Categorie archief: Favoriete dichters

Poëzie Lagogo

Jana Beranová

.

Afgelopen zondag was de tweede editie van Poëzie Lagogo aan de Bergsche Voorplas in Rotterdam. Na lange tijd van ontbreken van poëziepodia een geweldige gelegenheid om weer eens een aantal dichters life aan te horen en te aanschouwen. Poëzie Lagogo wordt georganiseerd door een aantal Rotterdamse bekenden maar vooral toch door Edwin de Voigt. De presentatie was in handen van Hasna El Maroudi en de middag was bijna geheel gevrijwaard van regen (op een kort buitje na). Opnieuw was er een keur aan Rotterdamse dichters te bewonderen en te beluisteren.  En (voor de tweede keer) Ingmar Heytze was er als Utrechtse dichter maar dat mocht een Rotterdams feestje niet verstoren. Sterker nog, de voordracht van Ingmar Heytze was, net als vorig jaar, een lust voor het oor.

Vele bekende en minder bekende dichters traden op zoals Von Solo, Myrthe Leffring, Mark Boninsegna, Michline Plukker, de Poezieboys en er was muziek van Job & De Leeuw. Maar het hoogtepunt van de dag voor mij was toch het weerzien met Jana Beranová (1932), de voormalig stadsdichter van Rotterdam. Ondanks haar leeftijd was ze aanwezig en droeg ze voor. Reden voor mij in ieder geval om nog eens een gedicht van haar te delen. In dit geval ‘De schepper slaapt’.

Voor wie er niet bij was kan ik alleen maar zeggen dat ik hoop dat er volgend jaar weer een editie is (hopelijk dan met wat minder zieken), ik ben er dan weer bij in ieder geval.

.

De schepper slaapt

.

Heldere lucht als een jas van geluk.

Kinderen spelen – met het azuur

in hun oog delen ze lachend de hemel uit.

.

Op een andere plek zwart als vulkaanglas

broertje versmolten met haar rug

kijkt een kind hoe de hemel overvliegt.

.

De schepper slaapt.

En ook zijn broer.

.

De filosoof zegt:

de hel – dat zijn wij.

De ambtenaar zegt:

de regels – dat zijn wij.

.

Een slimme engel schuift ons een bril toe

gedoopt in onbevangen nieuwsgierigheid.

De mensen – dat zijn wij. Allemaal.

.

Redenaar

Wakker vallen

.

In december 2016 stond Els de Groen op het podium van Ongehoord! en toen liet ze al doorschemeren dat er een nieuwe bundel aan zat te komen. Die kwam er en in oktober 2018 schreef ik een recensie over de dichtbundel ‘Wakker vallen’ toen met een gedicht over Trump, de recensie lees je hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/10/25/wakker-vallen/

Uit die bundel wilde ik graag nog een gedicht plaatsen in het kader van redelijk recente dichtbundels waar ik nogmaals de aandacht op wil vestigen. Het betreft in dit geval het gedicht ‘Redenaar’.

.

Redenaar

.

Ogen die aandacht vragen.

Stem die thuis geoefend heeft

tot woorden vleugels kregen.

Handen die ze lossen en

armen die zich haasten

om ze uit te wuiven.

.

Woorden zo beladen

dat ze wolken vormen

om met de eerste regens

al geruisloos weer te vallen.

Soms hamert niet de voorzitter

maar god zelf om stilte.

.

Dóór

Derek Otte

.

Alweer een dichter uit Rotterdam (er zijn er daar veel hoor) en in dit geval de stadsdichter van Rotterdam 2017-2018 Derek Otte. In 2018 kwam zijn robuuste bundel ‘Woorden zijn daden’ uit naar aanleiding van zijn stadsdichterschap bij uitgeverij Rorschach. Behalve gedichten staan er in deze bundel ook proza stukken en korte overpeinzingen waarin Derek Otte zo goed is. Voorbeelden als ‘Meerdere wegen leiden naar dromen’ en Lezende dame: ‘Is het brein een tuin met bloemen / geven we die met lezen water’. Maar uit de vele stukken en gedichten koos ik het gedicht ‘Dóór’ Herdenkingsgedicht, 14 mei 2017.

.

Dóór

Herdenkingsgedicht, 14 mei 2017

.

soms moeten we wel heldhaftig

daar is niet heel veel moedig aan

wat anders waar leegte

niets behalve morgen

.

zei opa

.

vechtlust kan ook zonder bloeddorst

dat wordt vaak vergeten

zwijgen daden klinken ze als

heien tot hemelhoog

.

leven wij hier in zo’n stilte

van toekomst te schrijven

het geruisloze van nooit af

de echo van later

.

iets om bij stil te staan

om stil van te worden

zolang dat in diezelfde taal:

ondanks alles altijd voorwaarts

.

Rede van Pascal

Dichter van de maand

.

Het is alweer de laatste zondag van augustus dus nog eenmaal de Duitse dichter van de maand augustus Michael Krüger in een vertaling van Cees Nooteboom. Deze keer een kort gedicht getiteld ‘Rede van Pascal’. In de bundel ‘Voor het onweer’ staan een aantal ‘redes’ waaronder dus ‘Rede van Pascal’.

.

Rede van Pascal

,

Dieren kennen geen bewondering.

De snelste haas krijgt

niet meer voedsel dan de traagste,

het paard van de vele overwinningen

staat in de stal naast de verliezer

die zijn taal met hem deelt.

Domheid of deugd?

Deugd.

.

Confrontatie

Jelmer Esmyn van Lenteren

.

Dichter Jelmer Esmyn van Lenteren bracht in 2018 bij uitgeverij Proces Verbaal de dichtbundel ‘Het is koud waar ik niet ben’ uit. Ik schreef er destijds deze recensie over https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/11/27/het-is-koud-waar-ik-niet-ben/

Alweer een dichtbundel bij een kleinere uitgeverij die beklijft. Zo zie je maar dat dichtbundels echt niet altijd van een grote bekende uitgeverij hoeven te komen om toch te verrassen en van kwaliteit te zijn (zie de bundels van Mark Boninsegna, Evy Van Eynde, Sabine Kars en Derek Otte).

Uit deze bundel heb ik het gedicht ‘Confrontatie’ gekozen, het eerste gedicht uit de bundel.

.

Confrontatie

.

Je komt jezèlf geregeld op de gekste plekken tegen.

Je schudt dan steeds je hand en zoekt een reden

om je niet te hoeven spreken want het is geen pretje

om te horen dat je almaar niets verandert

.

dat je toch dezelfde bent gebleven.

En dat terwijl jij jezelf bij de vorige gelegenheid

nog zo de les gelezen had. Goed, daar sta je dan –

.

oog in oog met niet eens je evenbeeld, maar met je hele

leven. Nu moet het ergens over gaan.

.

Je overtuigt jezelf dus voor geen meter

maar je blijft wel staan en zegt dat het allicht goed zou zijn

elkaar een paar weken niet te zien.

.

Je kijkt verbeten, vraagt of het aan jou heeft gelegen

maar nee dat heeft het niet.

.

Dan loop je boos bij jou vandaan.

.

Impersant

Evy Van Eynde

.

In het rijtje dichtbundels van de laatste jaren mag er een zeker niet ontbreken en dat is de bundel ‘Zal ik liefde noemen’ van de Vlaamse dichter Evy Van Eynde, die werd uitgegeven door MUG books, mijn eigen kleine uitgeverij. Ik schreef er een lange recensie over https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/02/04/zal-ik-liefde-noemen/ en in die recensie noem ik het gedicht ‘Impersant’. Het woord alleen al intrigeerde me vanaf het begin dat ik het las in het manuscript van deze bundel. Het Vlaams woordenboek op internet geeft als betekenis ‘tegelijkertijd’.

Deze bundel van Evy is om vele redenen een kleinnood, en bij een kleine uitgeverij uitgegeven maar een groot publiek waardig. Na deze bundel volgde al snel ‘Amour Florale’ die ook zeer de moeite waard was.  Maar nu dus uit ‘Zal ik liefde noemen’ het gedicht ‘Impersant’.

.

Impersant

.

Mag ik je woorden ondertussen

plukken | plakken

op mijn lijf | waar de stilte

bijten sloeg

.

op het rijm (van mijn vel)

.

Mag ik je zinnen prikken

liefde lassen | in je adempoos

zodat je evenwel ( je kan het niet laten)

mij een blos | toedicht

.

op mijn zandbank

in de kamer met bloemetjesbehang

.

waar jij in een mirage

van vergeten dromen | op volle zee

voorbij komen zal

.

of niet?

.

SOS

Rieneke Minderman-Grobben

.

Als er één dichter is die ik mis dan is het wel Rieneke Minderman-Grobben (1944 – 2018), de immer in het roze geklede Rotterdamse die jarenlang een vaste bezoeker en dichter was van de Ongehoord! podia die ik mede mocht organiseren. Haar vrolijkheid, haar nuchterheid en haar lach was genoeg om je dag glans te geven. Steevast noemde ze me Woutertje en zij mocht dat want ze bedoelde het altijd op een positieve en lieve manier.

Haar voordrachten waren legendarisch, haar gedichten altijd met een stevige knipoog. Zo ook het gedicht ‘SOS’ uit de bundel ‘De wereld volgens Grobben; Rotterdamse gedichten en verhalen’ die Joop van der Hor samenstelde in 2018.

.

SOS

.

Ik leed schipbreuk en spoelde aan

Het was geen prettige ervaring

Bijna was het met me gedaan

Ik stak nog een vuurpijl af

maar dat had géén effect

Doodmoe zeiknat

Maar God zij dank

Ik leefde nog

Dat had ik zojuist gecheckt!

Ik spoelde op een eiland aan

Viel in slaap

Werd wakker bij het rijzen van de zon

Maakte een plan

Hoe ik overleven kon!

Ik wilde dolgraag een vuurtje stoken

Maar mijn lucifers waren nat

M’n aansteker verloren

In mijn broekzak zat een gat!

Ik ging op verkenning uit

En keek op mijn kompas

Wilde water drinken uit m’n fles

Maar merkte dat het een wijntje was

SOS

Ik zit op 51 graden noorderbreedte

Het eiland onbewoond

De naam is Tiengemeten!

En als je me komt redden

Neem dan broodjes mee

Graag iets te roken en

Een warm koppie thee

Want…

Ik heb al 40 dagen niet gegeten

Op het eiland Tiengemeten

.

705

Mark Boninsegna

.

Alweer een bundel uit 2018 van een dichter die ik al langer ken. De, in hart en nieren, Rotterdamse dichter Mark Boninsegna debuteerde in 2018 met de bundel ‘Levensinkt’ bij uitgeverij Douane. In MUGzine nummer 4 komt onder andere werk van hem.

Ik schreef er hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/11/13/levensinkt-2/ een recensie over. Uit diezelfde bundel vandaag het gedicht ‘705’, een gedicht over Rotterdam (hoe kan het ook anders). Of het hier Vaanweg 705 betreft (waarschijnlijk) of lijn 705 van de metro is me niet helemaal duidelijk (toch eens vragen aan Mark) maar het geeft een mooi inkijkje in zijn blik op Rotterdam.

.

705

.

hier geen poëzie

geen reclamefolders

.

wordt niet om 18:00 uur aardappelen op het vuur gezet

worden geen stortbakken uit elkaar gehaald

.

hier geen Vogel

ook geen Iggy

of pop

.

geen vol bad

geen keel met gat

geen Delta

.

hier wordt niet meer geveinsd

niet meer gelogen

.

geen columns

meziek

kroketten

of Gard Sivik

.

geen Joop

geen dope

geen plastic tasjes

of winkelruiten met stickers

hier is niks nieuws

is niks gemaakt

.

hier is Vaanweg

hier ben ik

.

We beginnen opnieuw met uitstappen

Sabine Kars

.

In het kader van het delen van gedichten uit dichtbundels van de afgelopen jaren vandaag een bundel die ik zeker niet wil overslaan; ‘Hoofdkwartier’ van Sabine Kars (1971) uit 2019. Sabine is ook een dichter die ik al lang ken, dit jaar hebben we haar (samen met Evy Van Eynde en Alek Dabrowski) gevraagd als jurylid voor de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd. Een wedstrijd waar zij (bij de eerste editie in 2012) zelf tweede werd. Daarnaast was ze een van de eerste dichters die in het nieuwe mini poëziemagazine MUG publiceerde.

In 2019 kwam haar debuutbundel uit bij uitgeverij De Kaneelfabriek, een prachtig en met kwaliteit uitgegeven bundel waarover ik een recensie schreef https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/01/04/hoofdkwartier-een-recensie/. Uit diezelfde bundel hier het gedicht ‘we beginnen opnieuw met uitstappen’.

.

we beginnen opnieuw met uitstappen

.

het is niet nodig mijn ogen te tellen

ik ben ze allemaal verloren en de namen

te ver van elkaar verwijderd

komen niet meer terug

.

maar het geluid heb ik bewaard

je zegt dat het het mijne is

.

we hangen aan draden

dragen het vuur op de schouders

.

morgen gaan we in valken over

maar eerst verdelen we de bevroren grond

trekken nog eenmaal zonder veren

op eendagsstelten over de stad

.

 

Vermits

Alja Spaan

.

Deze week wil ik gedichten delen uit bundels die ik de afgelopen jaren heb gekocht of gekregen, van dichters die debuteren of juist al vaker publiceerden. Bundels die ik op dit blog al eens besprak maar die toch zeker de moeite waard zijn om nogmaals aandacht aan te besteden.

Een van die bundels is ‘Tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid’ uit 2018, van Alja Spaan (1957). Degene die mij kennen weet dat ik Alja al lang ken, dat we samen een bundel hebben gemaakt: Je hebt me gemaakt met je kus’ uit 2010, uitgegeven bij haar uitgeverij Atelier 9en40, dat ik voordroeg bij haar huiskamerateliers tijdens Alkmaar Anders en dat we tegenwoordig samen in het bestuur van Meander zitten (met Peer van den Hoven).

Uit haar mooie bundel met haar zo typerende disticha vorm ( strofes van een gedicht in twee regels) koos ik voor het gedicht ‘Vermits’.

.

Vermits

.

Onbezochte plaatsen als die, linksom onder de

oksels door, het is geen vakantie, zeg

.

je, geen hoogseizoen, er valt eigenlijk niets te

zien. Opeens ben je van

.

de kaartverkoop, scheurend langs de stippellijn,

verboden strookjes op de grond te

.

werpen. Opeens ben ik van de attracties, hangend

in de wachtrij. Hoe anderen dat doen is

.

niet interessant. Ik heb eigenlijk alle dagen vrij,

zeggen we, of hoe werk een

.

substituut is voor eenzaamheid. Een volgende

keer beloven wij. Handen klem onder

.

de armen, nagels langs een halve maan, zon zakkend

in een eiland.

.