Categorie archief: Dichtbundels

Lasso’s van woorden

De lenige liefde

.

In 1966 debuteerde Herman de Coninck met de bundel ‘De lenige liefde’. Hij zette daarmee een toon van ironie, lichtheid en speelsheid in de Nederlandse poëzie die daarna door veel dichters is opgepikt en gekopieerd.

Van deze bundel zijn inmiddels meer dan 10 drukken verschenen en de bundel is integraal opgenomen in ‘De gedichten’ waarvan meer dan 50.000 exemplaren zijn verkocht (en dan reken ik het gesproken boek van de lenige liefde nog niet eens mee).

Een enorm succesvolle dichtbundel kortom. Uit deze debuutbundel heb ik gekozen voor het gedicht nummer 11: ‘Denkend aan vroegere gedichten’.

.

Denkend aan vroegere gedichten

.

Wij waren jong, wij sprongen

te paard op de taal en reden

heersend de velden door,

slingerende lasso’s van woorden

naar alles wat we wilden veroveren. ,

het waren dolle roekeloze tochten, pas toch

een beetje op, riep Kees Fens ons nog na.

.

En ’s avonds stond de taal nog na te trillen,

op stal in een gedicht, hinnikend

van heimwee naar de maan

en naar de verste betekenissen.

.

lenige liefde

Beurtzang

Th. van Os

.

Schrijver maar vooral dichter Th. van Os (1954) debuteerde in 1996 met de poëziebundel ‘Beurtzang’ bij de Arbeiderspers. Hierna verschenen nog een aantal dichtbundels en twee romans. Van Os publiceerde werk in Maatstaf, Tirade, Revisor, Vrij Nederland, De Zingende Zaag, Tzum en Hollands Maandblad.

Informatie over de dichter is te vinden op zijn website http://www.thvanos.nl/

Uit zijn debuutbundel het titelgedicht ‘Beurtzang’.

.

Beurtzang

.

Stel je een vuur voor dat zo fel uitslaat

dat alle kleuren witter vlammen dan wit licht

witter dan de bladzijde waarop dit staat

heet en vurig als een goed gedicht

.

en brand het in je lichaam, middenin

en voel de gloed die zich als witheet licht

begrenzen laat, als woorden in een zin,

ja, als de grenzen van een goed gedicht.

.

De bron is even vleselijk en wringt

zich als het lezen van een goed gedicht, een oog

waarin de taal zich stijf en soepel binnenzingt

.

waardoor neuronen hun patronen vuren

en kronkeling oplicht;

.

een goede beurt is ook een goed gedicht.

.

beurtzang

Het kleinste gedicht

Ultrakorte gedichten

.

Ik schreef al over het langste en het kortste gedicht ter wereld maar vandaag wil ik het over kleine gedichten hebben. In 2005 gaf uitgeverij Podium een heel aardig klein bundeltje uit met de favoriete ultrakorte gedichten van Nederland en Vlaanderen. Honderd gedichten van maximaal 5, 6 zinnen maar de meeste van maar twee zinnen.

De kracht van veel van deze ultrakorte gedichten schuilt in veel gevallen in de combinatie van de titel en de weinige zinnen die het gedicht bevat. Ik heb de, naar mijn mening, aardigste voor je op een rijtje gezet.

.

Ontroerend onhandig…

.

Ontroerend onhandig

zoals vuilnisauto’s die hardrijden

(Remco Campert)

.

Krantenkop

.

vlieg verwijt paard

dat drol niet deugt.

(Riekus Waskowsky)

.

Geen haiku

.

vlinder in de trein

mijn god dacht ik als daar maar

geen haiku van komt

(Ilja Leonard Pfeijffer)

.

Sprookje

.

Er was eens een man

die altijd rechtvaardig was.

(Herman de Coninck)

.

Het leven zelf

.

Levering van stro.

Afvoer van mest.

(Bart Chabot)

.

Voorzichtige zelfmoordpoging

.

Twee Rennies

en een kopje kruidenthee

(Ingmar Heytze)

E

En tot slot een kort gedichtje dat de bundel (ten onrechte natuurlijk) niet gehaald heeft.

.

Hoe is dat toch gekomen

van altijd blijven slapen

tot nooit meer willen zien.

(Judith Herzberg)

.

klein

Liedje voor de pijn

Jan Willem Otten

.

Schrijver/dichter Jan Willem Otten heeft een veelzijdig oeuvre opgebouwd van poëzie, verhalend proza, toneel, kritieken, artikelen, beschouwingen en essays. In 1973 debuteerde hij als dichter met de bundel ‘Een zwaluw vol zaagsel’ waarna hij nog elf dichtbundels publiceerde. Van 1989 tot 1996 was hij redacteur van ‘Tirade’.

Voor zijn poëzie ontving hij de Reina Prinsen Geerligsprijs, de Herman Gorterprijs en de Jan Campertprijs. Uit zijn bundel ‘Eerdere gedichten’ uit 2000 het gedicht ‘Liedje voor de pijn’.

.

Liedje voor de pijn

.

Een mevrouw loopt door de gang

met in een zilveren kom haar plas.

.

Zij zingt in zich zelf

van de pijn van vannacht

zo waaiend verwoestend

dat zij zich moest krimpen

tot iets van niks, tot pluisje

drijvend op die wind.

.

Het woei niet weg

het woei niet mee

is niet verpletterd

maar bestaat nog steeds

ook nu de pijnwind ligt.

.

Straks wordt zij zwaar

en bang voor nieuwe wind

voor splijten als een eik.

.

Maar hedenmorgen is zij

vederlicht. O bleef ik zo,

voor altijd zonder wil,

.

zingt de mevrouw op onze gang.

Haar zilveren kom spoelt zij nu om.

.

eerdere gedichten

Life is a killer

Recensie

.

Derrel Niemeijer is een eigen uitgeverijtje begonnen en met ‘Life is a killer’ debuteert hij met zijn uitgeverij MeerPeper gelijk maar met een icoon uit de beatgeneration William S. Burroughs II of W.S.B. zoals op de cover staat te lezen.

William S. Burroughs (1914 – 1997) werd in 1959 beroemd door de uitgave van de roman ‘Naked Lunch’, een boek met een innovatieve, deconstructivistische structuur waarin hij harde maatschappijkritiek levert, met drugsverslaving en homoseksualiteit als metaforen. Tevens is het een kroniek van zijn eigen ervaringen met homoseksualiteit, het gebruik en afkicken van drugs. Hij maakte in dit boek onder meer gebruik van elementen uit genres als hard-boiled, sciencefiction en porno. Ook zijn enige gedeelten geschreven als satire op wetenschappelijke traktaten. (bron: Wikipedia).

In ‘Life is a killer’ complete poetry,  heeft Derrel met toestemming van de erven Burroughs het poëtische werk van W.S.B. bijeengebracht. Dit poëtische werk is een zeer klein gedeelte van wat hij heeft geschreven en er zullen mensen zijn die ook dit werk niet als poëzie zien.

Burroughs past hier namelijk steeds de cut-up techniek toe, waarbij hij letterlijk tekst verknipt en op een andere manier weer samenvoegt. Hierdoor ontstaan zeer bevreemdende en onsamenhangende teksten. In feite maakt Burroughs ready mades. Met name in de eerste ‘gedichten’ uit 1959 worden allerlei medische stukken verknipt over kanker, polio en dierenziekten. In latere stukken maakt Burroughs ook gebruik van proza van Stalin en gedichten van Rimbaud. Pas in de gedichten van na 1962 komt er enige samenhang in zijn teksten die ook voor de (geoefende) lezer begrijpelijker zijn. In de laatste twee gedichten ‘Pistol Poem No. 2’ en ‘Pistol Poem No. 3’ herkende ik een stijl die ik eerder bij andere post moderne dichters las.

In de bundel (geheel in het Engels) maakt Derrel gebruik van de interpunctie, de opmaak en het invoegen van lege bladzijden helemaal in de stijl van zijn grote held (die dit ook deed). Hoewel ik nog steeds niet kan wennen aan een gecentreerd Forword en Index, begrijp ik de keuze hiervoor.

Als pamflettistische bundel is dit dan ook een zeer geslaagd debuut van MeerPeper. Als je, zoals ik, graag de (rafel)randen van de poëzie opzoekt mag de cut-up techniek en de “geconcentreerde gekte” zoals ik het dan maar noem, van William S. Burroughs niet ontbreken.

De totale oplage van dit werkje bestaat uit maar 25 stuks maar ik weet zeker dat de liefhebbers van het werk van William S. Burroughs en/of van de beatgeneration deze uitgave graag zullen aanschaffen.

Uit deze uitgave het gedicht “People are some bath tub” uit 1959.

.

“PEOPLE ARE SOME BATH TUB”

,

“people are some bath tub.”

for new cancer holes

Ma viruses

made the night for She Ovation

Dish Soprano

separated by long peee

another mystery

other kill cells and future

agent at work

new cancer hole

These individuals are marked foe

They are of malignancy the link

The usual procedure

seperated by a long Pee

eventual program

known as COOL

virus graphed

Time.

OURS?

THAT?

.

Life is a killer

De overtocht

Stefan Hertmans

.

Tijdens de Poëzieweek kreeg je bij de aankoop van een poëziebundel een gratis geschenk van de boekhandelaar. De kleine bundel ‘Neem en lees’ met 10 gedichten van de dichter Stefan Hertmans. Ik kende Stefan Hertmans niet maar hij blijkt bij onze zuiderburen een bekend dichter. Hertmans (1951) is een Belgisch auteur van een literair en essayistisch oeuvre (poëzie, roman, essay, theatertekst, kortverhaal) dat hem in binnen- en buitenland bekend maakt. Zijn gedichten en verhalen verschenen in het Frans, Spaans, Italiaans, Roemeens, Kroatisch, Duits, Bulgaars.

In 1995 ontving hij de Driejaarlijkse Prijs van de Vlaamse Gemeenschap en hij werd tweemaal genomineerd voor de VSB-poëzieprijs. Daarnaast ontving hij de Maurice Gilliamsprijs voor zijn bundel ‘Goya als hond’. Niet zomaar de eerste de beste dichter dus.

Het bundeltje met de 10 gedichten geeft een aardig beeld van Hertmans als dichter. Deze gedichten zijn bij elkaar gezet omdat ze als gemeenschappelijk thema ‘herinnering’ hebben. Uit ‘Neem en lees’ het gedicht ‘De overtocht’.

.

De overtocht

.

Het zijn die ogen in de schaduw

die dood gelezen zijn.

Waarheid is een woord met wapens.

Het gaat om angst in de woestijn,

gevleugeld beest uit lang vervlogen eeuwen,

wreedheden flitsend op een zinkend scherm.

.

Je moet niet met je vinger wijzen,

het was haar moeder die het zei.

Ze stak hem in haar keel,

de boot schokte zich door een storm

die de wereld overspoelde.

.

Haar vonnis onverstaanbaar,

iets dat zich niet liet beschrijven,

een vinger in een bloedend oog,

en naamloos door de jaren drijven.

.

Vingerwijzen

SH

Kalfsvlies

Marieke Rijneveld

.

Toen ik op 6 april 2014 samen met Marieke Rijneveld (1991) op het Taalpodium in Zeist stond vertelde ze me dat ze vlak daarvoor een contract had afgesloten bij uitgeverij atlas Contact voor een poëziebundel en een roman. Ik kende Marieke toen al van een optreden in 2012 bij Ongehoord! en wist dat ze over een bijzonder talent beschikte. In juni 2015 verscheen ‘Kalfsvlies’ haar poëziedebuut.

Inmiddels heb ik de bundel gekocht en gelezen en alles wat er al over dit debuut geschreven is, is waar. Het bijzondere ritme van haar poëzie, het gebruik van metaforen, de ongerijmde buitenissigheden in haar gedichten, ik heb het allemaal terug kunnen vinden.

Wat mij steeds weer fascineert als ik haar gedichten lees is dat ik bijna vanzelf haar taal hardop ga spreken terwijl ik lees. De taal die Marieke gebruikt is zowel alledaags als heel bijzonder. Het bijzondere zit hem wat mij betreft in de verbindingen die ze legt, de interpunctie die ze gebruikt (of juist niet gebruikt) en het feit dat ze lange zinnen aan elkaar rijgt die, ondanks dat ze opgedeeld zijn in hoofd- en bijzinnen, toch een geheel blijven vormen.

Voor de gemiddelde poëzielezer die korte zinnen gewend is zal het even wennen zijn. Voor een liefhebber van lange, samengestelde zinnen, zoals ik, is het vooral genieten. Soms moest ik zinnen twee keer lezen om haar bij te blijven maar altijd pakte ik de draad weer op.

De keuze van onderwerpen, het feit dat je soms denkt dat deze jonge dichter zich in een parallel universum bevindt dat hetzelfde universum is als waar jij je als lezer in bevindt maar dan met net even minder kennis van die omgeving, maken het lezen van de gedichten een soms verwarrende maar tegelijkertijd spannende ervaring. Ik betrapte me er tijdens het lezen op, dat ik dacht dat de gedichten een soort bezwering waren, dat Marieke mij, de lezer iets wilde vertellen zonder dat ik meteen doorhad wat precies en dat pas later het kwartje bij mij zou vallen. Als je zo poëzie kan schrijven ben je een bijzonder dichter/schrijver.

Sommige gedichten lezen meer als prozagedichten, of ultrakorte verhalen, maar altijd in diezelfde poëtische sprankelende stijl. Hoewel ik meer van de poëzie dan van de proza ben zal ik haar debuutroman ook zeker gaan lezen.

Uit Kalfsvlies heb ik gekozen voor het gedicht ‘Als het land niet meer plat is’. Over het platteland dat verdwijnt onder druk van de stad.

.

Als het land niet meer plat is

.

Stropakken liggen als blokken roomboter in het weiland, hier heeft het

platteland een berg maar vanaf de berg gezien is alles plat, en we

stotteren terwijl we toch geen last van spraakgebrek, maar elkaar duidelijk

willen maken dat de meeste onderbrekingen ongepland zijn.

.

Je overall is te ruim bij je schouders, we zouden er twee dwergkonijnen

onder kunnen stoppen, dat staat toch beter als ze straks de boerderij een

injectie geven, in laten slapen als de hond van de boer twee sloten

verderop. Sommige onderbrekingen speelden zich af op de hooizolder

.

waar je je bezwete gezicht op mijn blote buik legde, mijn navel

vergeleek met een kijkgat in de schutting, daarachter kon je alles zien

wat zich in mij afspeelde en we zouden de berg onthoofden zoals je een

eitje en dan samen oud en knotwilgen, maar nu staat er een bord met een

.

blije man in pak erop met in zijn hand een stad als een zwarte kever.

Denk aan al die uitgestrooide boeren in de koeien getrokken die als

wandelende graven tussen de bloesems als rouwboeketten lopen, we klampen

ons aan elkaar vast en kijken naar het laatste huis op het platteland dat instort

.

als een composthoop zonder luchtholtes. Iemand zegt dat je meerdere

huizen kunt bewonen, dat een koe met zeven magen zich toch niet vaker

verslikt, en we vragen ons af hoe het je vergaat als je een maag wegneemt

wat je dan nog wel en niet zal kauwen. Mijn hoofd verstikt een dwergkonijn

.

omdat ik gebruikmaak van zijn schouder, ergens fladdert het baasje van de

kever, er zijn onderbrekingen in onderbrekingen, stiltes die naar kuilgras ruiken.

.

Kalfsvlies

MR

Foto: Joost Bataille

 

Hulp bij zelfdoding

Marc van Biezen

.

In 2011 verscheen bij uitgeverij Mistral de bundel ‘Ex-mondschilder’ van Marc van Biezen. Marc van Biezen (1968) debuteerde in 2007 met de bundel Afwezigheidsassistente. Zijn poëzie werd ook gepubliceerd in diverse tijdschriften, waaronder Zoetermeer en De Brakke Hond. Samen met collega-dichter Jaap Stiemer maakte hij de cd KRANK ZIN, een ‘ontluisterboek voor zachthorenden’.

In ‘Ex-mondschilder’ zijn (zeer) korte gedichten of puntdichten en aforismen gebundeld die stuk voor stuk donkere thema’s behandelen. Tegelijkertijd zijn de gedichten licht van toon wat het lezen zeker geen onaangename bezigheid maakt. Ziekte, verval, ongeluk en de dood zijn thema’s die voorbij komen. Volgens de uitgever poogt de dichter in deze bundel “het leed dat leven heet te bezweren met troostende relativering en absurdistische humor”.

Oordeel zelf aan de hand van het gedicht ‘Hulp bij zelfdoding’.

.

Hulp bij zelfdoding

.

adem in

adem uit

.

adem in

adem uit

.

en

stop

.

ex-mondschilder-marc-van-biezen-boek-cover-9789049951276

Ik ben beplakt met kleine spiegeltjes

Eva Cox

.

De Vlaamse dichter Eva Cox (1970) begon in 1999 met het schrijven van gedichten, die ze bijzonder overtuigend uit het hoofd weet voor te dragen. In 2001 won ze dan ook de Eerste Vlaamse Poetry Slam, waar ze topperformers als Peter Holvoet-Hanssen en Vital Baeken als concurrenten had. Gedichten van haar hand werden voor 2001 alleen in ‘Het Belang van Limburg’ en op een bord op het oud-kerkhof te Hasselt gepubliceerd. Ze debuteert in september 2004 met de bundel ‘Pritt.stift.lippe’ in de Windroosreeks. In 2009 verscheen bij de Bezige Bij de bundel ‘een, twee, drie ten dans, een kleine stoet poëzie, (ultra)kort proza, vertalingen, pastiches, een duet voor één stem’ Deze bundel kreeg nominaties voor een aantal literaire prijzen. Eva Cox haar werk verscheen in verschillende literaire bladen en magazines en is in verschillende talen vertaald.

Uit haar bundel ‘Pritt.stift.lippe’ het gedicht ‘Ik ben beplakt met kleine spiegeltjes’.

.

Ik ben beplakt met kleine spiegeltjes

Ik ben beplakt met kleine spiegeltjes.
Ik dans als een strandbal rond.
Ik kan oogverblindend zijn.

Wie naar mij kijkt denk mij te zien.
Wie naar mij kijkt die ziet zichzelf.
De eigen monsterlijk vervormde grimas.

Wie van mij wegrent jaagt zichzelf weg.

Ik ben beplakt met kleine spiegeltjes.
De randen snijden in mijn eigen vlees.

Ik ben:
een glinsterende mozaïek
met weke rode voegen en
een hart van sneeuwwit.

.
Eva Cox
                                          Eva Cox in de Prinsentuin in 2008

III

Rutger Kopland

.

Als je, zoals ik, veel poëzie leest, kom je soms ineens een gedicht tegen dat je nog niet kent maar waar je meteen van ondersteboven bent. Hoewel ik weet dat bepaalde dichters (die ik tot mijn favoriete dichters reken) dit effect op mij kunnen hebben met hun gedichten, is het toch elke keer, dat dit gebeurt, weer een klein feestje.

In de hele fijne bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ staat weer zo’n voorbeeld van een gedicht van Rutger Kopland (1934 -2012). Ik ken verschillende prachtige gedichten van zijn hand (bijvoorbeeld het gedicht ‘Dochters’ dat in mijn top 5 staat van favoriete gedichten aller tijden, zie mijn post hierover op 19 maart 2011) maar deze kende ik nog niet.

Het is het favoriete gedicht van cabaretier Marc-Marie Huijbregts en ik begrijp wel waarom. Uit de bundel ‘Onder het vee’ uit 1966, ‘III’.

.

III

.

Met jou kwam een nog vreemd

verdriet waarop ik een leven

lang gewacht heb.

.

Het kwam uit je ogen in de mijne

uit je handen onder mijn jas

het kwam en ik liet het.

.

Eindelijk zag ik dat alles voorbij

zou gaan als deze dag boven

land dat ik liefheb.

.

ik zeg niet dat dat erg is

ik zeg alleen wat ik dacht

te zien.

.

Onder het vee