Site-archief
L’homme qui marche II
Dijkshoorn kijkt kunst
.
Afgelopen week las ik ergens een gedicht over een kunstwerk en het was erg grappig. Dat deed me denken aan een bundel die ik ergens in mijn kast heb staan van Nico Dijkshoorn (1960) met de veelzeggende titel ‘Dijkshoorn kijkt kunst’. In deze bundel uit 2012 zijn gedichten opgenomen die Nico Dijkshoorn schreef deze gedichten nadat hij in een museum achter een groep Japanners stond die vrijwel simultaan hun hoofden van links naar rechts bewogen. Dat kwam door de audiotour die de Japanners stuurde. Dat wilde hij ook en samen met het Kröller-Müllermuseum schreef hij bij 25 werken uit de vaste collectie gedichten en sprak deze in. Daarna zag hij hoe zijn stem en zijn gedichten mensen stuurde en aan het lachen bracht.
In ‘Dijkshoorn kijkt kunst’ zijn deze gedichten aangevuld met nog eens 30 nieuwe verhalen en gedichten, opnieuw geïnspireerd door werken uit het Kröller-Müllermuseum. Aangezien ik, naast zoveel andere vormen en stijlen, ook van humor in poëzie hou (light verse bijvoorbeeld) heb ik het boek opgezocht en koos ik een gedicht bij de foto van het beeld ‘L’homme qui marche II’ uit 1960 van Alberto Giacometti
.
L’homme qui marche II
.
al dertig jaar
keek ik naar foto’s van dit beeld
ik wist niet waarom
nu ik er vlak voor sta
weet ik wat het is
het is iemand
die
loopt
alsof hij ergens naar toe gaat
.
Het begin van de wereld
Kunst kijken
.
Poëzie komt en gaat in vele verschillende verschijningsvormen. Van ultrakort tot ellenlang, van super serieus tot hermetisch, van lyrisch tot humoristisch. Ik hou van alle vormen door wat ze te bieden hebben. Het is vooral de verscheidenheid die me aantrekt. Het is als met je lievelingseten, heel erg lekker maar je wil je ook niet elke dag je lievelingseten eten, dan gaat het je snel tegenstaan. In de verscheidenheid aan poëzie is humor een lastige. Wanneer wordt het cabaret of melig en wanneer blijft het poëzie die een glimlach op je gezicht tovert? Drs. P, C. Buddingh’ en vele light verse dichters, er zijn genoeg voorbeelden van dichters die een lichte toets vermengen met humor in hun poëzie.
Een voorbeeld van een dichter die dit als handelsmerk heeft is Nico Dijkshoorn. Jarenlang huisdichter van De Wereld Draait Door, maar in mijn boekenkast al vertegenwoordigd met de bundel ‘Daar schrik je toch van: De eerste 1000 gedichten’ onder pseudoniem uitgebracht als P. Kouwes in 2008. In 2012 verscheen ‘Dijkshoorn kijkt kunst’ een bundel met gedichten gemaakt bij kunstwerken uit het Kröller-Müller Museum. Voor dit museum stelde hij een succesvolle audio-rondleiding samen. Hij schreef nieuwe teksten bij kunstwerken en sprak die zelf in. Deze audio-rondleiding is ook als boek, met de afbeeldingen van de kunstwerken bij de gedichten, verschenen. Hieronder twee voorbeelden van hoe een gedicht bij een kunstwerk, in dit geval ‘Het begin van de wereld’ van Brancusi uit 1924, en ‘Grasgrond’ van Vincent van Gogh uit 1887, ook humoristisch kan zijn.
.
Het begin van de wereld
.
ik was 5 jaar
mijn nichtje was 6
samen aten wij
ei
eerst luisterden wij naar ei
het tikken tegen de bodem van het pannetje
een wanhopige dans zonder armen en benen
.
oma liet
ons ei schrikken
met koud water
eieren zijn bang van alles
boter
lepeltjes
messen
.
daarna volgde
het eten
het volmaakt simultaan ei eten
mijn nicht de witte buitenkant
ik de gele binnenkant
toen wist ik het nog niet
maar nu wel
een eitje delen
dat doe je niet zomaar
met iedereen
.
Grasgrond
.
de nieuwe broek
onverwacht gestoei
het glijden op
je rechterknie
en dan al
je moeder horen
,
dat gaat er dus
nooit meer uit
je wordt bedankt
.






