Site-archief

De Laatste dag

Shari Van Goethem

.

Na gister de storm in Oostende te hebben weerstaan en de afreis naar Antwerpen is het vandaag alweer de laatste dag en stopplaats van de Poëziebus. In Antwerpen in het Bouckenborghpark aan de  Bredabaan 559 (Merksem) vindt de zinderende slotmanifestatie plaats van de Poëziebus. Nog een keer laten alle 50 Belgische en Nederlandse woordkunstenaars luid en duidelijk van zich horen, waaronder dit keer ook ik zelf. We worden daarbij vergezeld van de spectaculaire muzikale woordacts van ‘Meandertaler’ uit Tilburg en ‘Ten Adem’ uit Gent.

Wie daar ook voordraagt is Shari Van Goethem (1988). Ze studeerde filosofie en dat kan je aan haar poëzie horen. Met haar zorgvuldig gevlochten teksten boordevol tot de verbeelding sprekende beelden heeft deze Nielse dichteres al heel wat fans bijeengesprokkeld, ook bij bekende dichters. Zo koos Michaël Vandebril in 2013 haar Gedicht ‘haar handen‘ als tip van de dag op Azertyfactor, en deed Stijn Vranken dat in 2014 voor het gedicht ‘olifanten‘.
In de lente van 2015 trad ze op in het Antwerpse Sportpaleis tijdens het Rotspaleis, maar ze is ook regelmatig op kleinere podia te horen & te zien. Haar gedichten verschenen onder andere in de bundels van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd en in ‘Het Gezeefde Gedicht’.

.

                                      Splash and dash

 

Wat is er aan de hand?
Opgewarmd schuif ik uit bed, een kleine stap,
een kramp als ik het potlood voor de spiegel
aanbreng, het lijntje in het midden van mijn oog

begin.

Ik worstel met mezelf, zoveel is duidelijk,
ik herdenk de tijd. Groot feest op gang, dat wel,
maar in mijn kamer ruikt het naar een mengsel
in de vorm van gel die op mijn voet terechtgekomen

is.

Ik voel dat iets aan mij ontsnapt. Gespierde taal
en teenwarmers, lichte vleugels, een korte pitstop
en een vlag. Hannibal trekt de Alpen over.
En misschien een knop

herstart.

.

sharivangoethem

 

Program poeziebus Antwerpen

Poeziebus-logo

 

Alles over de Poëziebus vind je op http://poeziebus.nl

 

Hans van de Waarsenburg

Ach, de tijd

.

Op 15 juni, afgelopen maandag, overleed de dichter Hans van de Waarsenburg. Na Drs. P. de tweede dichter van naam in korte tijd. Hans van de Waarsenburg was dichter, literatuurcriticus, schrijver van kinderboeken, radiomaker en heel actief binnen de Nederlandse letteren. Zo was hij van 1988 tot  1994  kroonlid van de Raad voor de kunst, afdeling Letteren en van 1995 tot 2000 voorzitter van het P.E.N. – Centrum voor Nederland. In 1997 werd hij voorzitter van The Maastricht International Poetry Nights, een tweejaarlijkse, internationale poëziemanifestatie die in 2014 voor de zesde keer werd georganiseerd.

In 1973 ontving van de Waarsenburg de Jan Campert-prijs voor poëzie voor zijn bundel ‘De vergrijzing’.

Uit ‘Tussen nat mos en een begrafenis’ uit 1973 het gedicht ‘Ik zie haar nog wel eens…’

.

Ik zie haar nog wel eens…

.
Ik zie haar nog wel eens
blond en aangepaste lippenstift
verkreukeld perkament van dichtbij

een vrouw met bontjas in een bus
tas dichtbij haar
lippen dicht op elkaar want je weet
nooit wat er kan gebeuren

de ogen vosachtig wantrouwend
achter de kooi van een modieuze bril

dan zit ze op de bank en praat
ratelend uit een oud plakboek
en kijkt me aan

haar buik is leeg
de eierstokken reeds lang verwijderd

één koude oorlog heb ik daar vertoefd
en moet toen reeds, in ’43 , afscheid
hebben genomen.

.

Ze heeft alles om te zoenen

Herman de Coninck

.

Lezend in ‘De Gedichten’ van Herman de Coninck besluit ik dat ik de komende tijd (weet niet hoelang ik dit ga volhouden) jullie elke zondag op een gedicht van hem ga trakteren. En een traktatie is het, de poëzie van Herman de Coninck is zo bijzonder, zo intens en intiem, dat ik het als mijn opdracht zie om hem te introduceren bij al degene die hem nog niet kennen.

Daarom vandaag al eerste zondag in een reeks het gedicht zonder titel uit de bundel ‘Het meervoud van geluk’ uit 1990 (een kleine bundel van 16 pagina’s gedrukt in een oplage van 35 stuks).

.

Ze heeft alles om te zoenen, twee armen voor rond mijn hals

en aan het uiteinde daarvan zichzelf om te draaien en te keren.

Ze heeft twintig vragen en slechts twee ogen.

Die doen wat een vraagteken doet met een zin,

.

haar moeder met nieuwe kleren. Koketteren,

dan zal het wel mogen.

Of ze bij me slapen mag? Ze probeert te knipogen.

(Onder vier ogen mag het niet, misschien onder drie.)

.

Als ik later, tegen haar aan,

zeg: ‘het is hier lekker warm,’

antwoord ze in haar slaap: ‘dat heb ik

speciaal voor jou gedaan.’

.

meervoud van geluk

coni003_p01

E-Otoliths

Toby Fitch

.

Op de blog met de intrigerende naam http://the-otolith.blogspot.com.au/ (een otolith is een structuur in het binnenoor van vissen dat uit calciumcarbonaatkristallen en een gelatineuze massa bestaat), vond ik een paar voorbeelden van gedichten in vreemde vormen. De dichter en kunstenaar Toby Fitch publiceerde in 2012 het boek ‘Rawshock’ waarin een aantal voorbeelden van gedichten in bijzondere vormen staan.

Toby Fitch (geboren in Londen) groeide op in Sydney. Zijn eerste collectie gedichten in deze vorm publiceerde hij in Rawshock bij  Puncher & Wattmann. In 2010 publiceerde hij bij Vagabond Press al eens een Chapbook ‘Everyday Static’ getiteld. In 2014 verscheen ook bij Vagabond press zijn laatste boek met de titel ‘Jerilderies’ . Rawshock stond op de shortlist van de Peter Porter Poetry Prize in 2012 en won de Grace Leven Prize for Poetry. Zijn poëzie werd gepubliceerd in kranten, bloemlezingen en nationale en internationale magazines waaronder ‘Best Australian Poems’ 2011 en  2012, ‘Meanjin’, ‘The Australian’, ‘Cordite’,  en ‘Drunken Boat’. Daarnaast is hij poëzieredacteur bij ‘Southerly journal’.

Uit ‘Rawshock’ een aantal voorbeelden van zijn visuele poëzie.

ON GWASS
after Angoisse

tf1

 

tf2

A DIVA’S FATE
after Fête d’Hiver

tf3

tf4

DEVOLUTIONS
after Dévotion

tf5

tf6

Dotan

Hungry

.

Sommige muziek klinkt mij als poëzie in de oren. Dit komt meestal door de combinatie van bepaalde zinnen of teksten en de muziek die er bij hoort. Dit is ook het geval bij het nummer ‘Hungry’ van Dotan van zijn album ‘7 Layers’. De zanger Dotan is veel in het nieuws (zijn nummer ‘Home’ werd door 3FM gekozen tot song van het jaar 2014) en niet ten onrechte. Een zin als  “It’s a hive of honeybees trapped inside of our skin / Growing faster, stinging harder till we all give in” zou zo uit een gedicht kunnen komen.

Alleen om die twee zinnen al wil ik de tekst van dit nummer met jullie delen. Volgens Dotan gaat dit nummer over de liefde, over het feit dat we niet zonder maar ook net zo vaak niet met de liefde kunnen leven.

.

Hungry 

Hit up the bottom,hearts will melt like ice
As the lights keep falling, makes you feel so small again
As we walk in circles, the blind leading the blight
No way of hiding, our heart is all we got

I’m hungry for you, my love, so come out and rescue me
Love is just not enough out in this war of needs

Drag your heart to the place where it belongs
While it’s underwater, where my love will fill your bones
The clouds are shaking, and your palms began to crack
Hands against your eyes, see this love is all we got

I’m hungry for you, my love, so come out and rescue me
Love is just not enough out in this war of needs
It’s a hive of honeybees trapped inside of our skin
Growing faster, stinging harder till we all give in

oh, oh, oh oh oh oh
oh, oh, oh oh oh oh
oh, oh, oh oh oh oh
oh, oh, oh oh oh oh

I’m hungry for you, my love
Love is just not enough
I’m hungry for you, my love
Love is just not enough

I’m hungry for you, my love, so come out and rescue me
Love is just not enough out in this war of needs
I’m hungry for you, my love, so come out and rescue me
If love is just not enough out in this war of needs
I’m hungry for you, my love
Love is just not enough
It’s a hive of honeybees trapped inside of our skin
Growing faster, stinging harder till we all give in

.

dotan-web

Dotan 7

Jouw bloed, mijn bloed

Dichters uit Delfshaven 2014

.

Van Abu Omar Ramadhan, een bevriend dichter, kreeg ik de bundel ‘Dichters uit Delfshaven’ samengesteld door een andere bevriende dichter Juan Heinsohn Huala en Mohammed Abu Leil. In deze bundel van SPIN die mogelijk gemaakt is door de gemeente Rotterdam, staan een groot aantal Rotterdamse dichters afkomstig uit vele landen.

Van Corien de Gier het gedicht ‘Jouw bloed, mijn bloed’.

.

Jouw bloed, mijn bloed

.

Jouw oor tegen mijn oor,

schelp in mijn schelp,

hoor je de zee mijn kind.

Het ruisen zo dichtbij.

Het is het bloed dat ons verbindt,

en een weg door onze aderen vindt.

Op de achtergrond hoor ik je hart,

dat ternauwernood de elementen tart:

een zee van bloed in goede banen leidt.

.

Jouw bloed, mijn bloed,

oor tegen oor,

schelp in mijn schelp.

.

Op het ritme van jouw hart alleen

zijn wij een.

.


Delfshaven

Daniel Dee

Stadsdichter Rotterdam geeft zijn functie door aan Hester Knibbe

.

Gisterochtend werd tijdens een bijeenkomst in de centrale bibliotheek van Rotterdam (in het Bibliotheektheater) het stadsdichterschap overgegeven van Daniel Dee naar Hester Knibbe. Daniel heeft de afgelopen 2 jaar Rotterdam gediend als stadsdichter met mooie projecten en dito gedichten. De stadsdichter schrijft in ieder geval elk jaar 6 gedichten met de stad en haar bewoners als inspiratiebron. Daarnaast heeft de stadsdichter de vrije hand in hoe hij of zij het stadsdichterschap invulling wil geven.

Daniel heeft zich heel veel begeven onder de inwoners van Rotterdam, heeft vrijwel geen enkele uitnodiging afgeslagen en heeft dus in opdracht minimaal 12 gedichten geschreven over Rotterdam en de Rotterdammers. Zijn laatste gedicht werd tijdens de bijeenkomst getoond met een animatie van Daniel Oliveira Prins.

.

Hier zijn laatste stadsgedicht en het filmpje van Daniel Oliveira Prins.

.

Biopic de film van je leven flitst aan je ogen voorbij

.

als ik de film van je leven mocht regisseren

zou ik beginnen bij de virussen in je lijf

.

het menselijk lichaam bestaat

tenslotte voor negenennegentig procent uit zuurstof

koolstof waterstof stikstof calcium en fosfor

.

wat is dus werkelijk van jou

wat maakt jou

.

ik zou de virussen filmen hoe ze na het gestelde ultimatum

een alles vernietigende oorlog beginnen

zoals we die kennen van verre vreemde landen op het journaal

waar geen rambo nog iets aan kan redden

iedereen van het padje af

er er zou gesneuveld worden dat de stukken eraf vlogen

.

een oorlog die uiteindelijk resulteert in de totale overgave van je geest

zodat je niets anders kan dan naar mij verlangen

.

in de slotscène zou ik op ingenieuze wijze uitzoomen

om in softfocus in beeld te brengen hoe wij op de bank

verstrengeld met elkaar innig zoenen en versmelten

.

ik zou niet eens hoeven acteren

.

daniel-dee-arminius-feb14

 

Lichtgedicht

Ester Naomi Perquin en Geert Mul

.

In januari 2014 verscheen in de Noorderzon, wijkkrant van Rotterdam-Noord het bericht dat in december 2013, in het Muizengaatje (de onderdoorgang van het spoor bij station Rotterdam Noord, nabij de Bergweg) een lichtgedicht is geplaatst van dichter Ester Naomi Perquin (toen stadsdichter van Rotterdam) en kunstenaar Geert Mul. Het gedicht is geplaatst op het plafond en door de speelse belichting krijgt het steeds een andere dimensie.

De combinatie van tekst en gekleurd licht zorgt voor verschillende lagen en daagt de lezer uit om de tekst opnieuw te lezen, te interpreteren en te ontdekken.

Lichtgedicht-Station-Noord-16-12-2014-DSC_3591-NZ-NZO

 

Lichtgedicht-Station-Noord-16-12-2014-DSC_3609-NZO

Foto’s: Johannes Odé, redacteur van Noorderzon.

Zwaluwwand

Gedicht op een vreemde plek

.

De Nederlandse dichteres en schrijfster Heleen Bosma uit Deventer was in 2013 en 2014 Dichter bij Overijssel. Bosma heeft als provinciedichter voor de provincie Overijssel ten minste 6 gedichten per jaar geschreven.

Heleen Bosma studeerde Nederlandse letterkunde. Ze dicht al haar hele leven en is nu vijftien jaar fulltime dichteres. In augustus 2009 werd zij gekozen tot Deventer Dichter. In 2011 heeft zij deze erefunctie afgerond en  verscheen  de bundel ‘Oostenwind’. Ze treedt graag op en het is haar specialisme dichtregels letterlijk de ruimte te geven, in, op of rond gebouwen en als landart (in de natuur).
Daarnaast zet ze zich in voor het wijd verspreiden van de poëzie van andere nationale en internationale dichters en dichteressen. Poëzie is volgens Bosma niet ingewikkeld, poëzie is van iedereen waar ik het uiteraard helemaal mee eens ben.

Een mooi voorbeeld van de genoemde landart, of zoals ik hem gerangschikt heb onder gedichten op vreemde plekken, is het gedicht ‘Vederlicht’. Dit gedicht werd Geschreven ter gelegenheid van de afronding van de natuurinrichting Wetering Oost en West en de faunapassage bij Muggenbeet (Steenwijkerland) op 29 augustus 2014. Het is aangebracht op de zwaluwwand bij de vogelkijkhut, nadat de zwaluwen klaar waren met broeden.

.

Verderlicht

Vederlicht is onze ziel

Van dons en zijdezacht

Wij zijn een stipje in het zwerk

Een knipoog naar de zwaartekracht

.

zwaluwen

 

foto_zwaluwwand

Poëzie op pootjes

Poster in de centrale bibliotheek van Den Haag

.

Net als in 2011 heb ik ook in 2014 meegedaan aan een poëzieproject van de R.G. Ruijs stichting en het Prins Bernhard Cultuurfonds met als aanstekelijke titel Poëzie op pootjes. Poëzie op pootjes organiseert om de drie jaar (vanaf 2005) een gedichteninzamelingsproject. Of zoals ze het zelf zeggen:

Iedere Hagenaar heeft wel een eigen verhaal over zijn of haar leven in de stad, dan wel zijn of haar beleving van de stad. Den Haag staat dus centraal, maar niet zozeer de stad alswel dat wat de bewoners van Den Haag zelf voelen over hun leven in de stad. Het gaat bij Poëzie Op Pootjes nadrukkelijk niet om een wedstrijd. De bedoeling is simpelweg om op deze manier zoveel mogelijk gedichten over de persoonlijke Haagse beleving te vergaren. Wel zal er nadrukkelijk worden gezocht naar (potentiële) kwaliteit en nieuw talent.

Zoals gezegd ook in 2014 een gedicht van mijn hand. Na ‘Oud Eik en Duinen’ in 2011 (zie onder gedichten) nu dus een gedicht dat mij ‘overkwam’ het afgelopen jaar met als titel ‘Lijn 24’ met een prachtig voorbeeld van Haagse humor.  Vandaag ontving ik van de organisatie het bericht dat mijn gedicht te lezen zal zijn (vanaf 5 januari) op grote posters in de centrale bibliotheek van Den Haag.

.

Lijn 24

 

Voor de chauffeur is de mens, de

menigte, groepje, stroom of clubje

mensen, bron van zijn bestaan

 

Onderscheid maakt hij niet

zolang ze zich maar gedragen.

Sommigen ziet hij liever;

 

De rokjes, strakke truitjes,

goeiedag zeggers, vrolijke

vriendelijke vroegemorgenvrouwen.

 

Anderen maken zijn werk tot een last,

blijven hangen in het pad, gaan niet

zitten, houden op. Dan roept hij om:

 

Dames en heren,

het achterste deel van deze bus

gaat ook naar het Centraal Station

.

poezieoppootjes