Site-archief

National Song

Sándor Petöfi

.

In de Volkskrant van afgelopen zaterdag stond een groot artikel van 4 pagina’s over de verkiezingen in Hongarije. Inmiddels is bekend wat de uitslag is en dat maakt dit stuk nog wat actueler. In dit artikel wordt tweemaal een Hongaarse dichter aangehaald. De eerste dichter is  Endre Ady (1877-1919) die ik vrij goed ken als naamgever van de bibliotheek in Hatvan waar ik begin deze eeuw, toen Hongarije nog een open land was, regelmatig kwam. Endre  beschreef zijn land in het hart van Europa, als ‘kompország’ of veerbootland, dat eeuwig tussen Oost en West dobbert. Het is meteen ook het thema van dit artikel, het heen en weer dobberen van Hongarije tussen Oost en West waar Orban juist niet dobbert maar volledig overhelt naar Oost (Rusland).

De tweede dichter die wordt aangehaald is de dichter des vaderlands in Hongarije en vrijheidsstrijder Sándor Petöfi (1823-1849). Peter Magyar, de oppositieleider die het tegen de autocratische populist Orban opneemt met zijn partij Tisza gebruikt veel uit de poëzie van Petöfi in zijn toespraken en partijleuzen. Magyar is dan ook veel meer een politicus die het ‘veerbootdenken’ omarmt dan de populist Orban.

In het artikel wordt het gedicht ‘Nemzeti dal’ of ‘Nationaal lied’ of ‘Lied van het volk’ niet direct genoemd maar er wordt wel naar verwezen. Wanneer je dit gedicht leest (en je op de hoogte bent van de situatie in Hongarije) snap je waarom Peter Magyar juist dit gedicht heeft gekozen om veelvuldig uit te putten. Voor de gemiddelde Nederlander kan dit gedicht erg hoogdravend overkomen maar de Hongaren leven veel meer dan wij in het verleden, met alles wat daarbij hoort, de oorlogen, de veldslagen, het Habsburgse rijk waar ze deel van uitmaakten, van het land van voor de tweede wereldoorlog, dat grote delen van dat land nu deel uitmaken van Roemenië en Oekraïne, en daarbij, dit is een gedicht uit 1848, een gedicht uit de Hongaarse revolutie die leidde tot twee jaar onafhankelijkheid (1848-1849) waarna Hongarije weer bezet werd door het Habsburgse en het Russische rijk. Alle reden dus om dit gedicht hier te delen, in een vertaling van Levente Vervoort.

.

Lied van het Volk

.

Staat op Magyar, het Vaderland roept!
Hier is de tijd, nu of nooit!
Moeten wij gevangen zijn of leven in vrijheid?
Dit is de vraag, geeft antwoord! –
Gevangen waren wij tot nog toe,
Gedoemd zijn onze voorvaderen,
die in vrijheid leefden en stierven
in slavernij kunnen zij niet berusten
.
Bij de God der Hongaren
Zweren wij,
Zweren wij, gevangen zullen wij
Niet meer zijn!
Bij de God der Hongaren
Zweren wij,
Zweren wij, gevangen zullen wij
Niet meer zijn!
.
Een lafaard van een mens is het,
Die niet durft te sterven, als het écht nodig is,
Die meer waarde het aan zijn zielig leventje
Dan het lot van zijn Vaderland.
Het zwaard schittert meer dan de ketens,
Mooier hangt het om de arm
En toch droegen wij al die tijd ketens!
Terug ermee!, oud zwaard van ons!
.
Bij de God der Hongaren
Zweren wij,
Zweren wij, gevangen zullen wij
Niet meer zijn!
Bij de God der Hongaren
Zweren wij,
Zweren wij, gevangen zullen wij
Niet meer zijn!
.
De Hongaarse naam zal opnieuw schoon zijn,
Waardig aan zijn vervlogen grootsheid;
Wat de eeuwen het besmeurd hebben,
Die schaamte wassen wij ervan af!
Waar onze grafheuvels zullen zijn ,
Daar zal ons nageslacht knielen,
En in gezegend gebed zullen zij,
Onze verheven namen uitspreken.
.
Bij de God der Hongaren
Zweren wij,
Zweren wij, gevangen zullen wij
Niet meer zijn!
Bij de God der Hongaren
Zweren wij,
Zweren wij, gevangen zullen wij
Niet meer zijn!

.

Endre Ady

Hongaars dichter

.

Al jaren kom ik met enige regelmaat in Hongarije en de laatste 20 jaar vooral in het stadje Hatvan omdat de plaats waar ik werk, Maassluis, een stedenband heeft met Hatvan. De bibliotheek in Hatvan is vernoemd naar een beroemd Hongaars dichter Endre Ady (1877 – 1919).

In het begin van de twintigste eeuw maakten de Hongaarse dichters er aanspraak op dat ze in de voetsporen traden van Sándor Petőfi, schrijvend in een geïmiteerde volkse stijl, maar wars van de visie van Petőfi (en, meestal, van zijn talent) dat blijkbaar niet te evenaren was. Ady was de eerste die brak met de traditie, en de nieuwe moderne stijl propageerde. Hoewel hij zichzelf zag als een eenzaam, verkeerd begrepen revolutionair, kozen in werkelijkheid vele dichters van zijn generatie zijn kant (en velen van hen imiteerden zijn stijl).

Zijn twee eerste dichtbundels toonden niets nieuw; hij was nog onder de invloed van de 19e-eeuwse dichters zoals Petofi of János Vajda. De eerste elementen van zijn eigen stijl kwamen niet voor in zijn gedichten maar in zijn essays en overige geschriften. Ady was zonder twijfel beïnvloed door het werk van Charles Baudelaire en Paul Verlaine. Hij gebruikt dikwijls het Symbolisme, zijn terugkerende thema’s zijn God, Hongarije en het gevecht tot overleven.

het gedicht ‘Bloed en goud’ van Ady is vertaald uit het Hongaars door Rudolf Polak.

.

Bloed en goud

.

Eén zelfde lied dreunt in mijn oren

Bij smart, die kreunt, bij vreugd, die zingt,

Bij ’t bloed, dat stroomt, bij ’t goud, dat klinkt.

.

Ik weet, ik zweer het, dit is: Alles,

Vergeefs de strijd, vergeefs de moed;

Slechts bloed en goud en goud en bloed.

.

En alles sterft en gaat ten onder,

De roem, de rang, het loon, het lied.

Maar bloed en goud, – zij sterven niet.

.

Er rijzen volk’ren en verdwijnen,

Geheiligd is, die thans met moed

-Als ik – verkondigt: goud en bloed.

.

Endre Ady

Verwant van de dood

.

Endre Ady (1877 – 1919) was een Hongaars dichter die zijn poëzie in een volkse stijl schreef en wiens werk sterk beïnvloed werd door dichters als Charles Baudelaire en Paul Verlaine. In zijn gedichten maakte hij vaak gebruik van het Symbolisme en thema’s als God, Hongarije en het gevecht tot overleven.

Ik ken Endre Ady als dichter al sinds 1998 toen ik voor de eerste maal de bibliotheek in Hatvan bezocht. Deze Hongaarse zusterstad van Maassluis heeft haar bibliotheek vernoemd naar deze beroemde Hongaarse dichter. Het is een heel normale zaak in Hongarije om bibliotheken naar beroemde schrijvers en dichters te noemen, heel anders dan in Nederland waar dat naar mijn weten nog nooit is gedaan.

In vertaling zijn er een aantal gedichten van Endre Ady verschenen waaronder het gedicht ‘Verwant van de dood’ in vertaling van Ankie Peypers uit 1969.

.

Verwant van de dood

.

Ik ben een verwant van de dood

en bemin de vluchtige liefde.

Ik houd ervan haar te kussen

die weggaat.

.

Ik houd van de zieke rozen

vrouwen die verwelkend

verlangen naar zonovergoten kwijnende

najaarstijd.

.

Ik houd van de trieste uren,

van hun spokende, wenkende roep.

.

Van de grote dood, de weerspiegeling

van de heilige dood.

.

Ik houd van hen die wenen,

ontwaken, verre reizen doen.

Van de kilbeijzelde ochtend

boven het veld.

.

Van de gelatenen die versagen,

van tranenloos verdriet en vrede.

Gelatenheid, de haven voor wijzen,

dichters, misdeelden.

.

Ik houd van hen die ontgoocheld zijn,

die kreupel, in de val gelokt,

niet meer geloven; van de bedrukten:

van de wereld.

.

Ik ben een verwant van de dood

en bemin de vluchtige liefde.

Ik houd ervan haar te kussen

die weggaat.

.

Endre_Ady

 

The lost rider

The Corvina book of Hungarian verse

Eind jaren negentig van de vorige eeuw en begin van deze eeuw kwam ik met enige regelmaat in het plaatsje Hatvan in Hongarije.

Wat me meteen al opviel was de kennis van dichters en gedichten bij de Hongaarse bevolking. Waar hier in Nederland een enkeling een gedicht uit zijn of haar hoofd kan opzeggen, bleken in Hongarije vrijwel alle leerlingen van het voortgezet onderwijs hele lange gedichten van beroemde en bekende Hongaarse dichters te kunnen declameren. Van Tünde Kassa, mijn Hongaars-Engelse tolk en steun en toeverlaat in die tijd kreeg ik het boek ‘The lost Rider; a bilingual anthology’ met als ondertitel: The Corvina book of Hungarian verse. In dit boek is een overzicht opgenomen van de belangrijkste Hongaarse dichters 1550 tot 1991.

De titel van mijn derde bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ is een zin uit een van de gedichten van Juhász Gyula. De bibliotheken in Hongarije zijn vrijwel allemaal vernoemd naar dichters en schrijvers. De bibliotheek in Hatvan had de naam Endre Ady naar de gelijknamige dichter die leefde van 1877 tot 1919.

Hier is een gedicht (in het Engels vertaald) van hem.

.

Autumn appeared in Paris (Párisban járt az ósz)

.

Autumn appeared in Paris yesterday

silent down st. Michels its swift advance,

in stifling heat under unmoving branches

we met as if by chance.

.

Ambling in the direction of the Seine

my soul was brent with tiny shreds of song:

dark things, oddments, squibs, laments, which wispered

that death would not be long.

.

Autumn caught up and mumbled in my ear,

the entire boulevard trembled to the eaves,

ts, ts… along the street as if half jesting

flew bright-eyed civic leaves.

.

A moment; summer hardly had drawn breath

but autumn was on its cackling way and now

was gone and I the only living witness

under the creaking bough.

.

Endre Ady op een bankbiljet uit 1975.