Site-archief
Gerrit Achterberg
Het weerlicht op de kimmen
.
Vorige week heb ik bij een winkel in tweedehands goederen (en op dat moment veel poëzie) een paar zeer aardige verzamelbundels gekocht. Een daarvan was ‘Het weerlicht op de kimmen, een keuze uit de gedichten’ van Gerrit Achterberg, een herdruk uit 1988 van Querido.
Sinds ik in de ontmoetingskamer van museum het Dolhuys in Haarlem ( Nationaal museum van de psychiatrie) een ‘pop’ van Achterberg tegenkwam en me wat meer in hem heb verdiept is het één van mijn favoriete dichters.
De ontmoetingszaal was tussen 1800 en 1850 een ziekenzaal waarin men kon doodgaan. Men leverde daartoe een loden penning in. Daar komt het spreekwoord ‘het loodje leggen’ vandaan. Tegenwoordig staat de zaal vol met poppen van bekende mensen die te maken hebben met de relatie creativiteit – gekte zoals Gerrit Achterberg.
Uit de bundel het bekende maar prachtige gedicht dat Achterberg schreef in 1962 over Den Haag ‘Passage’.
.
Passage
Den Haag, stad, boordevol Bordewijk
en van Couperus overal een vleug
op Scheveningen aan, de villawijk
die kwijnt en zich Eline Vere heugt.
Maar in de binnenstad staan ze te kijk,
deurwaardershuizen met de harde deugd
van Katadreuffe die zijn doel bereikt.
Ik drink twee werelden, in ene teug.
Den Haag, je tikt er tegen en het zingt.
In de passage krijgt de klank een hoog
weergalmen en omlaag een fluistering
tussen de voeten over het graniet;
rode hartkamer die in elleboog
met drie uitmondingen de stad geniet.
.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 82: op vuilniswagens
.
In Rotterdam heeft een samenwerkingsproject van de Stichting Poetry International en de Rotterdamse vuilophaaldienst, de Roteb tot een bijzondere plek voor poëzie gezorgd. Sinds 1988 kiest Poetry International voor de Roteb dichtregels uit die worden aangebracht op alle grotere vuilophaalwagens. In 2001 lieten twee kunstenaars de vuilniszakken spreken, alweer in Rotterdam. De zakken kregen allemaal een letter, zodat de Rotterdammers zelf woordjes konden maken bij het naar buiten zetten van de vuilnis.
.
Dichtregels van o.a. de Franse dichter Eugène Guillevic ( Soms geloof ik er in / of bijna), van de Chileense dichter Nicanor Parra ( wee de mens die zich nooit vergist) maar ook van Nederlandse dichters zoals Jules Deelder ( Hoe langer je leeft / hoe korter het duurt) en Gerrit Achterberg ( De schemer heeft uw kleren aan) sieren vuilniswagens.
.
In 2010 organiseerde de Roteb en Poetry International een wedstrijd. Alle inwoners uit de regio Rijnmond mochten nu zelf een dichtregel insturen en maakte hiermee kans hun regel terug te lezen op een Roteb-wagen. Dit mocht uit eigen werk zijn of een citaat uit poëzie van een andere (bekende) dichter. Winnaar van deze wedstrijd werd Peter Oole met de regel ‘Soms kom ik mezelf tegen / en dan zeg ik niet eens gedag’.
.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 79: op postzegels
.
Op deze twee postzegels uit 1987 en 1988 staan delen van gedichten van Constantijn Huygens en Jan Hanlo.
Het gedicht van Jan Hanlo uit 1970 uit Verzamelde gedichten, uitgeverij Van Oorschot
–
Ik noem je bloemen etc.
–
Ik noem je: bloemen
ik noem je: merel in de vroegte
ik noem je: mooi
ik noem je: narcissen in de nacht
waaroverheen de wind strijkt
naar mij toe
ik noem je: bloemen in de nacht
.












