Maandelijks archief: oktober 2013
Liefdespoëzie
Hans Andreus en RAU
.
Afgelopen zondag trad RAU op op het Ongehoord! podium in Rotterdam. Een prachtig optreden van Menno Smit (poëzie), Selma Peelen (gitaar en zang) en Johan Visschers (gitaar en zang) dat veel indruk maakte. Een van de nummers die ze brachten was een gedicht van Hans Andreus ‘Voor een dag van morgen’ op muziek gezet en gezongen door Selma.
Ik moest tijdens de uitvoering van het nummer en later tijdens het beluisteren van de CD denken aan een blogbericht dat ik hier plaatste op zaterdag 28 september over de nieuwe verzamelbundel van Arie Boomsma met als thema liefdesgedichten.
Hoewel het gedicht ogenschijnlijk gaat over de dood en naar ik heb begrepen nogal eens wordt gebruikt bij begrafenissen en crematies is het naar mijn mening een ultiem liefdesgedicht. In een verklaring van het gedicht op http://www.literatuur.comli.com/Andreus.htm bespreekt Dr. Fa Claes het gedicht en hij eindigt zijn betoog :
“De vraag is waarom precies een dergelijk gedicht zulke bijval heeft. Het is op de onmogelijkste ogenblikken geciteerd en voorgedragen, het heeft zelfs vaak op doodsprentjes gestaan. Het is moeilijk aan te nemen dat mensen zulke lage dunk van hun medemensen hebben dat ze die niet in staat achten om het leed van anderen te begrijpen. En niet zozeer hun leed, vooral hun liefde niet. Ze zouden je niet geloven. / Ze zouden niet willen geloven… met een sterke nadruk op willen. Waarom toch? Blijkbaar flateert het mensen te denken dat ze uniek zijn in hun liefde die zo volstrekt is dat niemand hen verstaat. Het is precies andersom, wie een beetje mens is verstaat het zonder enige moeite. Sommigen zien in deze wanhopige uitspraken de uiting van volstrekte verwarring waarin een mens verkeert bij het verlies van de geliefde. Zelfs dan blijft de negatieve toon het gedicht overheersen, de bittere smaak van – moedwillige? – miskenning van de medemens.”
Ik ben het niet eens met Claes, volgens mij is hier geen sprake van een miskenning van de medemens of een negatieve toon van het gedicht. Volgens mij wil Andreus met de laatste strofe van zijn gedicht zeggen dat mensen van nature geneigd zijn tot een zeker pessimisme (Hans Andreus lijkt het beste voorbeeld, zijn ouders scheiden op zeer jonge leeftijd, hij had op jonge leeftijd een psychische crisis en een kind van hem overleed op jonge leeftijd) maar dat er ook zoiets bestaat als echte onvoorwaardelijke liefde. Dat veel mensen dat niet zouden begrijpen is geen miskenning van de medemens of een negatieve toon in het gedicht, het is een verklaring van zijn onbegrensde liefde die hij extra aanzet door te wijzen op dit (menselijke) aspect.
Hoe dan ook oordeel zelf.
.
Voor een dag van morgen
Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan een kind,
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad,
hoe lief ik je had.
Maar zeg het aan geen mens.
Ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven
dat alleen maar een man alleen maar een vrouw
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.
.
.
De geluidsopname van RAU:
Septemberpodium Ongehoord!
Fotoverslag
.
Even kort wat foto’s van het septemberpodium van Ongehoord dat met meer dan 55 bezoekers zeer goed werd bezocht (en terecht, er was veel moois te beluisteren en te zien). Prachtige poëzie en muziek van RAU, mooie gedichten van Peter Kouwenberg, fijne samenzang van Valuemusicc, het warme stemgeluid van Rob Hilz en natuurlijk een aantal van de deelnemers aan de Ongehoord! gedichtenwedstrijd die hun gedicht mochten voordragen op het podium.
.
Met beide voeten in de modder
Uit mijn boekenkast
.
Tussen 2007 en 2009 was Harry Zevenbergen stadsdichter van Den Haag. Een van de projecten die Harry organiseerde was Dichter op locatie. Twee keer Vijf Haagse dichters (in deel 1 en deel 2) kregen van hem de opdracht om een week te verblijven op een locatie naar eigen keuze in Den Haag. De ervaringen van dat verblijf werden vervolgens door hen vastgelegd in een dagboek met foto’s en gedichten. Het resultaat daarvan is vastgelegd in twee bundels waarin een bijzondere kijk wordt gegeven op het reilen en zeilen achter de schermen, op plekken waar een buitenstaander niet zo snel toegang krijgt.
Beide bundels zijn mooi uitgegeven door uitgeverij de Brouwerij in 2008 en 2009. Uit de eerste bundel twee gedichten van Jeroen de Vos. Jeroen verbleef 5 dagen op een Scheveningse viskotter en schreef daar een aantal pakkende gedichten over.
.
Groot vertoon
.
Acht uur ’s ochtends
vanuit de patrijspoort zie ik dat god
alles heeft opgepoetst
de zee schittert aan alle kanten
het glimt en blinkt.
Zou er soms visite komen?
.
Zoet & gladjes
.
Ze hebben allemaal
koppen die spreken
woest en krachtig
.
Krijg je zo’n kop
en zo’n blik
door het varen
.
of is het andersom
.
Ga je met zo’n kop varen?
.














