Site-archief
Gedichten op vreemde plekken
Deel 82: op vuilniswagens
.
In Rotterdam heeft een samenwerkingsproject van de Stichting Poetry International en de Rotterdamse vuilophaaldienst, de Roteb tot een bijzondere plek voor poëzie gezorgd. Sinds 1988 kiest Poetry International voor de Roteb dichtregels uit die worden aangebracht op alle grotere vuilophaalwagens. In 2001 lieten twee kunstenaars de vuilniszakken spreken, alweer in Rotterdam. De zakken kregen allemaal een letter, zodat de Rotterdammers zelf woordjes konden maken bij het naar buiten zetten van de vuilnis.
.
Dichtregels van o.a. de Franse dichter Eugène Guillevic ( Soms geloof ik er in / of bijna), van de Chileense dichter Nicanor Parra ( wee de mens die zich nooit vergist) maar ook van Nederlandse dichters zoals Jules Deelder ( Hoe langer je leeft / hoe korter het duurt) en Gerrit Achterberg ( De schemer heeft uw kleren aan) sieren vuilniswagens.
.
In 2010 organiseerde de Roteb en Poetry International een wedstrijd. Alle inwoners uit de regio Rijnmond mochten nu zelf een dichtregel insturen en maakte hiermee kans hun regel terug te lezen op een Roteb-wagen. Dit mocht uit eigen werk zijn of een citaat uit poëzie van een andere (bekende) dichter. Winnaar van deze wedstrijd werd Peter Oole met de regel ‘Soms kom ik mezelf tegen / en dan zeg ik niet eens gedag’.
.
Presentatie ‘Verblijf op papier’
Juan Heinsohn Huala
.
Op zaterdag 28 februari 2009 presenteert uitgeverij Douane de nieuwe dichtbundel van een bevriende dichter, Juan Heinsohn Huala, Verblijf op papier, in het theater in de kelder van boekhandel Selexyz Donner aan de Lijnbaan 150 te Rotterdam. Aanvang 15.00 uur.
In zijn nieuwe bundel laat Juan zien dat taal en poëzie weerloos en onverslaanbaar kunnen zijn, zwak en krachtig tegelijk. Hij laat daarmee een geluid horen dat anders klinkt- de schrille klank van mensen en woorden in levensgevaar, in zijn eigen Chili, in Nazi-Duitsland, in Palestina, overal. De poëzie: een schuilplaats voor de mens?
Verblijf op papier laat in vogelvlucht, in geserreerde, even trefzekere als mysterieuze bewoordingen zien dat ons verblijf als mensen en het verblijf van woorden even kwetsbaar zijn: in beide gevallen is sprake van ‘een verblijf op papier’ dat ingetrokken of verbrand kan worden. Maar de poëzie is óók onkwetsbaar, zoals het kerngedicht ‘poëzie’ laat zien:
.
Poëzie
wat de vrees de wond en
de afstand overleeft
een hand die je uit de nacht trekt
je voedt
het leven zoekt zijn toevlucht in haar
wordt sterker
de bestemming van de woorden:
meer zijn dan de bestemming van ons.
.









