Winnaar van de gedichtenwedstrijd 2010

Marije Zijlstra
.

Na uitgebreid juryberaad is de jury tot een winnaar van mijn gedichtenwedstrijd 2010 gekomen.
Marije Zijlstra met haar gedicht Brandend asfalt.
Gefeliciteerd!
.

 

Brandend asfalt

 

witte strepen die

richting geven en

het pad bezaaid met

zachte berm

 

maar hoe eenzaam is de weg

 

van opgerold asfalt dat

zichzelf warm houdt met

smeulende restjes van

brandende vragen

.

en zijn ogen poogt te sluiten

voor de scheuren die hem

op ijzige dagen genadeloos

zullen treffen

.

.

De tweede plaats was voor het gedicht van Melody (zonder titel) en de derde plaats is voor het gedicht ‘Wie je bent zeg jezelf’ van Thomas Koppelaar. De prijswinnaars hebben reeds bericht van mij ontvangen.

.

Ik wil graag iedereen, alle 121 inzenders van een gedicht hartelijk bedanken. Ik had in mijn stoutste dromen niet kunnen hopen op zo’n fantastische respons. Ik heb met bijzonder veel genoegen alle gedichten gelezen, heb via de mail zo nu en dan gereageerd en was verrast door de kwaliteit die ik onder ogen kreeg.

.

Ik wil ook de jury bijzonder hartelijk bedanken voor hun moeite. Pero Senda en Otto Zeegers.

Poëzie beoordelen is niet eenvoudig en zoveel gedichten beoordelen is al helemaal veel werk.Ik zal het jury-commentaar van het winnende gedicht hier publiceren.

.

Jury commentaar

In zijn algemeenheid heeft de jury gekeken naar gedichtendie (metafysische) beelden met een symbolische waarde en met meervoudige waarden,met poëtische taal verbinden. Daarnaast heeft de jury gelet of vorm en inhouden hoe deze elkaar bevestigen, op elkaar aansluiten en elkaar versterken.

_____________________________________________________________________________

 

Winnaar:

Brandend asfalt.

 

In dit gedicht is er sprake van een epische vertelling diebeelden verbindt met de realiteit. De dichter weet hoe emoties moeten wordeningepakt in woorden. In het gedicht is er sprake van een ongewone botsing vanwoorden en interessante poëtische taal.

Met ‘maar hoe eenzaam is de weg’ wordt  het hele gedichtbijzonder krachtig in één prachtige poëtische zin verwoord.

_____________________________________________________________________________

.

Rest mij een laatste oproep om volgend jaar toch vooral weer mee te doen aan mijn gedichtenwedstrijd 2011.

 

.

Morgen jureren!

Nog even geduld

.

Morgen zal de jury zich over bijna 120 gedichten gaan buigen. De inzendingen zijn tot op het laatste moment binnen komen stromen. Vooral via www.schrijvenonline.org kwamen ontzettend veel dichters tot inzenden. Opmerkelijk ook; veel inzendingen vanuit Vlaanderen. Ik ben net zo nieuwsgierig als jullie.

Ik heb verschillende mails gekregen met de vraag om een recensie. Zoals jullie besgrijpen is het vrijwel onmogelijk om iedereen een juryrapport toe te sturen.

Een enkeling zal ik persoonlijk terugmailen, maar dat staat los van de wedstrijd. Ik zit, zoals al vaker gezegd, niet in de jury.

.

Idereen die de moeite heeft genomen om een gedicht in te zenden wil ik alvast hartelijk bedanken. Ik ben echt heel verrast door de hoeveelheid en de kwaliteit van de gedichten.

Volgend jaar krijgt mijn wedstrijd zeker een vervolg.

.

En nu nog even geduld tot de bekendmaking van de prijswinnaar…..

Eerste_prijs

.

Gedichten op vreemde plekken

Deel 15: Muur van een wooncomplex

.

Op de buitenmuur van het wooncomplex ‘Batavia’ in Zeeburg, Amsterdam is in stenen letters een ode van de dichter Gerrit Kouwenaar geplaatst.

De tekst luidt als volgt:

.

Ik lig als een schip op de rede
van een stad die eeuwen bestaat
Ik ben vastgelegd aan een heden
Maar draag een verleden naam
Ik huis hier tussen mijn muren
Zoals mensen binnen een huid
Ruimte kijkt uit door mijn ramen
ik ben voor de mensen gebouwd

.

Gedicht_op_muur_in_steen_van_g_kouw

.

.

Gedichten op vreemde plekken

Deel 14: Tas

.

De tas met een gedicht van Jules Deelder.

.

Binnen de perken zijn

de mogelijkeden even on-

beperkt als daarbuiten

,

Gedichtentas_4b2ce8cee1331

,

Gedichten op vreemde plekken

Deel 13: Het vest
.
De versie van het T-shirt is wel bekend blijkt, maar die op een vest is toch nieuw (in ieder geval voor mij).
Met dank aan Loes.
.
Iphone_125

.
.

Gedichten op vreemde plekken

Deel 12: De koelkast

.

Inmiddels misschien niet meer zo’n vreemde plek door de poëzie magneten.

.

Koelkast_pozie

..

Dochter één van de winnaars poèziewedstrijd Jotie ´t Hooft

7 mei 2010
.
Tot mijn grote genoegen (en het hare) is mijn oudste dochter verkozen tot één van de prijswinnaars van de Jotie ’t Hooft poëzieprijs 2010 in haar leeftijdscategorie.

In totaal werden 411 gedichten ingestuurd door 199 dichters. Er waren 4 leeftijdscategorieën.
Op vrijdag 7 mei zullen wij afreizen naar Oudenaarde om haar prijs in ontvangst te nemen (haar gedicht wordt opgenomen in een uit te geven bundel).
tevens maakt ze kans op de hoofdprijs in haar categorie.
Het thema van haar categorie was Eenhoorn.
.
Binnenkort zal ik haar gedicht hier publiceren.
.
Strooibriefje_uitnodiging2010_groot

.

Gedichten op vreemde plekken

Deel 11: De Bank

.

Dit gedicht is nog niet helemaal af maar komt in het filiaal van een bank.

.

Gedicht_in_de_bank

.

Ook zonder op Krakatau.nl

Krakatau.nl
.
Opnieuw (na ‘Mus’ en ‘Kus’ ) is een gedicht van mij op de website van Krakatau opgenomen.
Dit keer het gedicht ‘Ook zonder’
Dit gedicht is ook te lezen op dit web-log onder ‘Gedichten overige’.
.
Krakatau


.

Krakatau_2

.

Gedichten op vreemde plekken

Deel 10: Het station
.
Hier op de foto, de onlangs overleden dichter Simon Vinkenoog bij een gedicht van Guido Gezelle; Dichtersgeest, in het station van het Belgische plaatsje Denderleeuw.

.

Op 26 juli 1877 reisde Guido Gezelle van Kortrijk naar Brussel, maar had in het spoorwegstation in Denderleeuw een oponthoud van een goed half uur. In die korte tijdspanne heeft hij een van zijn treffendste gedichten’O Dichtergeest’ geschreven en noteerde er de plaats en datum onder. Zaterdag 16 juni 1977 werd de gedenkplaat met dat gedicht aangebracht in de toegangshal van dat station: geen reiziger betreedt of verlaat de stationshal zonder voorbij die plaat te stappen.

.

O dichtergeest

o Dichtergeest, van wat al banden
hebt gij mij, armen knecht, verlost,
en, uit uw’ handen,
wat heeft uw’ dierste gunst mij weinig werks gekost!
Gij Godlijk wezen doet mij leven
waar menig andre sterven zou,
en ongegeven
is nog de groote gift waarom ‘k u derven wou.
Gij zijt genezing, en de wonden,
de diepe, o wondre, toen gij, teer,
die hebt gevonden,
getint en toegetast, zijn gave en zonder zeer.
Hoe menig werf, hoe duizend malen
hebt Gij, o Geest, mij dit gezeid:
maar hoe verhalen?
‘ik gevoel ‘t, en zuchte, eilaas, naar uw’ welsprekendheid!
.

.

.