Schaakmeisje
Voor een kampioen
Ik heb een paar jaar geleden het gedicht Schaakmeisje geschreven over een (toen nog) 17 jarig meisje dat bij schaakvereniging Groenoord in Schiedam schaakte. Zij was het enige vrouwelijke lid van die vereniging en ook nog eens een jaar of 20, 30 jonger dan de gemiddelde schaker daar. Vandaag hoorde ik van een collega van me, die schaakt bij de Willige dame in Dordrecht, dat daar een paar meisjes zich hadden aangemeld als lid en dat één van hen kampioen was geworden. Speciaal voor haar had hij het gedicht uit mijn boek laten voordragen bij het kampioensfeest. Het gedicht is te lezen op Hanta.nl en bij de categorie Gedichten.
Open brief aan professor Rümke
Naar aanleiding van ‘Open brief aan professor Rümke’
Op 15 oktober schreef ik op dit blog over de reactie van de kleinzoon van professor Rümke op mijn gedicht ‘Open brief aan professor Rümke’. Zijn kleinzoonHans heeft me nu een gedicht van hem toegestuurd uit de bundel (onder het pseudoniem H. Cornelius) De afgelegde weg uit 1934. Ik wilde jullie dit gedicht niet onthouden. Rijmend in vorm maar thematisch nog altijd aktueel.
DE STAD
1.
Uit donkre gang van het station
uit dompe menschenmassa kwam ik in het licht;
daar sloeg de felle zon in mijn gezicht
ik stond er stil en knipte met de oogen…
Daar was het plein, de breede straat met hooge
gebouwen, daar was beweging:
fel doorelkander was het woelen
trams en auto’s in koele
schuiving glijden aan
tusschen de menschen, die, zich reppend, gaan.
Het was de vreugde om den sterken dag
die ik over de stad en de menschen zag
De blijdschap lag over allen: zij wisten het niet.
De blijdschap was in mij….kend’ ik het verdriet
van de velen die daar gingen?
Zij gingen in het licht; ik zag hen gaan;
dat was genoeg….In blijdschap bleef ik staan.
2.
De stad verdwaast in ’t violette licht,
gemsten uit de hooggehangen bollen
is vol tumult van claxons, trams en hollen
van menschen naar ’t trottoir, schrik op ’t gezicht
voor schreeuw van auto, die op hen gericht,
heeft scherp haar oogen… Zie hoe vreemd gezwollen
In het ontsteld gelaat der stad.., In dolle
driftkamp van leven werd het Zijn ontwricht
Krankzinnig is de stad, toch grootsch en prachtig,
het zwaar bewegen in de volle straten,
waar menschen gaan van duister’ angsten drachtig.
Zij voelen om zich wringen, wreed, oerkrachtig,
het onmeedogend leven, dat verwaten,
en donker dreigend, stuwt hen oppermachtig.
Op de radio
Den Haag FM
Op zondagavond 22 januari zal ik te horen zijn in het programma Hot Talk bij Den Haag FM 92.0 dat voor de gelegenheid zal zijn gewijd aan de nationale gedichtendag (26 januari) en worden gepresenteerd door de voormalig Haagse stadsdichter Harry Zevenbergen.
Onderwerpen: Hoe kun je de aandacht stimuleren voor poëzie?, wat doen bibliotheken met poëzie? Wordt poëzie veel uitgeleend? etc.
Tijd: Tussen 22.00 en 23.00 uur
Waar: radio Den Haag, 92.0 FM
WAT??
Nog steeds niet?
Maar zo´n prachtige bundel met 80 gedichten voor maar 14,50 euro moet je toch gewoon in huis hebben.
´Zoals de wind in maart graven beroert´ kun je bij mij bestellen met of zonder opdracht, wel of niet gesigneerd. Mail me op woutervanheiningen@yahoo.com voor details.
Ook bij mij te koop `Je hebt me gemaakt met je kus` mijn bundel liefdes en erotische gedichten samen met Alja Spaan voor 12, 50 euro en ‘Zichtbaar alleen’ een bundel met 24 gedichten en bijbehorende foto’s van kunstenaar/fotograaf Ruben Philipsen voor maar 15 euro.
Avier, Onafhankelijk Literair Vlugschrift
Nieuw vlugschrift en website
Via Ellen Vedder (van www.beeldgedichten.com) die ik nog ken via mijn categorie Gedichten op vreemde plekken werd ik gewezen op het nieuwe Onafhankelijke Literair Vlugschrift Avier. Dit nieuwe vlugschrift verschijnt op 22 januari voor het eerst als de lancering plaats vindt in Assen.
Meer informatie over Avier en hun website (waarop veelbelovende categorieën) kun je vinden op www.olvavier.nl
RAAR!
9 van de vreemdste gedichten die je ooit las
Wie zei er dat poëzie saai was? Die heeft de website shmoop.com nog nooit gelezen. Op deze website staat onder andere een lijstje van 9 van de meest vreemde gedichten ooit geschreven. Dit is het lijstje:
1. The Rime of the Ancient Mariner door Samuel Taylor Coleridge (1798)
2. Porphyria’s Lover door Robert Browning (1836)
3. Goblin Market door Christina Rossetti (1862)
4. Jabberwocky door Lewis Carroll (1872)
5. In a Station of the Metro door Ezra Pound (1912)
6. In Just- door E.E. Cummings (1923)
7. Oda al Caldillo de Congrio door Pablo Neruda (1954)
8. Farm Implements and Rutabagas in a Landscape door John Ashbery (1966)
9. A Boy named Sue door Shel Silverstein (1969)
Ongetwijfeld zijn er nog veel meer heel vreemde gedichten geschreven en uitgegeven. Als je er een weet; Reageer! en wie weet begin ik een nieuwe categorie Vreemde gedichten.
Meer informatie over de gedichten en waarom ze nu eigenlijk zo vreemd zijn kun je vinden op http://www.shmoop.com/news/2010/04/05/weird-poems/
Waar gaat het eigenlijk over?
De betekenis van een gedicht
De titel boven dit stukje is natuurlijk geleend van Theo en Thea, twee jeugdhelden. Toch dekt dit de lading van wat ik hier met jullie wil delen. Als dichter krijg je nog wel eens de vraag waar een gedicht nu eigenlijk over gaat. Mijn antwoord is dan altijd een wedervraag: Waar denk jij dat het gedicht over gaat? Natuurlijk wordt elk gedicht geschreven vanuit een bepaalde gedachte of voorval of zomaar vanuit een inspirende gebeurtenis (en dat kan werkelijk van alles zijn) maar het belangrijkste voor mij is wat de lezer er uit oppikt of meeneemt. Toch kan een uitleg soms heel verhelderend werken. Ik kwam het volgende stukje en gedicht tegen op de site van Barbara Weibel.
Martin Galvin, described for me the background for his poem, “Passive Aggressive.” He was sitting in an airport terminal. Across the aisle sat a young woman with two young men seated on either side of her. “She was so obviously trying to impress one of these young men by regaling him with tales of her travels,” Martin explained. “But she used the word ‘like’ three times in every sentence.” His poem so clearly captures the essence of his experience:
PASSIVE AGGRESSIVE
by Martin Galvin
It’s like I just like have to kiss
a boy in every city where I am like at.
It’s just so totally like I do this. Kiss.
So I am like last year? in Florence?
Italy? So weird.
I mean totally it was like so weird
I hadn’t like kissed like one of them?
And I was so totally like bummed.
So I see this really like old man
at the airport and like it’s what
I do so I go totally up to him and like
kiss him and it was totally like weird.
He was like twenty-seven and his wife
– it was like Like. She was like
so passive aggressive. Like sulked.
I was just like. It was like I did it?
Like totally kept my kiss list going? Weird.
Over taalvervuiling gesproken.















