Categorie archief: Gedichten op vreemde plekken
Gedichten op vreemde plekken
Deel 84: Op een ring
.
Poëzie als sieraad, waarom niet? Al eerder schreef ik over poëzie als tatoeage (ook een voorbeeld van een versiering) en dan nu poëzie op een ring.
De eerste ring is gemaakt door Jeanine Payer en de inscriptie luidt: “What lies behind us and what lies before us are tiny matters compared to what lies within us.” van Ralph Waldo Emerson.
De tweede ring, ook gemaakt door Jeanine Payer, heeft een deel van een gedicht van Ian Burgham als inscriptie: and you, a windrose, a compass, my direction, my description of the world
.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 82: op vuilniswagens
.
In Rotterdam heeft een samenwerkingsproject van de Stichting Poetry International en de Rotterdamse vuilophaaldienst, de Roteb tot een bijzondere plek voor poëzie gezorgd. Sinds 1988 kiest Poetry International voor de Roteb dichtregels uit die worden aangebracht op alle grotere vuilophaalwagens. In 2001 lieten twee kunstenaars de vuilniszakken spreken, alweer in Rotterdam. De zakken kregen allemaal een letter, zodat de Rotterdammers zelf woordjes konden maken bij het naar buiten zetten van de vuilnis.
.
Dichtregels van o.a. de Franse dichter Eugène Guillevic ( Soms geloof ik er in / of bijna), van de Chileense dichter Nicanor Parra ( wee de mens die zich nooit vergist) maar ook van Nederlandse dichters zoals Jules Deelder ( Hoe langer je leeft / hoe korter het duurt) en Gerrit Achterberg ( De schemer heeft uw kleren aan) sieren vuilniswagens.
.
In 2010 organiseerde de Roteb en Poetry International een wedstrijd. Alle inwoners uit de regio Rijnmond mochten nu zelf een dichtregel insturen en maakte hiermee kans hun regel terug te lezen op een Roteb-wagen. Dit mocht uit eigen werk zijn of een citaat uit poëzie van een andere (bekende) dichter. Winnaar van deze wedstrijd werd Peter Oole met de regel ‘Soms kom ik mezelf tegen / en dan zeg ik niet eens gedag’.
.
Urban Poetry
Poëzie in de publieke ruimte
.
De vaste lezer van dit blog weet dat ik zeer geïnteresseerd ben in vormen van poëzie die bijzonder zijn of plaats vinden in de publieke ruimte. De Engelse kunstenaar / dichter Robert Montgomery werkt al sinds 2005 in de buitenruimte waarbij hij billboards en publieke communicatiemogelijkheden ‘kaapt’ en met gebruikmaking van allerlei guerilla technieken zijn werk onder de aandacht brengt.
Zijn werk is door het hele land (Groot Brittanië) te zien en is melancholisch maar altijd uitdagend. Naast zijn werk op billboards en ander publiek meubilair is hij bekend van zijn vuurwerkgedichten en werk op papier.
.
Meer over Robert Montgomery op zijn website: http://www.robertmontgomery.org
Dirk Verbruggen
Via de Liebster award
.
Via een vraag aan één van de genomineerden voor de Liebster award Marceline Peeters (www.Blauwkruikje2.wordpress.com), namelijk welke nog relatief onbekende dichter zou je een oeuvre prijs willen geven?, kwam ik op het spoor van Dirk Verbruggen. Ik kende deze dichter/schrijver niet terwijl hij in Mechelen verantwoordelijk was voor het aanbrengen van een gedicht op een banier op de Minnebroederskerk aldaar. Had zomaar in de rubriek Gedichten op vreemde plekken kunnen komen.
Dirk Verbruggen is niet oud geworden (1951-2009) maar is, zeker voor Mechelen, een belangrijk dichter geweest. Na zijn overlijden werd in COLOMAplus, een scholengemeenschap waar hij leraar was en dat is gevestigd in een oud voormalig klooster, een tentoonstelling aan hem gewijd.
Flarden tekst, woorden – woorden en beelden… Hier is Dirk aanwezig. Tussen de muren met nostalgie behangen, brengen zijn collega’s leerkrachten een hommage aan Dirk.
Op zondagen 6 en 13 mei 2012 stelden zij tentoon voor het publiek in het unieke decor van het leegstaande voormalige kloostergebouw van de Dames de Marie, op de Tervuursesteenweg 14 in Mechelen.
.
De Minnebroederskerk
.
Teksten en woorden in het voormalig kloostergebouw
.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 81: Op een houten huis
.
Een deel van het volgende gedicht van John Donne is aangebracht aan de buitenkant van een houten huis door Derek Jarman. Het gedeelte tussen de vierkante haakjes maakt geen deel uit van het gedicht op het huis.
.
The Sunne Rising
.
Busie old foole, unruly Sunne,
Why dost thou thus,
Through windowes, and through curtaines call on us?
Must to thy motions lovers seasons run?
Sawcy pedantique wretch, goe chide
Late schoole boyes, and sowre prentices,
Goe tell Court-huntsmen, that the King will ride,
Call countrey ants to harvest offices;
Love, all alike, no season knowes, nor clyme,
Nor houres, dayes, moneths, which are the rags of time.
.
[Thy beames, so reverend, and strong
Why shouldst thou thinke?
I could eclipse and cloud them with a winke,
But that I would not lose her sight so long:
If her eyes have not blinded thine,
Looke, and to morrow late, tell mee,
Whether both the’India’s of spice and Myne
Be where thou leftst them, or lie here with mee.
Aske for those Kings whom thou saw’st yesterday,
And thou shalt heare, All here in one bed lay.
.
She’is all States, and all Princes, I,
Nothing else is.
Princes doe but play us; compar’d to this,
All honor’s mimique; All wealth alchimie.]
Thou sunne art halfe as happy’as wee,
In that the world’s contracted thus;
Thine age askes ease, and since thy duties bee
To warme the world, that’s done in warming us.
Shine here to us, and thou art every where;
This bed thy center is, these walls, thy spheare.
.
Plint
Gedichten op vreemde plekken. Deel 80: Op een kussensloop
.
Als je aan mensen zou vragen of ze een vreemde plek zouden weten voor een gedicht (niet op papier dan) dan denk ik dat een grote groep zou antwoorden: op een kussensloop. Waarschijnlijk omdat Plint al heel lang aan de weg timmert als het gaat om het aan de man brengen van de poëzie op andere manieren dan via papier (of tegenwoordig digitaal).
Plint heeft vele producten (zie hun website http://www.plint.nl) waaronder dus het kussensloop. Hier een voorbeeld met een gedicht van Willem Wilmink: Slaapliedje
.
Slaapliedje
.
Het schaap heeft slaap,
de koe is moe,
het varken doet
zijn oogjes toe.
.
Het paard kijkt over
‘t prikkeldraad
en denkt: Het is
ontzettend laat.
.
De kip zegt zacht
nog één keer: Tok.
en ach, daar slaapt ze
op haar stok.
.
De boer kruipt ook
het bed maar in,
lekker dicht
bij zijn boerin.
.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 79: op postzegels
.
Op deze twee postzegels uit 1987 en 1988 staan delen van gedichten van Constantijn Huygens en Jan Hanlo.
Het gedicht van Jan Hanlo uit 1970 uit Verzamelde gedichten, uitgeverij Van Oorschot
–
Ik noem je bloemen etc.
–
Ik noem je: bloemen
ik noem je: merel in de vroegte
ik noem je: mooi
ik noem je: narcissen in de nacht
waaroverheen de wind strijkt
naar mij toe
ik noem je: bloemen in de nacht
.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 78: op een landgoed
.
Van Greta ontving ik een foto die ze nam op landgoed Elsloo in Limburg. Dit is er een van meerdere gedichten die daar te zien en te lezen zijn.
.
Gedichtenroute Elsloo
De Gedichtenroute rond om Elsloo is naar een idee van Jack Jacobs en met gedichten van hem ontstaan. Bij het schrijven van de gedichten heeft hij zich laten leiden door de historische rijkdommen en de natuur.
De Gemeente Stein heeft zijn idee in 1993 met blijdschap en accuratesse uitgevoerd. Zij heeft de gedichten en zijn wandeling gebundeld. Omdat de intentie van de poëzie het best tot zijn recht komt op de plek van de inspiratie heeft zij ook de gedichten op platen laten graveren en op artistiek bewerkte arduinstenen zuilen laten bevestigen. Wandelaars die van poëzie houden kunnen op acht mooie plekken hun hart ophalen met een gedicht.
Het is een permanente wandelroute om in alle seizoenen te lopen, hij duurt ongeveer drie uur. Om en in het dorp zijn goede wegaanduidingen aangebracht om het begin van de route te vinden. Voor meer informatie kunt u terecht in het gemeentehuis, de VVV’s en boekhandels rond Stein.
Met dank aan De Bibliotheek Literatuurplein
Gedichten op vreemde plekken
Deel 77: Op het Onze lieve vrouwe Gasthuis in Amsterdam
.
Van Stef ontving ik wat foto’s van gedichten op bijzondere plekken. De eerste is van een deel van het gedicht ‘Lied van Amsterdam’ van Jan Campert. Dit bevindt zich op de glazen wand van een deel van het gebouw.
Hieronder de foto en het hele gedicht.
Het lied van Amsterdam
.
Verlaat ‘t Centraal en zie de stad,
die zich voor de stad ontvouwt
gelijk een waaier, baan naast baan,
van parelgrijs en goud.
Het parelgrijs der morgenlucht,
die over de Amstel stijgt,
het goud van zon en herfstseizoen,
dat al ten einde neigt.
Welk oord gij ook om haar verliet,
zij komt u tegemoet
met kaden, Damrak en de bBeurs
en schepen onder ‘t roet,
met torens rank breed en sterk van steen
en rank van makelij
en, als ge goede oren hebt,
met roepen over ‘t Y.
Daar is geen stad als Amsterdam
zoo ruim en zoo vertrouwd;
als ik een huis te bouwen had,
ik had het hier gebouwd
met vensters waar al ‘t licht door stroomt,
dat van den Amstel slaat,
wanneer de winter ‘t water stremt
en ‘t volk te schaatsen gaat.
Wie ’s avonds voor die vensters staat
hij ziet den warmen gloed,
die boven Leidsche en Rembrandtplein
de wolken walmen doet doet;
hij ziet, wanneer hij oogen heeft,
de onbewogen wacht
van Heerengracht en Keizersgracht
bij ‘t ingaan van de nacht.
Die, trouwloos van aard als ik,
eens Amsterdam verried,
hij vindt geen rust aleer zijn schuld
gedelgd is met een lied
en waar hij zwerft en wat hij zoekt
vindt hij ter wereld niet,
voordat hij weer de duiven rond
den Westertoren ziet.
En niet aleer zijn voetstap weer
de oude stad hervindt,
de Wallen, ‘t Kolkje, de Zeedijk,
of voordat hij de wind
bij Schreierstoren heeft gevoeld
te waaien door zijn haar,
niet eer houdt Amsterdam voor hem
haar liefste vreugde klaar.
Want die het diepste wordt bemind
zij toeft in Amsterdam,
zoo brandt, in edel goud gevat,
‘t juweel gelijk een vlam,
en waar het hart slaat van mijn land
slaat ook haar franke hart
rood is haar mond, o Amsterdam,
en zie haar haren zwart.
Nu dit beeld mij niet meer verlaat,
bij dag niet noch bij nacht
weet ik dat ieder sterveling
wel eens wordt thuisgebracht.
Hij neemt zijn staf, hij schoeit den voet
en keert vanwaar hij kwam;
hij delgt zijn schuld en dicht een lied
voor haar en Amsterdam
.
.
Met dank aan http://www.liedgenootschap.net
Uit: Verzamelde gedichten, uitgeverij Stols Den Haag























