Site-archief

Vlakbij je hart

Harriet Laurey

.

In de categorie (bijna) vergeten dichters vandaag Harriet Laurey. Harriet  werd in 1924 in Eindhoven geboren. Zij is vooral bekend geworden als schrijfster en vertaalster van sprookjesachtige kinderboeken voor jonge kinderen.

Als dichteres debuteerde Laurey in 1945 met het gedicht ‘Laatste gebed’ in De Nieuwe Eeuw. Snel volgden meer gedichten en zij werd enkele jaren redactrice van het tijdschrift Roeping en medewerkster van Nieuwe Stemmen. Haar eerste zelfstandige publicatie is een kleine cyclus liefdeslyriek die in 1950 verscheen onder de titel Voorland.

De bundel ‘Triple alliantie’ verscheen ongedateerd (in 1951) bij Uitgeverij Helmond  en bevat behalve van Harriet Laurey ook gedichten van  Lou Vleugelhof en Frans Babylon. Laurey’s eerste eigen bundel, ‘Loreley‘, verscheen in 1952 en had als autobiografisch hoofdthema het verlies van een grote liefde. Net als de bundel ‘Oorbellen‘ (1954), met liefdesgedichten in kwatrijnvorm, vond dit werk veel bijval bij een groot publiek.

Uit de bundel ‘Loreley’ het gedicht ‘Vlakbij je hart’.

.

Vlakbij je hart

 .

Vlakbij je hart moet ik soms denken aan

het droefste liefs, en kan het niet vertellen,

maar uit mijn donker schokt het zich vandaan,

zo driftig en gehaast als waterbellen.

Ik lig het bijna, bijna te verstaan,

met open mond, om het langzaam te spellen.

 .

Maar wat ik zeggen kan, is zo gering,

bij ’t onuitsprekelijke vergeleken,

dat ik weer stil word van verwondering.

En als ik zo lang naar je heb gekeken,

dat alle woorden zijn teruggeweken,

weten mijn lippen maar van: lieveling…

.

harriet_laurey

Ieder ontwaken een feest

Adriaan Bontebal (1952 – 2012)

.

In het midden van de jaren tachtig las ik de verhalenbundel van Adriaan Bontebal ‘Vijf voor vierentachtig’ moet dat zijn geweest. Eerlijk gezegd weet ik de titel niet meer precies maar omdat dit de enige verhalenbundel is die hij uitgaf in die tijd moet dat hem wel geweest zijn. Ik was toen al onder de indruk van zijn talent om schijnbaar nietszeggende, lullige, dagelijkse dingen zo te beschrijven dat ik er in ieder geval erg om moest lachen en van kon genieten. De naam van Bontebal is me altijd bijgebleven. Toen begin 2012 het bericht verscheen dat hij was overleden moest ik meteen weer aan die tijd terugdenken. Bontebal of Aad van Rijn, zoals zijn echte naam was, was ook dichter. Hij publiceerde meerdere bundels in de loop van de tijd. Ook schreef hij tot aan zijn dood een blog op http://www.bloggen.be/adriaanbontebal/

Hieronder zo’n typisch Bontebal gedicht.

.

ONTWAKEN

.
Ieder ontwaken

een feest

.
Ik sta op

rek me uit en

krab me eens flink

aan het onderlijf

,
Als rijpe vruchten

vallen de eitjes

van mijn schaamluis

op het dauwvochtige

slaapkamerzeil

.
Iedere morgen

een feest

.
Zwarte koffie

zware shag en

scharreleieren

bij het ontbijt

.

Ver als de horizon ben je

Simon Vinkenoog

.

Na alle inhoudelijke en beschouwende poezie van de laatste dagen is het nu weer eens tijd voor een gedicht. Geen duiding, geen omschrijving, gewoon een fraai gedicht uit 1952 uit de bundel ‘Land zonder nacht’ van één van de vijftigers Simon Vinkenoog (1928 – 2009).

.

Ver als de horizon ben je

.

ver als de horizon ben je

in de glazen kist van het weer geborgen

beukend op de blikken deksels

van het najaar

ik zie de bliksem langs je lichaam trillen

en de regen loopt onrustig door je ogen

.
ik kan de afstand die mij van je scheidt

in lichtjaren tellen

en in de meter van het geluid

zoemen de seconden

.
mijn handen opnieuw in gebruik gesteld

sluiten het onweer in je borsten buiten

.
alleen de regen is thuis

op de platte daken van de nachten

zonder duizelingen

.

Gedicht

Remco Campert

.

Vandaag gelezen dat Remco Campert zijn tweede naam Wouter is. Voor velen een totaal onbelangrijk feitje maar voor poezieliefhebbers die Wouter heten een leuk weetje. Remco Campert is al jaren één van mijn favoriete dichters. Daarom hier een prachtig gedicht van hem uit de bundel ‘Een stanmdbeeld opwinden’ uit 1952 met als titel Gedicht.

.

Gedicht

 .

Als we dan liefhebben, liefhebben

tussen veel papier, holle mannen en metaal,

laten we dan liefhebben, zoals mij goeddunkt:

.

Liefhebben met de rust van de onrust, niet

die van de routine, elkaars ogen verliezen

en weer ontdekken, voorbij de huizen gaan,

.

het land in, de streling van onbekende struiken

ondergaan, de wind proeven op een steeds andere tong,

de maan zien en de zon in een kaartloze baan.

.

En laten de vrienden snel verouderen, worden

tot waardevolle verhalen, en die meter aarde is slechts

vruchtbaar

waarop wij gaan.

.