Categorie archief: Dichtbundels

De dag scheurt

Piet Hardendood

.

Enige tijd geleden werd ik door Piet Hardendood benaderd met de vraag of ik op Dichterskring.nl elk kwartaal een bijdrage kon leveren in de vorm van een bespreking van een gedicht van één van de Dichterskring dichters. Ik heb daar even over nagedacht en we zijn er samen uitgekomen; vanaf oktober bespreek ik elk kwartaal een gedicht, het ene kwartaal een gedicht van een Dichterskring dichter, het andere kwartaal een gedicht van een Puberpoëzie.nl dichter. De dichter die ik bespreek krijgt een exemplaar van Zichtbaar alleen.

Piet is naast de stuwende kracht achter Dichterskring.nl ook zelf dichter. Hij schrijft onder de naam Laantje. In 2012 publiceerde hij bij de Nederlandse Auteurs Uitgeverij de bundel ‘Gedichten uit het Laantje, een doorkijkje naar het leven’.

Uit deze bundel het gedicht ‘De dag scheurt’.

.

De dag scheurt

.

Binnen de toegemeten tijd krimpt

ochtend stil ineen, alsof hij niet meer wil

beminnen wat hem in licht is toevertrouwt

.

De dag hij scheurt zo lijkt uiteen in rafels.

Verdwenen is zonbeginnend middaguur en

avondschemering valt schaduwlang,

onder het houten blad van ruwe heilgeheime tafel.

Ze is zo bang dat nacht verloren raken zal.

.

Toen brak het duister door, ja in het derde uur

van middag al.

.

laan

 

De kolos

Zichtbaar alleen

.

Pas geleden werd ik door Leo Willemse geïnterviewd in zijn ‘boekenhoekje’ in het cultuurprogramma op vrijdag bij Amsterdam FM. In de trein naar Amsterdam heb ik mijn bundel ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ nog eens doorgelezen. Het bijzondere van ouder werk doorlezen (en zo oud is het nog niet) is dat je soms verrast wordt door jezelf. Bij andere gedichten is het juist leuk om vondsten die je had weer terug te lezen en soms gebeurd het ook dat je denkt, mwahh.

Waarom schrijf ik dit? Eergisteren heb ik naar aanleiding van bovenstaande gebeurtenis mijn eerste bundel nog eens herlezen. ‘zichtbaar alleen’, waar dit blog naar vernoemd is, kwam uit in 2008 en was een samenwerking tussen mij en de beeldend kunstenaar/fotograaf Ruben Philipsen. Toen ik dit boek herlas, en het was alweer even geleden dat ik de gedichten las, werd ik soms blij verrast door mijn eigen gedichten. Ik heb op dit blog al een paar gedichten gepubliceerd uit deze bundel maar vooral in de eerste jaren van dit blog (2008 en 2009).

daarom vandaag nog maar een gedicht waar ik nog altijd heel tevreden over ben. Het betreft het gedicht bij de foto die ook op de cover is geplaatst.

.

De kolos

.

Tussen olifantenpoten

houdt zich de warmte schuil

van de aaseter

.

In die beschutting

openbaart zich

de stilte

.

Één moment, een seconde maar

licht de kolos zich

uit zijn eeuwenoude rust

.

Tot de versmelting

van een leven

met zijn omgeving

.

kolos

 

De bundel Zichtbaar alleen is nog steeds te koop voor een zacht prijsje. Mail naar heiningenvanwouter@yahoo.com voor informatie.

De Grote Vakantie

F. Starik

.

Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘De Grote Vakantie’ van F. Starik uit 2004, uitgegeven door In de Knipscheer. De bundel bevat behalve 45 gedichten ook een CD met daarop 4 gedichten “verklankt” door Von der Möhlen en Cor Vos en gezongen door F. Starik. De CD bevalt me minder dan de bundel. De gezongen gedichten doen me erg ‘kleinkunstig’ aan. Niks mis mee op zichzelf maar ik persoonlijk vind
ze niet echt iets toevoegen, zoals de CD bij de laatste bundel van Serge van Duijnhoven dat absoluut wel doet.

De bundel met gedichten kan ik echter zeer waarderen. In 6 hoofdstukken en een coda neemt Starik je mee in zijn wereld en poëzie. Soms heel serieus, dan weer heel luchtig en altijd in een frisse taal.

Hieronder twee voorbeelden van een zeer luchtig gedicht en een op het oog luchtig gedicht maar met een serieuze ondertoon.

.

Landjuweel

 

Landjuweel, jaarlijks nazomerfestival

voor ouwe hippies, bewijst in elk geval

zo sprak Diana Ozon luid: ‘roken is niet dodelijk’.

Al zie ik wel bezwaren voor de huid.

 

.

De Grote Vakantie

 

Zo op het oog hier alles

welvaart en gemoedsrust.

Waar de Noordzee loom

haar brede zandstrand kust.

.

Vaders, moeders, kinderen

ze lachen, ze spelen, ze scheppen kastelen

in de tamme vloedlijn. Zou er ooit

volmaakter vrede zijn?

.

Eén van hen zal volgend jaar

niet langer bij ze zijn. Ze onderscheidt zich

al van verre: het dunne, kroezend haar.

.

De zon gaat onder, onbewogen

staan ze in het koude licht.

Niemand maakt bezwaar.

.

starik

Onvoltooid gedicht

Klapband

.

Uit de bundel Kuttje Compleet vandaag een gedicht van Wilhelmina Kuttje Sr. uit 1936. De notitie bij dit gedicht luidt na de laatste regel: Hier houdt het op. ’t Was ook eigenlijk maar een kladje in handschrift. Maar toch de moeite waard.

Uit de bundel: Vetpot

.

Klapband

.

Zoevend langs ’s heren wegen

dromend achter ’t stuurwiel heen

glijdt het modderige landschap

door den miezerige regen

klaagt den motor steen noch been

WAAR GAAN WIJ HEEN?

.

Ach, ’t is niet zozeer een einddoel

’t is veeleer de vreugde van den reis

Ploeterend door die modderpoel

op den vlucht voor Hein met Zeis

.

KLAP! klinkt plots ter linkerzijde

en wij stoppen met gesis!

En wij maken vuile handen

en wij wisselen van wiel

zetten onze lange tanden:

en wat ons toen heeft bezield

was: O staak het gemopper over banden

straks draven wij weer door vreemde landen

Die klapband deed ons weer beseffen

dat het leven…

.

groep

Klankgedicht

Wilhelmina Kuttje

.

Uit de onvolprezen bundel ‘Kuttje Compleet’ uit de Ronflonflonreeks het klankgedicht ‘Vaarwater’ (uit de bundel ‘Ga uit mijn’).

.

Vaarwater 

.

Sschr Br. Kek ps. Rararara

Rarararann

vvvv – ffff – gz

Aboeboeboe ketoe leloe fuut

Farzzzz Fazas                kar

Fattas

.

 

kuttje

Kuttje compleet

Ronflonflon Reeks Deel 3

.

Eind jaren 80 was er op 3FM (wat toen nog radio 3 heette) het legendarische middagprogramma ‘Ronflonflon met Jacques Plafond. Als er ooit een radioprogramma was dat het absurdisme hoog in het vaandel had dan was het dit programma van Wim T. Schippers. Volledig absurde dialogen, interviews die meestal geen interviews waren, liedjes die ineens werden afgebroken of waar volledig doorheen gepraat werd, bedenk het gekste wat je kunt verzinnen en dan nog gekker.

Een vast onderdeel van het programma waren de gedichten van Wilhelmina Kuttje. Het onderdeel dat steevast werd aangekondigd als “de gedichten van Wilhelmina Kuttje met twee t, waarna even later Jan Vos (het alter ego van Clous van Mechelen) inbrak in het programma met de woorden: Wie had er twee thee besteld?

Volledige anarchie op de radio gebracht door de VPRO. Van dit programma zijn 4 boekjes verschenen. Deel 1: Gevoelige plekjes van wilhelmina Kuttje, deel 2: Wel, en ook, het grote Jaap Knasterhuis Filmwoordenboek, deel 3: Kuttje compleet, gedichten van Wilhelmina Kuttje uitgelegd aan Jacques Plafond en deel 4: De grote hoop, tips en wenken van Jan Vos uitgelegd aan Jacques Plafond.

Aan deel 3, Kuttje compleet wil ik hier de komende weken aandacht besteden. Van de achterflap:

“Uit de honderden dichtbundels die haar grootmoeder, Wilhelmina Kuttje Sr. voornemens was te voltooien bij leven en welzijn (1901 – 1967) deed haar kleindochter, Wilhelmina Kuttje Jr. een welgemikte keuze, niet alleen als voordrachtsstof in het befaamde radioprogramma ‘Ronflonflon met Jacques Plafond’maar ook bijeengebracht in deze verzamelbundel. Uitvoerig geannoteerd en keurig van voetnoten voorzien geven zij een helder inzicht in de gedachtenwereld van de terecht herontdekte grote dichteres en als zodanig een cultuur-historisch overzicht van de eerste drie/vijfde van de 20ste eeuw. Met een voorwoord van haar kleindochter en een inleiding van Remco Campert.”

.

Brand* (uit de bundel ‘Verlangens’)

.

Nietsvermoedend zeurt

mijn diepgang voort

balancerend geurt

mijn oppervlakte, gloort

ginder spookt verlangen

naar het onbekende grote.

.

Wist ‘k maar waar het zich ontblootte

in zonneschijn en juub’lend denken

aan kreeg’lend vallen en weer opstaan

zie, daar staat vergeefs de hoop te wenken

laat ik maar een eindje verder gaan…

.

En plots: Daar vat ik vlam,

mijn leven en welzijn explodeert

ik sta in brand, ik wordt begeerd…

door jou, die in mijn leven kwam

maar hoelang? Houden wij die haard wel aan?

.

Immers, alles wat begint zal tot as vergaan

maar voorlopig brandt mijn ziel nog door…

Ik red het nog wel… tot den ochtendgloor

.

*Dit gedicht schreef Wilhelmina Kuttje  op haar 22ste, kort nadat tekenaar H. Zedden haar  voor het eerst bezocht, Zedden die op 18jarige leeftijd een pentekening van haar maakte.

.

kuttje plafond

 

 

Geef me de waarheid, een recensie

Magda Thomas

.

In november 2011 was ik te gast bij Magda Thomas in Gemert bij omroep Centraal. Het was een zeer onderhoudend bezoek van een uur waarin we veel over poëzie hebben gepraat, waar ik een aantal gedichten heb voorgedragen en waarbij me toen al de oprechte interesse opviel van Magda.

Nu is er een bundel van haar hand verschenen met de titel ‘Geef me de waarheid’ bij uitgeverij Heimdall. Ik kreeg de bundel van haar bij Podium X waar ze samen met die andere dichter van Heimdall, Derrel Niemeijer, ging voordragen.

Net als de bundel van Derrel is ook ‘Geef me de waarheid’ op een nette manier vorm gegeven, ook hier zijn de gedichten gecentreerd, blijkbaar een stijlfiguur van Heimdall.

Op de achterkant van de bundel staat dat ‘de schrijfstijl van Magda getuigt van een directheid en oprechtheid die schaars is’. Of dat laatste waar is vraag ik me af maar dat de gedichten direct en oprecht zijn is een ding dat zeker is. Dat de bundel een inkijk geeft in een getormenteerd leven dat niet alleen menig dieptepunt maar toch ook gelukzalige momenten kent vind ik persoonlijk wat sterk uitgedrukt.

Toegegeven, er staan een aantal gedichten in die in een donkere kant van Magda als onderwerp hebben (ervan uitgaand dat alle gedichten autobiografisch zijn) maar toch vond ik na lezing niet dat het een heel zware bundel was. Sterker nog, na lezing had ik het idee dat ik een bundel liefdespoëzie had gelezen. Dat de liefde niet altijd van een leien dakje gaat, okay, maar vrijwel elk gedicht heeft de liefde als uitgangspunt. De ene keer wordt de liefde bezongen met blijheid, de andere keer krijg je een inkijkje in wat de liefde ook kan doen; een mens kwellen of tot razernij brengen.

Al met al heb ik de bundel met plezier gelezen. De gedichten verschillen nogal van kwaliteit en vorm (dat ene Engelse gedicht had ik er persoonlijk uitgelaten) maar het geeft een mooi beeld van de dichter Magda Thomas. Bij het kiezen van een gedicht dat ik hier wilde plaatsen heb ik getwijfeld tussen ‘Geef me de waarheid’ wat een heel krachtig gedicht is, zonder opsmuk en recht voor zijn raap en ‘Ach, niets is zo mooi’ waar ik erg blij van werd. Het is de laatste geworden. Wil je die andere (en de rest) ook lezen, koop dan de bundel zou ik zeggen.

.

Ach, niets is zo mooi

.

Ach niks is zo mooi

als de liefde tussen een vrouw

en haar homo

.

Liggend op het strand in Tel Aviv

dromen we

Jij van mij

in wit kant met jarretels

lekker bruin

Ik van jou in witte pumps

en een witte lederen string

ook lekker bruin

.

Niets is zo mooi als

de liefde tussen een vrouw

en haar homo

.

Thomas

Hoop, geloof en liefde, een recensie

Derrel Niemeijer

.

Vorig jaar in december schreef ik een recensie van de bundel van Derrel Niemeijer met de veelzeggende titel ‘Krankzinnig aangedicht’. Ik schreef toen dat de bundel op mij overkwam als een geordende chaos en dat de poëzie van Niemeijer me deed denken aan de poëzie van Johnny the selfkicker. Onbegrijpbaar en ongrijpbaar met de neiging om na lezing van elk gedicht meteen tot herlezing over te gaan om er iets van te begrijpen. Ook schreef ik toen over de opmaak van de bundel, schreeuwerig en vol hoofdletters, uitroeptekens en punten en komma’s. Ondanks de interpunctie, de slordige opzet en het schreeuwerige karakter van de bundel was ik ervan gecharmeerd.

Derrel, door Von Solo ‘een levende icoon van de Neo beatniks’ genoemd lijkt in zijn nieuwste bundel wat tot rust gekomen. Lijkt, want in zijn poëzie is Derrel niet of nauwelijks veranderd. In de afwerking van de bundel is wel veel veranderd. Zo staan de gedichten op een normale bladspiegelverdeling, de vele dik gedrukte leestekens zijn achterwege gebleven, en de bundel heeft een rustig voorkomen. De afbeelding op de voorkant vind ik persoonlijk wat fletst en dat in combinatie met het lichte blauw en de titel doet een heel andere soort poëzie vermoeden. Ook de gekozen centrering van de gedichten in het midden van de bladzijden zou niet mijn keus geweest zijn maar al met al is ‘the look and feel’ van deze bundel professioneel.

Dan de inhoud, tenslotte gaat het om de gedichten. Bij veel gedichten overkomt mij hetzelfde als bij het lezen van ‘Krankzinnig aangedicht’, na lezing schud ik mijn hoofd, denk ik: “Waar gaat het eigenlijk over” en vervolgens lees ik het opnieuw. In de meeste gevallen komt na een tweede lezing het besef dat Derrel er vast iets mee heeft bedoeld dat ik er niet uit haal en dat wat ik er in lees vast niet zo door Derrel bedoeld is. En is dat niet precies waar poëzie over gaat.

Opnieuw soms zinsconstructies die wat krom zijn (bijvoorbeeld uit Ze is nu zo sterk: ‘om haar echt te waarnemen’ in plaats van ‘om haar echt waar te nemen’. Het gebruik van de ‘/ ‘ zoals in Masker: ‘als reflectie van/voor , wie/wat ik ben’ en in Achter de muur:  “Mijn leven behoud/behoed ik” . Maar ook de omkering van woorden die daardoor iets surrealistisch krijgen zoals in hetzelfde gedicht: ‘De Dood houd ik buiten. / Buiten houd ik De Dood. / Ik houd De Dood buiten.’

Tel daarbij de vele typisch Derreliaanse visuele ‘grapjes’ zoals in Verslikken: ‘over: *De liefde / *Je liefde/ *Liefde m.b.t./ *Liefde t.a.v./ *Liefde voor”

Komen we veel meer te weten over de mens Derrel? Wie goed leest en een beetje weet hoe stormachtig het leven van Derrel zich heeft ontwikkeld kan zich er een voorstelling van maken. Voor de neutrale lezer doemt een beeld op van een soms getormenteerde dichter, dan weer een ouwe romanticus en zelfs af en toe een sentimentele schrijver.

Voor ieder wat wils lijkt me. Een voorbeeld van het laatste in het gedicht ‘Ik houd van je’.

.

Ik houd van je

.

Hij is dichter

ik ben juist opener

sinds ik schrijf.

.

Soms schrijf ik vijf dingen

en soms op een dag

nog eens vijf.

.

Al die kraaienpoten

waren oefeningen.

.

Ik heb geleerd

Met minder woorden,

zeg je meer!

.

Vier woorden zijn genoeg!

.

derrel-250x370

 

Uitgeverij Heimdall is een betrekkelijk nieuwe uitgeverij van uitgever Hub Dohmen. Heimdall geeft naast poëzie vooral non-fictie uit.

 

Wij dragen Rotterdam: de bundel

Rotterdamse poëzie

.

Vorige week werd in de Rotterdamse schouwburg de eerste papieren bundel van mijn uitgeverij MUG books gepresenteerd. Negen Rotterdamse dichters laten in deze bundel hun stad zien en beschrijven waarom 010 of Rotterdam zo belangrijk is voor ze.

Omdat een bundel meer gaat leven als je een voorproefje hebt gehad, in dit geval een gedicht uit de bundel, zal je snel meer willen. Dat kan, de bundel is te koop via Mark Boninsegna via http://wijdragenrotterdam.nl/

Van de onnavolgbare Rotterdamse Keet daarom hier het gedicht ‘Korte wandeling aan de Maas’.

.

Korte wandeling aan de Maas

.

Onhoorbaar en gelaten loop ik langs de golvende Maas, geen tranen, geen

lach, geen gesnik.

Alleen de nacht was groots aanwezig, er stonden mensen roerloos in zwart

gehuld, wachtend in een rij, allen getroffen door het helse licht van de maan.

Ik wist, de reis was nu begonnen en sloot geduldig aan.

Langzaam wordt het ondraaglijk helder en mijn droge tranen vallen als stenen

in de Maas.

Het water verbaasd en in druppels geslagen door een eenzame ziel riep:

‘Volgende graag’.

.

Keet

Krullenbol

Nyk de Vries

.

Ik kwam maandagavond de bundel van Nyk de Vries tegen die ik kocht naar aanleiding van zijn optreden bij Poetry park een paar jaar geleden. De bundel ‘De dingen gebeuren omdat ze rijmen’ staat vol prachtige, licht absurde prozagedichten.  Daarom vandaag nog eens een gedicht van deze bijzondere dichter.

.

Krullenbol

.
Er was een foto van mij in omloop. Maar ik was het niet.

Steeds als ik met het beeld werd geconfronteerd, sloeg ik

snel de pagina om, ongemakkelijk door die vreemde

onbekende ogen. Jaren gingen voorbij. We oefenden

zomers in de omgebouwde boerderij van Ursula. We

speelden onder leiding van Jan Switters in het voormalig

Oostblok. Ik sprak voor het laatst met mijn

schoolvriendin tijdens het afscheidsconcert. Ruim een

decennium later, in een klein café, niet ver van het pontje,

bladerde ik door een stel oude knipsels en stuitte

opnieuw op het portret. En pas daar zag ik het. Die

jongen met die onbekende ogen. Die krullenbol. Ik was

het wel.

.

Nyk