Site-archief

De uiterste seconde

Simon Vestdijk

.

De meeste mensen zullen bij de naam Simon Vestdijk (1898 – 1971) denken aan de vele romans die hij schreef zoals Pastorale 1943, De koperen tuin, Terug tot Ina Damman, Ivoren wachters e.d. In totaal schreef Vestdijk ongeveer 200 boeken waaronder 52 romans maar ook 57 novellen, 33 essaybundels en 24 dichtbundels. Vanwege deze enorme productie noemde de dichter Adriaan Roland Holst hem “de man die sneller schrijft dan God kan lezen”. Als dichter was Vestdijk mij niet bekend tot ik er door iemand op gewezen werd hij veel poëzie geschreven heeft.

Toen ik me verder in zijn werk ging verdiepen bleek dat Vestdijk ook een omvangrijk wetenschappelijk werk (687 pagina’s) heeft geschreven, ‘Het wezen van de angst’. Deze, als dissertatie bedoelde, monografie werd reeds voltooid in 1949  en werd opgedragen aan H.C. Rümke, de “leermeester”. Toen ik dit las moest ik meteen denken aan een gedicht dat ik heb geschreven naar aanleiding van een uitspraak van deze professor in de psychiatrie ‘Open brief aan professor Rümke’ Hier te lezen: http://www.krakatau.nl/open-brief-aan-professor-rumke-wouter-van-heiningen/

In 1926 debuteert Vestdijk met gedichten in het tijdschrift ‘De Vrije Bladen’. Een van de gedichten die me werd aangeraden is het gedicht ‘De uiterste seconde’. Het gedicht is voor Ans Koster geschreven, met wie Vestdijk meer dan 30 jaar samenleefde.

.

De uiterste seconde

Voor Ans

 

Doodgaan is de kunst om levende beelden
Met evenveel gelatenheid te dulden
Als toen zij nog hun rol in ’t leven speelden,
Ons soms verveelden, en nochtans vervulden.

Hier stond ons huis; hier liep zij met de honden;
Hier maakte zij de bruine halsband los;
Hier hebben wij de stinkzwammen gevonden,
Op een beschutte plek in ’t sparrenbosch.

Doodgaan is niet de aangrijpende gedachte,
Dat zij voortaan alleen die paden gaat, –
Want niemand is alleen die af kan wachten,
En niemand treurt die wandelt langs de straat, –

Maar dit alles wàs: een werk’lijkheid,
Die duren zal tot de uiterste seconde;
Dit is de ware wedloop met de tijd;
De halsband los, en zij met de twee honden

.

vestdijk

 

standbeeld vestdijk hoorn

 

Veel meer informatie over Simon Vestdijk is te vinden http://vestdijk.com/  (de website van de Vestdijkkring).

J.J. Slauerhoff

Avond

.

Omdat zijn gedichten zo fraai gecomponeerd zijn, het gedicht ‘Avond’ van J.J. Slauerhoff (1898-1936).

.

Avond

Het huis sliep achter zijn gesloten blinden,
Wij zaten samen op de kille bank,
De dag was als haar oude vader krank,
De blaren fluisterden met moede winden.

Moe van de geuren die zij moeten dragen
Van graven oud en rozen uitgebloeid,
Weemoedig vlagend door verwarde hagen
En ’t armlijk loof dat om de zerken groeit.
 
Je hebt weinig gedacht en veel gezwegen
En stil de handen om mijn hoofd gelegd,
Zo zeggend: ‘Ook de grootste liefde kan niet tegen
De dood die niets ontziet en alles slecht.’

.

Slauerhoff-website

Uit Verzamelde gedichten Deel 1 (1947) Serenade III

Simon Vestdijk

Gedicht

.

Uit ‘Nagelaten gedichten’ (1986) en met dank aan Arie Boomsma, het gedicht ‘De zondaar’ van Simon Vestdijk (1898-1971).

.

De zondaar

.

Hij speelde met de schuwe lichaamsdelen,

Die voor de voortplanting zijn ingesteld,

Eén of twee keer, – een onaanzienlijk streelen:

Reeds werd er bij zijn vader aangebeld.

.

Toen heeft men hem twee uren lang gekweld –

Leeraar en vader – met de droevige vele

Voorbeelden van een straffend godsgeweld:

Tering en blindheid en and’re nadeelen. –

.

Men vond hem echter in die sloot nog gaaf.

De klas rouwde, de leeraar schudde braaf

Het hoofd, en heeft ons vragen afgeweerd. –

.

Waarom hebben wij niet, wij laffe honden,

Hem die als wraakengel was uitgezonden

Met zwarte inktpotscherven gecastreerd?

.

Simon Vestdijk

Met dank aan Letterkundigmuseum.nl

Slauerhoff leeft!

Festival Literaire Meesters

.

In Utrecht wordt van 10 tot en met 25 november het Festival Literaire Meesters georganiseerd, waarin de dichter J.J. Slauerhoff (1898 – 1936) centraal staat. Daarnaast zal de dichter in de week van 12 tot en met 16 november volop aandacht krijgen op Cultura24 (het digitale themakanaal van de Publieke Omroep voor verdieping in kunst en cultuur). Alle informatie over dit festival vind je op http://www.literairemeesters.nl/

Misschien wel de bekendste zin uit het gedicht ‘Woninglooze’ van Slauerhoff is: Alleen in mijn gedichten kan ik wonen. Nooit vond ik ergens anders onderdak.

Nu, hier een ander gedicht wat mij erg aanspreekt van deze dichter/scheepsarts die nog altijd veel lezers en bewonderaars kent.

.

De moede soldaat

Achter de hagen langs de straat
Staan zij in feestgewaad;
Geen schone kan mij nog wat schelen,
Zij mogen mijn soldij verdelen!
.
En ik vereer niet meer de heilige meren,
Noch luidt voor mij de avondgong,
Die etter draag van kwade zweren
En nauw de dood ontsprong.
.
Maar kindren komen aan mijn knie, zij houden
In kleine handjes grote schalen wijn.
Ach, laat ik drinken, dromend van hen houden,
En nooit soldaat meer zijn!

.

Met dank aan gedichten.nl

 

 

Gedichten op vreemde plekken

Deel 61: In een parkeergarage

.

In een parkeergarage in Leeuwarden staat de eerste zin van het gedicht ‘Morgen rijd ik’  van J.J. Slauerhoff (1898 – 1936) onder de ruit van de bewakers/portierspost.

Hier het gedicht in zijn geheel uit de bundel ‘Serenade III’.

.

MORGEN RIJD IK

Morgen rijd ik met bedwelmende bloemen naar je toe.

Ik wil niet langer wachten, eindelijk weten hoe

Je bent; de bloemen zullen je verraden.

Als je liefdeloos bent, zullen ze kwijnen en treuren;

Als je kwijnt van verlangen, heviger geuren;

Als je brandt van verlangen, hun knoppen scheuren

En jij in een groot gebaar al je gewaden.

.