Site-archief
Dag eenentwintig
Vakantiegedicht
.
Wanneer je op vakantie bent in een ver en vreemd land waar men een taal spreekt die je niet kent kun je soms denken ‘Waar gaat dit over?’ Er zijn ook gedichten waarbij je dit zou kunnen denken. Zoals het gedicht ‘Coracias garrulus’ van Anneke Brassinga (1948) uit haar bundel ‘Het wederkerige’ uit 2014. Een Coracias garrulus is overigens een vogel, in het Nederlands een Scharrelaar.
.
Coracias garrulus
.
Mijn vriend de scharrelaar speelt feuille morte
in de baltsvlucht, dwarrelt blauwzefirisch serafijns
van aanschijn, zwierend met turquoise vederqueue
braakt hij de finesses van zijn arioso uit:
‘KRAK-AK… KR-R-R-R-AK…’
alsof de hemel op je neerstort,
de engel met het vlammend zwaard.
.
Dag twintig
Vakantiegedicht
.
Ter voorkoming van de verveling in de vakantie. Gerrit Kouwenaar (1923-2014) schreef het gedicht ‘In deftige letters wordt u…’ dat verscheen in de bundel ‘Gedichten 1948-1978’ uit 1982.
.
‘In deftige letters wordt u…’
.
In deftige letters wordt u iets verteld
dus verheeld, zodat uw verveling
even het steen breekt en zich mededeelt
aan het cliché van het origineel
.
want wanneer deze pagina zwart zou wezen
letterlijk zwart als zo’n verzonnen neger, bijvoorbeeld
omdat een verslaafde hongerprofeet
in zijn koude kalkoen bleef steken
.
verscheen er terstond weer een letterzetter, prevelend
viel de marge van deze rouwbrief
niet wat al te breed uit voor de levende lezer? ik
zie niets meer!
.
en ja hoor
daar hakt hij al meteen weer een doorzicht
met het vormend princiep van zijn zethaak-
.
Dag zeventien
Vakantiegedicht
.
Uit de bundel ‘Enfin’ uit 2021 van Anton Korteweg (1944) het gedicht ‘Je weet maar nooit’.
,
Je weet maar nooit
.
Mijn leven lang was ik erop gebrand
mijn kinderhand met bijna niets te vullen,
hield de drie erren in ere
-Rust, Reinheid, Regelmaat-
en gunde de plaagzieke zon
die zich achter de wolken verschool
een lach op mijn bleke gelaat.
.
Maar ja, ik moet bergop nu toch behoorlijk plooien
en de verzuring teistert me steeds vaker,
dus kom maar op met die ene al nakende winter
waarop ik, toch nog onverwacht heet dat,
uiteindelijk echt onderuitga.
.
Zit het een beetje mee, trek ik daarna nog in
bij Hem, die na kotstondig ongeneugt
-eentreffende synopsis van het leven-
mij eindeloos en liefdevol verheugt.
.
Dag zestien
Vakantiegedicht
.
Uit de bundel van Etwin Grootscholten (1969) , voormalig provinciedichter van de provincie Zuid Holland, getiteld ‘Dichter bij Zuid-Holland’ uit 2022, het gedicht ‘Helder’.
.
Helder
.
een kas is van glas
een vaas is van glas
.
ik zet paprika’s in een vaas
ik zet komkommers in een vaas
ik zet tomaten in een vaas
.
en de bloemen eet ik op
als ik kijk
naar duizend geuren
.
Dag negen
Vakantiegedicht
.
Op deze negende dag van de vakantie een gedicht van dichter Vicky Francken (1989) getiteld ‘onze ratio een radio die dag en nacht een ruis voortbrengt’ uit haar bundel ‘Röntgenfotomodel’ uit 2017.
.
onze ratio een radio die dag en nacht een ruis voortbrengt
.
het sneeuwt in je oren, je denkt altijd wel iets
hoewel meestal weinig
van kwaliteit
.
het gevoel dat je niet alles voor het zeggen hebt
terwijl je schrijft, het denken dat als een blauwe
ballon in een carrousel voorbijkomt, knapt
een gedachte die opstijgt, naar je zwaait
de pluim grijpt, gratis
nog een rondje
.
ik ben geen dader
maar zou een dader willen zijn
.
doen is belangrijk
.
Dag dertien
Vakantiegedicht
.
Een vaste waarde in de rubriek ‘vakantiegedichten’ is Anneke Brassinga (1948). Ze heeft dan ook verschillende gedichten geschreven die goed bij deze periode van het jaar passen. Zo ook het gedicht ‘Op weg’ gepubliceerd in ‘De academische Boekengids’ uit 2010.
.
Op weg
.
Mocht ik in het holst van het hart
van donkerste dagen te lijf gaan
achter al het uiterwaardse een stuk of wat
verlaten kusten onder razende luchten
waar albatrossen op hun wieken sinds jaar
en dag en eeuwen worden weggeblazen-
.
graag zou ik boven lege oceanen regen zijn
op reusachtige hoeven, zinnentuimel
van tempeest, het stormend paard dat louter
water is, uiteenvalt in geschuimbek-
.
zocht ik bij voorkeur echter diepten
die geen daglicht velen, omtrent
een steenworp van d’onoirbaar gloeiende
kern; daar zal betijen wat mij jaagt.
.
Dag twaalf
Vakantiegedicht
.
In de vakantie is er ook zeker plaats voor lucht en luim of light verse zo je wilt. Zoals het gedicht ‘4 x 400 meter (vrouwen)’ van Ivo de Wijs (1945) uit de bundel ‘Atletische verzen’ uit 2006.
.
4 x 400 meter (vrouwen)
.
De wissel was niet goed gegaan
Ik zag haar bij de wasbak staan
En, lieve god, wat schrok ik toen
Ik snapte wat ze stond te doen
Kokhalzend, bleek met angst en beven:
Ze moest het stokje overgeven
.
Dag elf
Vakantiegedicht
.
Uit het tweeluik ‘Wulk’ poëzie en proza, van Myrte Leffring (1973) uit 2022, uit de dichtbundel ‘Opstaan’ het gedicht met als titel ‘het licht was zacht / leek van vloeipapier’.
.
het licht was zacht
leek van vloeipapier
.
je was zo stil
die zomer
jong donderglas
.
wat als de wolken niet wit
maar zwart?
hoe leer je een tamme rat
gebarentaal?
.
stil was je, een stoere
engel zo taai
als trekdrop
.
ik weet nu
dat ook engelen
kunnen knappen
.
Dag tien
Vakantiegedicht
.
Natuurlijk mag Ingmar Heytze (1970) niet ontbreken tijdens de vakantie. Uit zijn bundel ‘Elders in de wereld’ uit 2008 komt het gedicht ‘Ober’.
.
Ober
.
Het is mijn eerste werkdag in een statig grand café
waar freules fluisteren met diplomaten.
,
Ik draag een pak dat stinkt naar angst en sigaretten.
Men is niet snel tevreden hier. In de keuken
.
woont een dwerg die tosti’s bakt en bittergarnituur
frituurt. Hij steelt de fooien als ik niet kijk.
.
Geen idee heb ik van de drankjes die ik rondbreng
want de dwerg heeft alle etiketten afgeweekt,
.
geen idee ook wie zich later naar de keel grijpt,
de toiletten zoekt, de kelder in verdwijnt.
.













