boyes, and sowre prentices,
Goe tell Court-huntsmen, that the King will ride,
Call countrey ants to harvest offices;
Love, all alike, no season knowes, nor clyme,
Nor houres, dayes, moneths, which are the rags of time.
.
[Thy beames, so reverend, and strong
Why shouldst thou thinke?
I could eclipse and cloud them with a winke,
But that I would not lose her sight so long:
If her eyes have not blinded thine,
Looke, and to morrow late, tell mee,
Whether both the’India’s of spice and Myne
Be where thou leftst them, or lie here with mee.
Aske for those Kings whom thou saw’st yesterday,
And thou shalt heare, All here in one bed lay.
.
She’is all States, and all Princes, I,
Nothing else is.
Princes doe but play us; compar’d to this,
All honor’s mimique; All wealth alchimie.]
Thou sunne art halfe as happy’as wee,
In that the world’s contracted thus;
Thine age askes ease, and since thy duties bee
To warme the world, that’s done in warming us.
Shine here to us, and thou art every where;
This bed thy center is, these walls, thy spheare.
.
Plint
Gedichten op vreemde plekken. Deel 80: Op een kussensloop
.
Als je aan mensen zou vragen of ze een vreemde plek zouden weten voor een gedicht (niet op papier dan) dan denk ik dat een grote groep zou antwoorden: op een kussensloop. Waarschijnlijk omdat Plint al heel lang aan de weg timmert als het gaat om het aan de man brengen van de poëzie op andere manieren dan via papier (of tegenwoordig digitaal).
Plint heeft vele producten (zie hun website http://www.plint.nl) waaronder dus het kussensloop. Hier een voorbeeld met een gedicht van Willem Wilmink: Slaapliedje
.
Slaapliedje
.
Het schaap heeft slaap,
de koe is moe,
het varken doet
zijn oogjes toe.
.
Het paard kijkt over
‘t prikkeldraad
en denkt: Het is
ontzettend laat.
.
De kip zegt zacht
nog één keer: Tok.
en ach, daar slaapt ze
op haar stok.
.
De boer kruipt ook
het bed maar in,
lekker dicht
bij zijn boerin.
.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 79: op postzegels
.
Op deze twee postzegels uit 1987 en 1988 staan delen van gedichten van Constantijn Huygens en Jan Hanlo.
Het gedicht van Jan Hanlo uit 1970 uit Verzamelde gedichten, uitgeverij Van Oorschot
–
Ik noem je bloemen etc.
–
Ik noem je: bloemen
ik noem je: merel in de vroegte
ik noem je: mooi
ik noem je: narcissen in de nacht
waaroverheen de wind strijkt
naar mij toe
ik noem je: bloemen in de nacht
.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 78: op een landgoed
.
Van Greta ontving ik een foto die ze nam op landgoed Elsloo in Limburg. Dit is er een van meerdere gedichten die daar te zien en te lezen zijn.
.
Gedichtenroute Elsloo
De Gedichtenroute rond om Elsloo is naar een idee van Jack Jacobs en met gedichten van hem ontstaan. Bij het schrijven van de gedichten heeft hij zich laten leiden door de historische rijkdommen en de natuur.
De Gemeente Stein heeft zijn idee in 1993 met blijdschap en accuratesse uitgevoerd. Zij heeft de gedichten en zijn wandeling gebundeld. Omdat de intentie van de poëzie het best tot zijn recht komt op de plek van de inspiratie heeft zij ook de gedichten op platen laten graveren en op artistiek bewerkte arduinstenen zuilen laten bevestigen. Wandelaars die van poëzie houden kunnen op acht mooie plekken hun hart ophalen met een gedicht.
Het is een permanente wandelroute om in alle seizoenen te lopen, hij duurt ongeveer drie uur. Om en in het dorp zijn goede wegaanduidingen aangebracht om het begin van de route te vinden. Voor meer informatie kunt u terecht in het gemeentehuis, de VVV’s en boekhandels rond Stein.
Met dank aan De Bibliotheek Literatuurplein
Gedichten op vreemde plekken
Deel 77: Op het Onze lieve vrouwe Gasthuis in Amsterdam
.
Van Stef ontving ik wat foto’s van gedichten op bijzondere plekken. De eerste is van een deel van het gedicht ‘Lied van Amsterdam’ van Jan Campert. Dit bevindt zich op de glazen wand van een deel van het gebouw.
Hieronder de foto en het hele gedicht.
Het lied van Amsterdam
.
Verlaat ‘t Centraal en zie de stad,
die zich voor de stad ontvouwt
gelijk een waaier, baan naast baan,
van parelgrijs en goud.
Het parelgrijs der morgenlucht,
die over de Amstel stijgt,
het goud van zon en herfstseizoen,
dat al ten einde neigt.
Welk oord gij ook om haar verliet,
zij komt u tegemoet
met kaden, Damrak en de bBeurs
en schepen onder ‘t roet,
met torens rank breed en sterk van steen
en rank van makelij
en, als ge goede oren hebt,
met roepen over ‘t Y.
Daar is geen stad als Amsterdam
zoo ruim en zoo vertrouwd;
als ik een huis te bouwen had,
ik had het hier gebouwd
met vensters waar al ‘t licht door stroomt,
dat van den Amstel slaat,
wanneer de winter ‘t water stremt
en ‘t volk te schaatsen gaat.
Wie ’s avonds voor die vensters staat
hij ziet den warmen gloed,
die boven Leidsche en Rembrandtplein
de wolken walmen doet doet;
hij ziet, wanneer hij oogen heeft,
de onbewogen wacht
van Heerengracht en Keizersgracht
bij ‘t ingaan van de nacht.
Die, trouwloos van aard als ik,
eens Amsterdam verried,
hij vindt geen rust aleer zijn schuld
gedelgd is met een lied
en waar hij zwerft en wat hij zoekt
vindt hij ter wereld niet,
voordat hij weer de duiven rond
den Westertoren ziet.
En niet aleer zijn voetstap weer
de oude stad hervindt,
de Wallen, ‘t Kolkje, de Zeedijk,
of voordat hij de wind
bij Schreierstoren heeft gevoeld
te waaien door zijn haar,
niet eer houdt Amsterdam voor hem
haar liefste vreugde klaar.
Want die het diepste wordt bemind
zij toeft in Amsterdam,
zoo brandt, in edel goud gevat,
‘t juweel gelijk een vlam,
en waar het hart slaat van mijn land
slaat ook haar franke hart
rood is haar mond, o Amsterdam,
en zie haar haren zwart.
Nu dit beeld mij niet meer verlaat,
bij dag niet noch bij nacht
weet ik dat ieder sterveling
wel eens wordt thuisgebracht.
Hij neemt zijn staf, hij schoeit den voet
en keert vanwaar hij kwam;
hij delgt zijn schuld en dicht een lied
voor haar en Amsterdam
.
.
Met dank aan http://www.liedgenootschap.net
Uit: Verzamelde gedichten, uitgeverij Stols Den Haag
Gedichten op vreemde plekken
Deel 76: Het Paleis in Antwerpen
.
In Antwerpen staat aan de Meistraat het Paleis, een theaterhuis voor kinderen, jongeren en kunstenaars in het hart van Antwerpen. Het Paleis is er voor kinderen en jongeren en richt zich op de podiumkunsten. In het restaurant/kantine van het Paleis staat op een muur een gedicht van Ted van Lieshout.
.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 75: op een trap in huis
.
Voor de echte liefhebber; ja ik had al eens een gedicht op een trap namelijk die op de trap van de bibliotheek in Amsterdam. Maar dit is een trap in een huis. Keurig gelakt en beschilderd met een gedicht van een, mij onbekende dichter.
Toch de moeite waard om te laten zien vind ik.
.
Volgens Paul is de tekst op de foto geplakt. Zou kunnen daarom nog maar een gedicht op een trap, dit keer op de trap van het atrium van het stadskantoor aan de Leyweg in Den Haag. Deze is zeker echt. Met dank aan Poëzie op de Plint.
Hot chicks and weird poems
By Heavenly Flower
.
Een mens komt nog eens wat tegen in zijn zoektocht naar poëzie op internet. Ene Heavenly Flower heeft een boek in A5 formaat gemaakt onder het motto ‘because beautiful women can write esoteric verse’. Het boek bestaat uit 40 foto’s van mooie vrouwen die in de weer zijn of op de foto staan met poëtische teksten. Oordeel zelf.
Meer informatie is te vinden op de blog van Heavenly: http://hotchicksandweirdpoems.wordpress.com/
.
Op de bovenste foto de dichter met exemplaren van het boek.
Persoonlijk vind ik de tekst op de achterkant van het boek ‘Butt I’m not your usual poet’ vooral getuigen van een luchtige en humoristische kijk op poëzie. En daar hou ik wel van.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 74: Op een schutting in Rotterdam
.
Gisteren een gedicht van Jules Deelder, vandaag opnieuw maar dit keer op een schutting in de Proveniersstraat in Rotterdam.
Het gedicht Rotown Magic wijkt op een paar punten af van de tekst op de schutting. Ik weet niet of dit door de, ongetwijfeld Rotterdamse, schilder van het gedicht is gedaan of dat er een andere reden voor is. Hoe dan ook, de tekst op de schutting is Rotterdamser dan de tekst van het originele gedicht (zoek de verschillen).
.
Rotown magic
Rotterdam is niet te filmen
De beelden wisselen te snel
Rotterdam heeft geen verleden
en geen enkele trapgevèl
.
Rotterdam is niet romantisch
heeft geen tijd voor flauwekul
is niet vatbaar voor suggesties
luistert niet naar slap gelul
.
’t Is niet camera-gevoelig
lijkt niet mooier dan het is
Het ligt vierkant hoog en hoekig
gekanteld in het tegenlicht
.
Rotterdam is geen illusie
door de camera gewekt
Rotterdam is niet te filmen
Rotterdam is vééls te ècht
.
Uit: Vrijwel alle gedichten (2004)
Met dank aan gedichten.nl
Poëzie op straat
In de dichterswijk in Hengelo
.
In Groot Driene, de dichterswijk van Hengelo, zullen 68 straten een zuil krijgen met daarop een gedicht. Het initiatief hiervoor komt van oud stadsdichter Reinier de Rooie. Hij is van mening dat ‘poëzie moet bloeien’. Daarom krijgen de 68 straten in Groot Driene die genoemd zijn naar grote dichters, een zuil met een gedicht van de naamgever van de straat. Zeven eeuwen dichters kom je tegen als het project klaar is met gedichten van o.a. Jacques Perk, Bredero, Marsman, Rhijnvis Feith en Vestdijk.
.
Op 24 november werd de dichterswijk met de zuilen officieel ingewijd.
.
Meer informatie over dit initiatief op Facebook: https://www.facebook.com/DeDichterZijnStraatEnEenGedicht
.






















