Site-archief

Nieuwjaarsreceptie

Daniël Dee

Op oudejaarsdag kijk ik graag nog even terug én vooruit. Het afgelopen jaar was weer een vol en poëtisch jaar. Opnieuw wist ik elke dag een bericht te schrijven en te plaatsen op dit blog, heb ik weer op mooie plekken mogen voordragen (op een dak, een begraafplaats, een kloostertuin, tijdens de presentatie van een bundel, in een kas) verschenen mijn gedichten in verzamelbundels en op de Poëziekalender, was ik actief in drie poëziestichtingen en verscheen er een dichtbundel bij MUGbooks en opnieuw vijf exemplaren van het minipoëziemagazine MUGzine.

Maar ik wil ook vooruitkijken naar nieuwe initiatieven, blogberichten, voordrachten en publicaties en hopelijk (de tijd!) een nieuwe dichtbundel na zoveel jaar. En zoals elk jaar zijn er de komende weken nieuwjaarsrecepties waar ik acte de présence zal geven, professioneel, uit nieuwsgierigheid of om mensen te ontmoeten en het beste te wensen voor weer een nieuw jaar.  Dichter Daniël Dee (1975) schreef er in zijn bundel ‘Monsterproof’ uit 2010 een passend gedicht bij getiteld ‘Tijdens de nieuwjaarsreceptie of om het even welke bijeenkomst’.

.

Tijdens de nieuwjaarsreceptie of om het even welke bijeenkomst

een sociale fobie

waarom kan mijn verschijning niet versmelten met het bloemetjesgordijn

na een paar wijntjes gaat het wel glas recht houden niet morsen

.

iedereen heeft een ander

.

om iets tegen te melden geanimeerd ik weet niet eens waar

ik het over moet hebben geroezemoes stijgt op uit groepjes

als ik mijn ogen sluit dan kan ik er bijna op meewiegen

niet te lang mijn ogen sluiten aanschouw de nachtmerrie

een groepje van vier mannen gezonde mannen in mooie pakken

dure pakken bewegen in slowdance steeds dichter naar het raam

waar ik sta in mijn verschijning versmolten met het bloemetjesgordijn

ze nemen me niet waar de man met zijn rug naar me toe

ritselt zijn roos in mijn wijn nu doen alsof ik me bewust

even alleen heb teruggetrokken doen alsof ik even bel

met de gsm tegen mijn oor zeg ik ja dat begrijp ik ik zal

niet te lang meer blijven ik kom zo naar je toe als op dat

moment daadwerkelijk mijn mobiel begint te rinkelen

.

Laatste dagen van december

Menno Wigman

.

Nu de laatste dag van december is gekomen wil ik 2019 in stijl eindigen. Het was een bewogen jaar, verschillende dichters ontvielen ons, nieuwe stonden op. Elk jaar kent een noodzaak in het groot of in het klein. Dit alvast als reactie op de laatste regel van het gedicht ‘Laatste dagen van december’ van Menno Wigman uit de bundel ‘Zomers stinken alle steden’ uit 1997.

Ik wens iedereen die dit leest of niet leest, ervan hoort of er niet van hoort (iedereen dus) een heel mooi, poëtisch, gelukkig en voorspoedig 2020 toe. Tot volgend jaar (morgen dus 😉

.

Laatste dagen van december

.

We verdoen de dagen in een waas

van strijkers en weemoedigheid.

Dit is de tijd van valse wensen

en bewogen brieven, de laatste

van het jaar. Hoe dan de broze

maanden bovendrijven, hoe de dagen,

voor het eerst weer, tellen.

.

Dus bellen oude minnaressen,

wensen ons alvast het beste

en beginnen over onbezonnen lentes

en het schrikbeeld van een berg

van zevenduizend monter opgerookte

sigaretten – weer een jaar in as.

.

December: inkeer en ontreddering,

een schacht van angst die niet bezworen

wordt door drank of naasten. Waar is toch

het vuurwerk dat het tellen temt,

de stem die zegt dat het jaar

alsnog een noodzaak kent.

.

Hunebed

Gedicht op een grote steen

.

Met Oud en Nieuw bezocht ik het grootste Hunebed van Nederland in Borger in Drenthe. Dat Hunebed staat naast het Hunebed centrum waar een oertijdpark, een keientuin en een museum is gevestigd. Het centrum was overigens gesloten op oudjaarsdag maar bij de ingang stond een grote steen met daarop een gedicht dat mijn aandacht trok. De tekst luidt:

.

Rond gespoeld door water

lig ik hier voor later

als bron van uw leven

aanschouwt u mij even

laat mij weer alleen

ook ik ben niet van steen

streel mij eenmaal

op mijn wenken

opdat ik u hernieuwd

leven kan schenken

.

Op de drempel van

Oud en Nieuw

.

Op deze laatste dag van het jaar wil ik mijn lezers en iedereen die de moeite heeft genomen te reageren op dit blog, vragen te stellen en kritisch te zijn, heel hartelijk danken en een heel mooi, poëtisch en voorspoedig 2019 te wensen. En natuurlijk doe ik dat, als altijd, met een gedicht. Dit keer het gedicht ‘Anti-nieuwjaar’ van Karel Jonckheere, uit de bundel ‘In de wandeling lichaam geheten’ uit 1969, als knipoog maar ook als reality check en overdenking naar het nieuwe jaar toe.

.

Anti-nieuwjaar

 

Altijd en ergens oudejaarsavond
op een ster in een boek of een brief
ik vier mijn tijd niet in namen
ik hef geen punch op een dief.

Eeuwen zo oud als mijn jaren
mijn jaren zo jong als de wind
die met datumloze gebaren
mij uit de kalenders ontbindt.

Deze avond blijf ik afwezig
betrek een aanwezigheid
op einders die mij genezen
van mijn vergankelijkheid.

.

Oudejaarsdag

Dichter van de maand: Dimitri Verhulst

.

Voordat ik mijn laatste bericht van dit jaar plaats wil ik vanaf deze plek iedereen, mijn vaste en losse lezers, hartelijk bedanken voor hun interesse en waardering van dit blog in het afgelopen jaar. De  herinneringen aan dichters of gedichten die jullie met me deelden, de tips die ik kreeg (laat ze maar komen) en de hartverwarmende reacties die jullie achterlieten bij de berichten, ik heb ze heel erg gewaardeerd.

Vanaf deze plek wens ik iedereen een heel mooi, poëtisch en voorspoedig 2018 toe.

Voor de laatste maal dit jaar de dichter van de maand en voor het laatst deze maand Dimitri Verhulst als dichter van de maand. Op deze oudejaarsdag koos ik voor het gedicht uit het hoofdstuk De dochters, wakker worden uit de bundel ‘Stoppen met roken in 87 gedichten’.

Ik koos voor dit gedicht omdat het zo mooi het proces beschrijft van een meisje dat vrouw wordt en dat dit met pijn en moeite, verveling en vervelling gaat. Ik maak het dagelijks mee hoe dit proces zich voltrekt en daarom op de laatste dag van 2017 het gedicht zonder titel maar met het nummer 4.

.

4

.

Het is niet het grote vervelen

waaraan het meisje zich overgeeft,

het is het vervellen!

Zij is bezig het kind in haar

behoedzaam af te pellen,

traag en laag per laag.

De uren verglijden langs haar dijen

en ze weet het niet, ze merkt het niet.

Vandaag blijft zij met al haar billen binnen

om te knoppen, te kniezen en te kiemen.

Haar luiheid is niet lusteloos,

om te ontwaken moet ze liggen,

landerig als de middag. Ledig

en loom legt zij het meisje zacht

te sterven in de wording van de vrouw.

Het voorjaar draalt voorbij.

De vogels komen zo.

.