Site-archief

Afscheid

Cees Nooteboom

.

In 2020 verscheen van de hand van een van onze grootste schrijvers (en dichter) Cees Nooteboom (1933) een bundeltje met de titel ‘Afscheid’. De ondertitel is in dit geval misschien nog belangrijker want die luidt: Gedicht uit de tijd van het virus. De bundel bestaat uit drie hoofdstukken (I, II en III) en elk hoofdstuk bestaat weer uit 11 gedichten die genummeerd zijn, steeds van 1 t/m 11.

In het nawoord beschrijft Nooteboom hoe deze bundel tot stand is gekomen, welke uitgangspositie er was, welke wendingen de gedichten namen en dat daar waar hij heenreist het virus alomtegenwoordig is. Hij schrijft over dat laatste: ‘het zou ook vreemd zijn als het gedicht zich daar niets van aan zou trekken’. En over de poster in de lege stad waarop staat ‘begint hier het hiernamaals’. Hij eindigt zijn nawoord met de geschreven eerste regels ‘het einde van het einde, wat kon dat zijn?’. Wij weten het nu.  Ik plaats hier gedicht 1 uit hoofdstuk I.

.

1

.

Dit vroeg de man in de wintertuin zich af,

het einde van het einde, wat kon dat zijn?

Het leek hem geen enkele vorm van verdriet,

hij keek naar buiten, zag een wolk die er uit

.

zag als een wolk. loodgrijs, te zwaar voor

elke weegschaal, de ontbladerde vijgenboom

tegen de duizendjarige stenen van de muur,

de ganzen van de buren, hun censuur,

.

hoe de nacht gecorrigeerd moest worden,

de grammatica van onteigening, niemand

nog zichzelf, geen enkele verschijning,

terugtocht in nederlaag

.

maar geen bestemming.

.

III

Rutger Kopland

.

Als je, zoals ik, veel poëzie leest, kom je soms ineens een gedicht tegen dat je nog niet kent maar waar je meteen van ondersteboven bent. Hoewel ik weet dat bepaalde dichters (die ik tot mijn favoriete dichters reken) dit effect op mij kunnen hebben met hun gedichten, is het toch elke keer, dat dit gebeurt, weer een klein feestje.

In de hele fijne bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ staat weer zo’n voorbeeld van een gedicht van Rutger Kopland (1934 -2012). Ik ken verschillende prachtige gedichten van zijn hand (bijvoorbeeld het gedicht ‘Dochters’ dat in mijn top 5 staat van favoriete gedichten aller tijden, zie mijn post hierover op 19 maart 2011) maar deze kende ik nog niet.

Het is het favoriete gedicht van cabaretier Marc-Marie Huijbregts en ik begrijp wel waarom. Uit de bundel ‘Onder het vee’ uit 1966, ‘III’.

.

III

.

Met jou kwam een nog vreemd

verdriet waarop ik een leven

lang gewacht heb.

.

Het kwam uit je ogen in de mijne

uit je handen onder mijn jas

het kwam en ik liet het.

.

Eindelijk zag ik dat alles voorbij

zou gaan als deze dag boven

land dat ik liefheb.

.

ik zeg niet dat dat erg is

ik zeg alleen wat ik dacht

te zien.

.

Onder het vee