The Nightmare Before Christmas
Films gebaseerd op poëzie: Deel 4
.
Tim Burton schreef in 1982, toen hij nog bij Walt Disney Animation Studio werkte, een drie pagina’s tellend gedicht genaamd The Nightmare Before Christmas. Hij liet zich hiervoor inspireren door de televisiespecials Rudolph the Red-Nosed Reindeer en How the Grinch stole Chrismas en het gedicht A visit from St. Nicholas. Na het succes van Burton’s stop-motion film Vincent in 1982, begon Disney plannen te maken om Burton’s gedicht om te zetten naar een korte film. Rick Heinrichs en Tim Burton maakten hierop een voorlopig script en bedachten al enkele personages.
De korte film kwam niet van de grond, maar in de loop der jaren bleef het idee voor de film wel hangen bij Burton. In 1990 ontdekte Burton dat Disney nog steeds de filmrechten op het verhaal had, en maakte plannen om in plaats van een korte film een speelfilm te produceren. Hij kreeg groen licht van Disney. De film kwam er in 1993 en werd bijna helemaal gemaakt met stop-motion, een filmtechniek waarmee speciale effecten in films kunnen worden gecreëerd.
Het gedicht waar Tim Burton zijn film op baseerde lees je hier: http://www.timburtoncollective.com/nmbcpoem.html
Hieronder het gedicht voorgedragen door Christopher Lee.
.
Geplaatst op 4 september 2013, in Film gebaseerd op poëzie, Youtube en getagd als 1982, 1990, 1993, A Nightmare Before Christmas, Christopher Lee, dichter, disney animation studio, film, Films en poëzie, filmtechniek, gedicht, gedichten, How the Grinch stole Chrismas, nightmare before christmas, poëzie, Rick Heinrich, rick heinrichs, Rudolph the Red-Nosed Reindeer, speciale effecten, St., stop-motion, Tim Burton, walt disney animation, Walt Disney Animation Studio, Youtube. Markeer de permalink als favoriet. 2 reacties.




Ik moest direct denken aan dit gedicht van de fijne dichter Rouke van der Hoek:
DE EENZAAMHEID DER EENDEN
– Wij, Kwik Kwek en Kwak, drie snavels voor één zin,
woonachtig bij oom. Echte ouders omgekomen?
Kinderbeschermingspupillen? Adoptieklantjes?
Wat doen wij tussen die vrolijke kleuren?
– Ik, Katrien, moeder noch dochter, door mannen
en jongens om mijn donzig onderlijf begeerd,
ben het aas dat Donald doet bewegen,
struikelen, falen, een wanhopige liefde.
– Ben ik, Donald, dan de enige die opvliegt
tegen de stramienen van ons lot: Dagobert rijk,
Guus geluk, Willie geniaal, ik een sukkel,
ontslagen, neergemept, wereldwijd uitgelachen
om mijn woedend gekwaak.
– Ik, Disney, donker waas boven Duckstad,
twijfel of ik de zoon ben van mijn vader,
de schat van mijn moeder, de vader van mijn dochters,
twijfel of ik iets van mezelf ben, anders dan
uncle Walt, animator van eenzame eenden.
(uit: Het magnetische noorden, Atlas, 2001)
Geweldig gedicht Pieter! Bedankt voor het delen!