Site-archief

Zij die vielen

Jules Deelder, laatste keer dichter van de maand

.

Ten tijde van het Europees Kampioenschap voetbal in Duitsland schreef Jules Deelder het gedicht ‘Nationaal gedicht’ waarin hij een verwijzing naar een ander gedicht van hem gebruikte namelijk het gedicht ‘Zij die vielen’  uit de bundel ‘Renaissance gedichten ’44-’94’,  uit 1994.

Waar het eerste gedicht over voetbal en de oorlog gaat, is het tweede volledig gewijd aan de oorlog. Zoals je van Deelder mag verwachten.

.

Nationaal gedicht
(21-6-’88)

Oooooooo!
Hoe vergeefs
des doelmans hand

zich strekte
naar de bal
die één minuut

voor tijd
de Duitse doel-
lijn kruiste

Zij die vielen
rezen juichend
uit hun graf

.

Zij die vielen

.

Op een glooiing langs de weg

Eergens tussen Verdun en Metz

Liggen onder zwarte kruizen

Naast vele ‘unbekannte’ Duit

Schers ook Max Rust en Karl

Knoche voor lul het Laatste

Oordeel af te wachten met

.

Naast zich Kurt Engel en

Oswald Granat en Friedrich

Held en Emil Waghals dáár

Weer naast en iets verderop

Heinz Pardon en Oskar Fried-

Hof en Gottlob Puf die uit-

Gerekend kanonnier was en

.

In ’t enige door bloemen ge-

Markeerde graf Otto Blümchen

Geflankeerd door – zonder

Dollen – Ernst Kopfschutsz

En Franz Schlemiel met dáár

Weer naast – o ironie – the

One and only Jakob Krieg

.

renaissance

Quo Vadis?

Bijbelsch

.

In 1999 gaf Jules Deelder bij De Bezige Bij de bundel ‘Bijbelsch’ uit. Uit de NBD-Biblion recensie van Bibi Dumon Tak: “Verzen vol taalfratsen die ondubbelzinnig op de bijbel slaan. En het zou Deelder niet zijn als hij dat woord consequent laat eindigen op sch. Verder veel tering en tyfus en naaien en neuken. En natuurlijk een verwijzing naar dope als Johannes de Doper ter sprake komt. Maar op zijn best is Deelder in ‘Jezus in Oostenrijk’, waar ‘Grüss Gott’ kroeskut wordt en ‘Gutentag’ kuttentak. Op de achterzijde staat de dichter zelf in de stijl van een icoon als heilige afgebeeld, met links van hem zijn eigen initialen en rechts van hem (als apostelen) die van zijn vrouw en de naam van zijn dochter. Maar omdat je God ook te vriend moet houden, staan er tussendoor ook ootmoedige woorden en blijken van dank. Want je weet maar nooit.”

.

Uit deze bundel heb ik voor het gedicht ‘Quo Vadis?’ gekozen.

.

Quo Vadis?

Op de A20 staat
een man met baard

Ik stop en vraag
waarheen hij vaart?

Ten hemel luidt
daarop zijn antwoord

Ik ga niet verder
dan Rotterdam

O prima dan pak ik
daar de metro…

.

nacht1

coverbijbelsch

Eén pot nat

Jules Deelder

.

Gisteren de voorlopig laatste editie van de Poëziebus 2016 daarom vandaag op maandag de dichter van de maand juli,  Jules Deelder. Ik heb dit keer gekozen voor zijn gedicht ‘Eén pot nat’ uit de bundel ‘Moderne gedichten’ uit 1979.

.

Eén pot nat

Het is allemaal één popt nat

.

sprak de kat

die bij de wieg van Lao-tse

te spinnen zat.

.

Hoe of wat

Dit en dat

Bol of plat

.

Het is allemaal één popt nat,

.

sprak de rat

die aan het lijk van Lao-tse

te knagen zat.

.

.

Dichter van de maand juli

Jules Deelder

Lees de rest van dit bericht

Kunst n.a.v. mijn gedichten

Project Kunst en Cultuur Academie

.

Begin dit jaar werd ik benaderd door een bestuurslid van de Kunst en Cultuur Academie Maassluis met de vraag of ik het leuk zou vinden als mijn gedichten gebruikt zouden worden in een project van de KCA. Het project bestaat eruit dat mijn gedichten (en voor cursisten die graag een ander gedicht willen is die mogelijkheid er) gebruikt zouden gaan worden ter inspiratie voor allerlei kunstzinnige uitingen zoals aquarel, keramiek, tekening en schilderijen.

Je zult begrijpen dat ik me zeer vereerd voelde en uiteraard ja heb gezegd op dit verzoek. De gedichten die worden gebruikt komen uit mijn bundels ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ en ‘Winterpijn’ die gratis is te downloaden via https://mugbookpublishing.wordpress.com/2014/03/14/eerste-titel-nu-te-downloaden/

De tentoonstelling van de kunstwerken zal plaats vinden in juli, augustus en september 2015 in het Museum Maassluis en in de bibliotheek van Maassluis. Uiteraard zal ik hier verslag doen van dit, zeker voor mij, bijzondere evenement.

Uit ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ het gedicht: ‘Nacht’.

.

Nacht

 

Waar tussen kastanjes en eiken

grondig het hoofd wordt geschud,

een grijze jas afgelegd wordt,

glijden warm voedende stralen binnen

in hoofd en nest

 

de eerste muggen rond de regenton,

razernij nog in het verschiet

in een nacht die niet meer lengt

zich prijs geeft aan de ochtendzon

 

wortels van elastiek die zich vastzetten

in de zwetende klei, op zoek naar ruimte

 

daar meen ik in de luchtdans van de

pimpelmezen, een bijenvolk te herkennen

de laatste zomer indachtig

.

KCA

KCA

Zoals_in_maart

Winterpijn  2