Site-archief
Verlichte nacht
Richard Dehmel
.
De Duitse dichter en schrijver Richard Dehmel (1863-1920) is voor de meeste lezers waarschijnlijk een onbekende. Maar Dehmel was in zijn tijd een omstreden dichter. Vanuit een hedendaags perspectief verwonderen wij ons erom maar in die tijd waren er heel andere normen en waarden. Waarom ging het?
Dehmels dichtbundel ‘Weib und Welt’ (Vrouw en Wereld) veroorzaakte eind jaren negentig van de 19e eeuw een schandaal. Dehmel werd aangeklaagd door de diep conservatieve dichter Börries von Münchhausen en vervolgd wegens obsceniteit en godslastering. Ondanks dat hij op technische gronden werd vrijgesproken, veroordeelde de rechtbank het werk als obsceen en godslasterlijk en beval dat het verbrand moest worden. Dehmel zou opnieuw worden vervolgd wegens obsceniteit en godslastering, maar werd net als eerder weer vrijgesproken.
De bundel drijft dan ook op erotiek, iets waar tegenwoordig niemand meer van opkijkt maar in het zeer conservatieve Duitsland van eind 19e eeuw was dat bijna zoiets als godslastering. In bijvoorbeeld het gedicht ‘Ins Weite’ spreekt Dehmel van ‘manna van de grenzeloze nacht’ en ‘het kwellend verlangen van wei, woud en wolkendek’. Dehmel bezingt tamelijk onverholen en ontegenzeggelijk subliem de vrouwelijke schaamstreek, het opperwezen alsmede de duivel.
Ook het gedicht ‘Venus Consolatrix’ (Troosteres Venus) werd als godslasterlijk en onzedelijk beoordeeld, en daarom moest het gedeeltelijk zwart worden gemaakt. In dit gedicht biedt Maria Magdalena haar ontblote geslachtsdeel aan als rustplaats, hét vlees dat Christus zelf begeerd zou hebben, aldus het gedicht. Ongetwijfeld iets waar ook hedendaagse christenen zich nog aan zouden ergeren.
Dehmel experimenteert er vrolijk op los in de bundel en hoewel de lust een grote rol speelt, net als de godsdienst, de vrouw en het vleselijk verlangen, zijn de gedichten nooit platvloers of schunnig. Op de website van Emile van Brakel vond ik een vertaling (van hem) van het gedicht ‘Verklärte Nacht’ of in vertaling ‘Verlichte nacht’. Oordeel zelf.
.
Verlichte nacht
.
Twee mensen gaan door kaal, kil woud;
de maan loopt mee, hun blik beschouwt.
De maan loopt over hoge eiken
geen wolkje omfloerst ’t hemellicht,
waarin de zwarte kruinen reiken.
De stem klinkt van een vrouwsgezicht:
Ik draag een kind, en niet van jou,
in zond’ en schuld ga ik naast jou.
Ik heb mijzelf zo zwaar misdaan;
Ik geloofde niet meer in geluk
toch hield een zwaar verlangen aan
naar levensvrucht, naar moedergeluk
en plicht – toen heb ik mij verstout,
liet mijn schaamte huiverend boud
bevoelen door ’n man zonder naam
én prees zelfs mijn ijdel gemoed.
Nu heeft het leven zich gewroken,
nú heb ik jou, o jou ontmoet.
Zij loopt met onbeholpen tree,
zij kijkt omhoog, de maan loopt mee;
haar donk’re blik verdrinkt in licht.
De stem klinkt van een mansgezicht.
Wees het kind door jou gekregen
toch onbezwaard toegenegen,
o zie, hoe klaar het heelal schittert!
Het grote Al glanst om ons twee,
jij drijft met mij op koude zee,
maar een eigen warmte glinstert
van jou in mij, van mij in jou;
’t vreemde kind met licht verkoren,
wordt voor en van mij geboren,
jij hebt de glans in mij geraakt,
jij hebt mijzelf tot kind gemaakt.
Hij pakt haar bij de volle dij,
in de lucht mengt zich hun adem vrij,
twee mensen gaan door helverlichte nacht.
.
Zij als inktvis
Hugo Claus
.
Over erotische poëzie zijn nogal wat meningen. Je houdt ervan of je houdt er niet van, zei ooit een dichter tegen mij. Maar eigenlijk kun je zoiets niet zeggen. Dat is net zoiets als zeggen dat je niks hebt met voetbal behalve als het Nederlands Elftal speelt. Eigenlijk zeg je dan: Ik hou niet van voetbal in het algemeen maar wel van het spel van het Nederlands elftal. En die nuance zou je ook richting erotische poëzie kunnen hebben. Ik schreef al vaak over erotische poëzie en gaf daar evenzoveel voorbeelden van. Dat ging van omfloerste beschrijvende Arabische poëzie, tot voorname klassieke poëzie en van redelijk platvloerse maar oh zo vermakelijke poëzie (‘Kutgedicht’ van Jules Deelder) tot aan erotische poëzie over planten (‘Amour Florale’ van Evy Van Eynde).
Wie het genre ook beheerste was Hugo Claus en ook weer op zijn heel eigen manier. In heel directe taal zonder franje, grof soms en duidelijk beschrijft hij in ‘Zij als inktvis’ het liefdesspel tussen de dichter en een vrouw.En ook hier is er de erotische spanning voelbaar terwijl er op poëtisch gebied ook veel te genieten valt. Het gedicht ‘Zij als inktvis’ komt uit de bundel ‘Het huis van de liefde’ uit 1999.
.
Zij als inktvis
.
Die inktvis met tongen en tieten
houdt van mij en ik van haar
uit lijfsbehoud.
Hoor mij blaten tegen haar gaten.
.
Als zij knipoogt met haar vele schele ogen
geeft zij licht in het water.
Zij heeft het altijd koud.
Ik nies terwijl ik grond verlies.
.
Zoveel tentakels, zoveel obstakels.
Misschien is het daarom dat ik haar zo bemin,
daarom zo grenzeloos wil vergeten
in haar klamme spleten
wat ooit mijn bestemming was
op het begrensde aardse gras.
.
Als ik haar nappen om mij voel sluiten
en haar zuigen merk tot in mijn merg,
wil ik knappen, kraken en verzuipen.
.
Ver van haar en haar doem en haar domein
en in de maat der mensen
ben ik ontmand en wandel wensloos als een hoen.
.
Alleen bij haar ben ik, alhoewel haar prooi,
een meester in het beestige.
Mijn zuurstof is haar onverbiddelijk groen.
.





