Site-archief

Optreden bij Tweetup Heidi Schoefs

Zaterdag 30 oktober in Tongeren (België)

 

Heidi Schoefs is een vlaamse blogger die ik al een tijdje volg. Haar weblog is vrolijk, informatief, interessant en Heidi is zo’n soort positief mens dat alles wil en volgens mij ook heel veel kan.

Heidi organiseert op 30 oktober een Tweetup. Ter informatie: dit is een treffen voor tweeps (zoals bij ‘motortreffen’). Tweep is de aanduiding voor iemand die twittert. Via dit medium creëer je interactie met je medemens.

Voor deze Tweetup heeft Heidi me gevraagd een aantal gedichten voor te dragen en jullie kennen me genoeg om te weten dat ik dat maar al te graag doe.

Behalve het samenkomen in de Ursulakapel in Tongeren is er live muziek van het akoustisch duo Kaat & Daan en zal Heidi zelf met haar band optreden.

 

Nieuwsgierig geworden naar Heidi, haar weblog en haar muziek?

http://www.heidischoefs.com

http://www.myspace.com/heidischoefsmusic

HS

Gedicht in bundel

Afscheid

Een van mijn gedichten komt in de bundel ‘Afscheid’. Deze bundel wordt gepresenteerd op 7 november en bevat de winnaars, vermeldingen en geselecteerden voor de bundel.

Van de meer dan 300 ingezonden gedichten zijn er zo’n 60 in de bundel opgenomen.

Dit keer geen nominatie of prijs maar dus wel een gedicht in de bundel. Welk gedicht is nog even afwachten. Na 7 november meer over deze nieuwe poëzieprijs.

afscheid

Nieuwegeinse Literatuurprijs 2010

Nominatie

 

Zoals jullie weten mag ik nog weleens aan een dichtwedstrijd meedoen, sterker nog, ik organiseer er elk jaar zelf eentje.

Vandaag kreeg ik bericht van de organisatie van de Nieuwegeinse Literatuurprijs, dat mijn gedicht ‘Open brief aan professor Rumke’ als één van de tien is genomineerd  voor deze prijs.

De prijsuitreiking is op 11 november. Wordt vervolgd dus.

De Nieuwegeinse Literatuurprijs is in 1999 in het leven geroepen als opvolger van de OpSpraak Poëzieprijs, een initiatief van Stichting BeeldSpraak en genoemd naar het literaire tijdschrift OpSpraak.

 

opspraaknet

Nieuw gedicht

Dagmenu

 

In het woud van jouw oksel

vechten de zuren om een plaatsje

vooraan

je lichaamsdauw plakt mijn ogen

dicht op je huid,

trekt het zout

op mijn gebarsten lippen

 

Waar liggen je wegen van hoop?

Je rotsvaste anker

stevig in de bodem

van mijn verlangen

 

Wieg me, waai me,

blaas me weg en houdt me staande

in de smaak van je omhelzing

ligt mijn wens

naar je hoofdgerecht

.

dagmenu

Gedichten op vreemde plekken

Deel 35: Op het strand

 

Dit gedicht wordt gemaakt door het rijden met een truck over het strand van Vlieland. Opde banden van de truck zijn de dichtregels gemaakt in spiegelbeeld zodat de tekst in het zand te lezen is.

 

De dichtregels zijn van Jan de Booys en luiden:

Breng gedachten vol verlangen naar het lege stille strand. Schrijf ze duizend stille malen tussen duizend korrels zand.

strandregels

strandregels 2

Gedichten op vreemde plekken

Deel 34: Op een school

 

Op een school in Hulten dit gedicht in een rugzakvorm van Erik van Os.

rugzak

Stevie Smith

Gedicht.

Dit is het gedicht dat Joris Lenstra vertaald voordroeg bij Ongehoord Rotterdam! van de Engelse dichter Stevie Smith (1902 – 1971). Hier in de oorspronkelijke versie.

Not Waving but Drowning

Nobody heard him, the dead man,
But still he lay moaning:
I was much further out than you thought
And not waving but drowning.

Poor chap, he always loved larking
And now he’s dead
It must have been too cold for him his heart gave way,
They said.

Oh, no no no, it was too cold always
(Still the dead one lay moaning)
I was much too far out all my life
And not waving but drowning.

.

Stevie Smith, March 1966

Gedichten op vreemde plekken

Deel 33: Tunnelgedicht

.

Een gedicht van Stadsdichter Joke van Leeuwen (2009) Alleen te lezen als je er langzaam langs loopt/fietst/rijdt.

De hele tekst staat hieronder.

Ha ga hier, u jij golle jullie gij, door deze gang van lucht in boomse klei,
behaagziek als een brug zijn tunnels niet, de wereld is teruggebracht tot kleine optocht van toevalligheden, een snelle blik in onbekende ogen, een jas waarin hier iemand al eens kwam,
hier kunnen zon en wind niet bij, hier bloeit niets, groeit niets, is het heen of weer binnen de lijntjes blijven, en boven gaat het zoveel kanten op, tien hoog en toch nog uitzichtloos of op de grond iets als de hemel,
en u jij golle jullie gij, al is Sint-Annadorp vergaan, de put in en verdwenen, er waaien oude liedjes rond tielierelarelom die willen zich bewaren tussen getob en tegenzin en opgeraapte grappen,
wat doen de benen hier hun best, er moet weer wat, dat zal wel zijn, iets halen, iets betalen, iets willen, iemand zien misschien, waren de buizen hier als glas, was er dan nu nog wat er was,
diep in de grond verzonken huizen, drie potten met verschaalde lijdzaamheid en zoete bonen, de kraag van een matroos met einders in herinnering en veel vuil spel en slappe touwen,
de grove buiken van gestorven schepen, daarboven vissen die volharden, daarboven alles, maar toch weeral geen fraai ontvangend comité dat staat te zingen van wees welkomtierelierelom,
hoe goed dat u jij golle jullie gij weer boven bent zijn zijt (en dan de grote trom en een refrein).

(richting stad)

Ha ga hier, u jij golle jullie gij, gekomen uit een kromgetrokken droom met overkant, nog zevenhonderd stappen min of meer en daar is ’t stad, een plein, een schilderij, een berg vers fruit, een park dat kan bewaard, een menigte die nieuwe kleren wil,
een taak die languit ligt te wachten, een nacht met ogen open, de properpoetser voor de glans (de koninklijke poort is moeten lopen naar de gillisplaats, daar staat die poort niet echt een poort te zijn, er is wel meer niet wat het is),
terwijl hier u jij jullie golle gij onder de Schelde bent zijn zijt, ligt alles boven als versteend op u jij golle jullie gij te wachten, het wenen op de pauzeknop en niemand raapt nog grappen op, het lachen houdt zich in om dalijk door te gaan,
de stad is stil gaan staan bij wat er wringt en al die Antwerpse geschoeide voeten stokken, even vraagt niemand waar vandaan, een schreeuw blijft aan een dakgoot hangen,
de auto’s wachten voor het rood en even gaat er niemand dood die iemand graag in leven houdt, het brood wordt even niet meer oud, de hoogste bomen weigeren de wind,
een val wordt net op tijd gebroken, de prater zwijgt en vraagt zich af wat hij te zeggen denkt, het water blijft verbaasd in buizen aarzelen, de haast weet niet meer waar naartoe,
maar dan als u jij golle jullie gij weer boven komen komt, boegeert het, botst het, bloeit het, vloekt het, is het toch weer later.

.

tunnelgedicht

 

tunnel 2

Gedichten op vreemde plekken

Deel 31: De postzegel

.

De Royal Mail  gaf deze postzegel in 2001 uit. Het gedicht “’The Ad-dressing of Cats’” is in zijn geheel op de postzegel afgedrukt. De dichter is T. S. Eliot (1888-1965) die in 1948 de Nobelprijs voor Literatuur kreeg.

.

Postzegel

 

Update nieuwe bundel

Je hebt me gemaakt met je kus

.

Zoals je hier al eerder kon lezen ben ik druk in de weer samen met Alja Spaan een gedichtenbundel uit te geven bij uitgeverij 9en40 van Alja.

De bundel met de mooie titel ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ bevat 2 maal 20 liefdesgedichten.

Gedichten over de liefde van het hart, het hoofd en het lichaam.

De proefdruk hebben we bekeken en we zijn het eens over de aanpassingen. De dealine van half september gaan we niet halen maar heel lang zal het niet meer duren.

.

Ik denk dat we een mooi kerstcadeau gaan presenteren medio oktober.

.

Wordt vervolgd…

.