Site-archief

Verslag Tweetup Tongeren

Gastvrouw: Heidi Schoefs

 HS

Afgelopen zaterdag was ik uitgenodigd door Heidi Schoefs, om in Tongeren (België) mee te doen aan haar Tweetup (een samenkomst van mensen die elkaar via Twitter kennen) en daar een aantal gedichten voor te dragen.

 

Omdat ik onderdak in de buurt kon regelen (bij Ruben Philipsen, de fotograaf van mijn onze bundel Zichtbaar alleen) heb ik gelijk toegezegd te komen.

 

Op zaterdagavond reden we door donker België naar het eeuwenoude stadje Tongeren waarvan een groot deel op de werelderfgoedlijst staat van de Unesco. Daar, in het oude centrum in een donkere straat liepen we naar de prachtige kapel waar de tweetup zou worden gehouden.

 

Heidi verwelkomde ons alsof we elkaar al jaren kende (en zo voelde het ook). Er waren optredens van het Vlaamse singer/songwriter duo Kaat & Daan (prachtige stemmen, geweldig optreden) van Heidi zelf met haar jazz mannen (heerlijke jazzy muziek met de mooie stem van Heidi), een optreden van Lieveke achter de electrische piano en tot slot mocht ik aantreden.

De sfeer was allerhartelijkst, vriendelijke geïnteresseerde mensen (waarvan veel uit Nederland), interessante gesprekken en een algemeen gevoel ergens getuige van te zijn.

 

Toen ik ging voordragen, ging iedereen in een hoek van de kapel zitten en staan waardoor ik met een lege kapel achter me en een opeengestapeld publiek voor me (zo leek het) aan de gang mocht gaan.

 

Allereerst deed ik een aantal gedichten uit Zichtbaar alleen, daarna een uit mijn nieuwe bundel (die in november 2010 uitkomt samen met Alja Spaan) ‘Je hebt me gemaakt met je kus'”  en tot slot met een paar gedichten uit mijn nieuwe bundel (die voorjaar 2011 uitkomt bij uitgeverij De Brouwerij) “Zoals de wind in maart graven beroert” .

Met name de gedichten ‘Reiswijzer’ en ; Open brief aan professor Rümke’ scoorde goed bij het publiek.

Na een toegift uit Zichtbaar alleen, nog een biertje en wat leuke gesprekken reden wij voldaan terug naar huis.

 

Al met al een memorabele avond, fantastisch georganiseerd door Heidi, met heerlijke muziek, fijne mensen en een fantastische sfeer.

 

Nu weet ik weer waarom ik zo graag voordraag!

 

30 oktober, Tongeren

Heidi Schoefs

HS

Binnenkort meer over een memorabele avond.

Update Tweetup Heidi Schoefs

Keuze gedichten

 

Morgen zal ik bij Heidi Schoefs en haar Tweetup een keuze uit mijn gedichten voordragen.

In ieder geval zal ik een aantal gedichten voordragen uit ‘Zichtbaar alleen’ (uit beide hoofdstukken twee of drie gedichten) en uit mijn recente werk o.a. het gedicht ‘Open brief aan professor Rumke’, ‘ Var’ , ‘Reiswijzer’ en ‘De kortste weg tussen twee punten is een rechte lijn’ .

 

Zondag of maandag een verslag van de tweetup in dit web-log.

 

tweetup

Gedicht in bundel

Afscheid

Een van mijn gedichten komt in de bundel ‘Afscheid’. Deze bundel wordt gepresenteerd op 7 november en bevat de winnaars, vermeldingen en geselecteerden voor de bundel.

Van de meer dan 300 ingezonden gedichten zijn er zo’n 60 in de bundel opgenomen.

Dit keer geen nominatie of prijs maar dus wel een gedicht in de bundel. Welk gedicht is nog even afwachten. Na 7 november meer over deze nieuwe poëzieprijs.

afscheid

Nieuwegeinse Literatuurprijs 2010

Nominatie

 

Zoals jullie weten mag ik nog weleens aan een dichtwedstrijd meedoen, sterker nog, ik organiseer er elk jaar zelf eentje.

Vandaag kreeg ik bericht van de organisatie van de Nieuwegeinse Literatuurprijs, dat mijn gedicht ‘Open brief aan professor Rumke’ als één van de tien is genomineerd  voor deze prijs.

De prijsuitreiking is op 11 november. Wordt vervolgd dus.

De Nieuwegeinse Literatuurprijs is in 1999 in het leven geroepen als opvolger van de OpSpraak Poëzieprijs, een initiatief van Stichting BeeldSpraak en genoemd naar het literaire tijdschrift OpSpraak.

 

opspraaknet

Nieuw gedicht

Dagmenu

 

In het woud van jouw oksel

vechten de zuren om een plaatsje

vooraan

je lichaamsdauw plakt mijn ogen

dicht op je huid,

trekt het zout

op mijn gebarsten lippen

 

Waar liggen je wegen van hoop?

Je rotsvaste anker

stevig in de bodem

van mijn verlangen

 

Wieg me, waai me,

blaas me weg en houdt me staande

in de smaak van je omhelzing

ligt mijn wens

naar je hoofdgerecht

.

dagmenu

Gedichten op vreemde plekken

Deel 35: Op het strand

 

Dit gedicht wordt gemaakt door het rijden met een truck over het strand van Vlieland. Opde banden van de truck zijn de dichtregels gemaakt in spiegelbeeld zodat de tekst in het zand te lezen is.

 

De dichtregels zijn van Jan de Booys en luiden:

Breng gedachten vol verlangen naar het lege stille strand. Schrijf ze duizend stille malen tussen duizend korrels zand.

strandregels

strandregels 2

Gedichten op vreemde plekken

Deel 34: Op een school

 

Op een school in Hulten dit gedicht in een rugzakvorm van Erik van Os.

rugzak

Stevie Smith

Gedicht.

Dit is het gedicht dat Joris Lenstra vertaald voordroeg bij Ongehoord Rotterdam! van de Engelse dichter Stevie Smith (1902 – 1971). Hier in de oorspronkelijke versie.

. 

Not Waving but Drowning

Nobody heard him, the dead man,
But still he lay moaning:
I was much further out than you thought
And not waving but drowning.

Poor chap, he always loved larking
And now he’s dead
It must have been too cold for him his heart gave way,
They said.

Oh, no no no, it was too cold always
(Still the dead one lay moaning)
I was much too far out all my life
And not waving but drowning.

.

Stevie Smith, March 1966

Gedichten op vreemde plekken

Deel 33: Tunnelgedicht

.

Een gedicht van Stadsdichter Joke van Leeuwen (2009) Alleen te lezen als je er langzaam langs loopt/fietst/rijdt.

De hele tekst staat hieronder.

Ha ga hier, u jij golle jullie gij, door deze gang van lucht in boomse klei,
behaagziek als een brug zijn tunnels niet, de wereld is teruggebracht tot kleine optocht van toevalligheden, een snelle blik in onbekende ogen, een jas waarin hier iemand al eens kwam,
hier kunnen zon en wind niet bij, hier bloeit niets, groeit niets, is het heen of weer binnen de lijntjes blijven, en boven gaat het zoveel kanten op, tien hoog en toch nog uitzichtloos of op de grond iets als de hemel,
en u jij golle jullie gij, al is Sint-Annadorp vergaan, de put in en verdwenen, er waaien oude liedjes rond tielierelarelom die willen zich bewaren tussen getob en tegenzin en opgeraapte grappen,
wat doen de benen hier hun best, er moet weer wat, dat zal wel zijn, iets halen, iets betalen, iets willen, iemand zien misschien, waren de buizen hier als glas, was er dan nu nog wat er was,
diep in de grond verzonken huizen, drie potten met verschaalde lijdzaamheid en zoete bonen, de kraag van een matroos met einders in herinnering en veel vuil spel en slappe touwen,
de grove buiken van gestorven schepen, daarboven vissen die volharden, daarboven alles, maar toch weeral geen fraai ontvangend comité dat staat te zingen van wees welkomtierelierelom,
hoe goed dat u jij golle jullie gij weer boven bent zijn zijt (en dan de grote trom en een refrein).

(richting stad)

Ha ga hier, u jij golle jullie gij, gekomen uit een kromgetrokken droom met overkant, nog zevenhonderd stappen min of meer en daar is ’t stad, een plein, een schilderij, een berg vers fruit, een park dat kan bewaard, een menigte die nieuwe kleren wil,
een taak die languit ligt te wachten, een nacht met ogen open, de properpoetser voor de glans (de koninklijke poort is moeten lopen naar de gillisplaats, daar staat die poort niet echt een poort te zijn, er is wel meer niet wat het is),
terwijl hier u jij jullie golle gij onder de Schelde bent zijn zijt, ligt alles boven als versteend op u jij golle jullie gij te wachten, het wenen op de pauzeknop en niemand raapt nog grappen op, het lachen houdt zich in om dalijk door te gaan,
de stad is stil gaan staan bij wat er wringt en al die Antwerpse geschoeide voeten stokken, even vraagt niemand waar vandaan, een schreeuw blijft aan een dakgoot hangen,
de auto’s wachten voor het rood en even gaat er niemand dood die iemand graag in leven houdt, het brood wordt even niet meer oud, de hoogste bomen weigeren de wind,
een val wordt net op tijd gebroken, de prater zwijgt en vraagt zich af wat hij te zeggen denkt, het water blijft verbaasd in buizen aarzelen, de haast weet niet meer waar naartoe,
maar dan als u jij golle jullie gij weer boven komen komt, boegeert het, botst het, bloeit het, vloekt het, is het toch weer later.

.

tunnelgedicht

 

tunnel 2